functie van autofagie is in de cel.
Autofagie is een overlevingsmechanisme. Self-eating.
Cellen veranderen voortdurend van vorm en inhoud er ontstaan nieuwe organellen en er
verdwijnen stukken organel. Organellen slijten.
Cellen kunnen componenten recyclen. Dit doet de cel intern met peroxisomen. Peroxisoom
versmelt met het organel en breekt onderdelen af, een lysosoom bind eraan en breekt het
membraan af, uiteindelijk verteert het organel. Dit word autofagie genoemd.
Autofagie word gebruikt bij:
o Te weinig voedingsstoffen
o Overbodige organellen
o Opruimen intracellulaire pathogenen.
o Overlevingsmechanisme dat de cel helpt met stress om te gaan.
Bij cel stress doorloopt cel de volgende stadia:
1. Ervaren van cel stress
2. Verlies van homeostase
3. Activeren van autofagie
4. Herstel van homeostase
Cel stress kan leiden tot autofagie of apoptose, Het liefst autofagie want het kost minder
energie, je hoeft niet een hele nieuwe cel te maken. Ernstige beschadiging: apoptose, acute
beschadiging: necrose.
Dus cel die met stress omgaat : autofagie, apoptose, necrose.
Welke interne en externe factoren kunnen apoptose initiëren en de
morfologische veranderingen ten gevolge van apoptose/necrose.
De zelfdoding van de cellen is belangrijk voor de ontwikkeling en onderhoud in alle dieren.
Het is belangrijk voor de ontwikkeling van het zenuwstelsel, immuunsysteem en voor
normale handen en voeten/poten. Door de overeenkomsten van apoptose in zoogdieren en
wormen kan er gezegd worden dat de basis van apoptose vroeg geëvolueerd is bij de
evolutie van eukaryoten.
Morfologische veranderingen
De hoeveelheid apoptose is lager bij de poten van bijvoorbeeld eenden en andere
watervogels met zwemvliezen. Bij mensen worden deze zwemvliezen verwijderd door
apoptose, bij een tekort aan apoptose kunnen er zwemvliezen tussen de vingers en tenen
zitten. Bij de ziekte van Alzheimer activeert een ophoping van eiwitten in neurale cellen een
enzym dat apoptose veroorzaakt wat resulteert in het verlies van de hersenfunctie.
Kankercellen kunnen veroorzaakt worden door een tekort aan apoptose of zelfs geen
apoptose.