Biologie 5
erfelijkheid
, Enkele begrippen van erfelijkheid
• Al eerder is geschreven dat alle 20.000 erfelijke eigenschappen op de
chromosomen liggen. Een ander woord voor één erfelijke eigenschap is een gen.
• Eén gen is dus opgebouwd uit een stukje erfelijke informatie van pa en een stukje
erfelijke informatie van ma. Deze stukjes noemen we allelen. Eén gen is opgebouwd
uit twee allelen.
• In de cellen van (bijna) elk organisme komen de chromosomen in paren voor. De
gameten (zaadcel en eicel) vormen daarop een uitzondering. Een ingewikkeld
delingsproces dat meiose heet heeft ervoor gezorgd dat in de eicellen van de vrouw
en in de zaadcellen van de man de chromosomen nog maar enkelvoudig
voorkomen. De homologe chromosomen worden bij de productie van de eicel en de
zaadcellen eerlijk over de de gameten verdeeld. Elke gameet krijgt uiteindelijk 23
chromosomen. Indien een zaadcel dan weer versmelt met de eicel ontstaat er weer
een bevruchte eicel met 46 chromosomen waarin de chromosomen weer
voorkomen in paren.
, Enkele begrippen van erfelijkheid
• Het geheel aan erfelijke informatie in de cel
noemen we het genotype van een organisme.
Datgene wat we daadwerkelijk waarnemen, is het
fenotype van het organisme.
• Autosomen: de 22 paar chromosomen die voor
man en vrouw identiek zijn (dus autosomaal = een
chromosoom die geen geslachtshormoon is)
• Geslachtschromosomen: de X en Y chromosoom
erfelijkheid
, Enkele begrippen van erfelijkheid
• Al eerder is geschreven dat alle 20.000 erfelijke eigenschappen op de
chromosomen liggen. Een ander woord voor één erfelijke eigenschap is een gen.
• Eén gen is dus opgebouwd uit een stukje erfelijke informatie van pa en een stukje
erfelijke informatie van ma. Deze stukjes noemen we allelen. Eén gen is opgebouwd
uit twee allelen.
• In de cellen van (bijna) elk organisme komen de chromosomen in paren voor. De
gameten (zaadcel en eicel) vormen daarop een uitzondering. Een ingewikkeld
delingsproces dat meiose heet heeft ervoor gezorgd dat in de eicellen van de vrouw
en in de zaadcellen van de man de chromosomen nog maar enkelvoudig
voorkomen. De homologe chromosomen worden bij de productie van de eicel en de
zaadcellen eerlijk over de de gameten verdeeld. Elke gameet krijgt uiteindelijk 23
chromosomen. Indien een zaadcel dan weer versmelt met de eicel ontstaat er weer
een bevruchte eicel met 46 chromosomen waarin de chromosomen weer
voorkomen in paren.
, Enkele begrippen van erfelijkheid
• Het geheel aan erfelijke informatie in de cel
noemen we het genotype van een organisme.
Datgene wat we daadwerkelijk waarnemen, is het
fenotype van het organisme.
• Autosomen: de 22 paar chromosomen die voor
man en vrouw identiek zijn (dus autosomaal = een
chromosoom die geen geslachtshormoon is)
• Geslachtschromosomen: de X en Y chromosoom