100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Exam (elaborations)

Oefententamen aansprakelijkheidsrecht

Rating
-
Sold
2
Pages
24
Grade
8-9
Uploaded on
28-01-2024
Written in
2023/2024

Oefententamen aansprakelijkheidsrecht

Institution
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
January 28, 2024
Number of pages
24
Written in
2023/2024
Type
Exam (elaborations)
Contains
Questions & answers

Subjects

Content preview

Oefententamen
Aansprakelijkheids-
recht (RS0602)


__________________________________________________________________________________________

1 Boer B oefent reeds 25 jaar zijn landbouwbedrijf uit, als hij verneemt dat de gemeente
van plan is om dicht bij zijn bedrijf een vuilstortplaats te creëren. B is ervan overtuigd
dat de vogels en ratten die hierdoor zullen worden aangetrokken, ook naar zijn land
komen en de oogst zullen vernietigen dan wel verminderen gedurende de vijf jaren
welke hij nog voornemens was zijn bedrijf uit te oefenen. B overweegt een vordering
tot schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad tegen de gemeente in te
stellen.

Beoordeel de volgende stellingen.

I B kan met succes een vordering tot het betalen van schadevergoeding ten
aanzien van nog niet ingetreden schade op grond van onrechtmatige daad
instellen.

II B kan een verklaring vorderen dat de in de toekomst door de gemeente te
verrichten handelingen onrechtmatig zullen zijn.

a Stelling I en II zijn juist.
b Alleen stelling I is juist.
c Alleen stelling II is juist.
d Stelling I en II zijn onjuist.


2 Chauffeur A, werknemer van BV B, rijdt met een karretje vol dozen met nieuwe
voorraad de winkel binnen van C. C is op dat moment bezig om klant D te helpen. A
trekt in een onhandige beweging met zijn karretje de drempel los. Met zijn voet duwt
hij de drempel terug op zijn plaats. C heeft niets gezien. Twee dagen later struikelt
klant E over de loszittende drempel en komt ten val. Gevolg: een scheur in zijn leren
jas van € 500 en een gebroken arm. E spreekt C aan tot vergoeding van de schade.
C hoort van D dat het loszitten van de drempel door A is veroorzaakt. C stelt dat E
met zijn vordering bij A moet zijn.

Welke van de volgende stellingen is juist?


I E kan niet met succes A ex artikel 6:162 BW aansprakelijk stellen omdat er
geen sprake is van een onrechtmatige daad van A.

II E kan niet met succes A ex artikel 6:162 BW aansprakelijk stellen omdat er
geen sprake is van toerekenbaarheid bij A.

III E kan niet met succes A ex artikel 6:162 BW aansprakelijk stellen omdat er
niet voldaan wordt aan het relativiteitsvereiste.

IV E kan met succes A ex artikel 6:162 BW aansprakelijk stellen tot vergoeding
van de schade.

, Oefententamen
Aansprakelijkheids-
recht (RS0602)


__________________________________________________________________________________________

3 Vervolg op vraag 2
Bij A valt financieel niet veel te halen. E wil derhalve B BV dan wel winkelier C voor
de geleden schade aansprakelijk stellen.

Beoordeel de volgende stellingen.

I E kan met succes BV B ex artikel 6:170 BW aansprakelijk stellen tot
vergoeding van de schade.

II E kan met succes C ex artikel 6:174 BW aansprakelijk stellen tot vergoeding
van de schade.

a Stelling I en II zijn juist.
b Alleen stelling I is juist.
c Alleen stelling II is juist.
d Stelling I en II zijn onjuist.


4 Als gevolg van een windhoos waait een groot aantal pannen van het dak van het huis
van eigenaar E, waardoor de voor het huis geparkeerde auto van A zwaar wordt
beschadigd. Uit onderzoek blijkt dat de onderhoudstoestand van het dak uitstekend
was. A stelt E ex artikel 6:162 BW voor de geleden schade aansprakelijk. E weigert
echter de schade aan de auto te vergoeden, aanvoerend dat de schade door
overmacht is veroorzaakt (verweer 1) dan wel dat hem van het veroorzaken van de
schade geen verwijt kan worden gemaakt (verweer 2).

Beoordeel de volgende stellingen.

I E is in beginsel jegens A aansprakelijk op grond van art. 6:162 BW. Verweer 1
van E is daardoor juridisch relevant.

II E is jegens A niet aansprakelijk op grond van art. 6:162 BW. Verweer 2 van E
is daardoor juridisch niet relevant.

a Stelling I en II zijn juist.
b Alleen stelling I is juist.
c Alleen stelling II is juist.
d Stelling I en II zijn onjuist.


5 Vervoersonderneming V schakelt de zelfstandige transportonderneming T in voor het
uitvoeren van een vervoersopdracht van O. De feitelijke uitvoering wordt verricht door
chauffeur C, die in dienst is bij T. Tijdens het vervoer veroorzaakt C verwijtbaar een
ongeval waardoor schade aan de vervoerde goederen wordt toegebracht. De
eigenaar van de vervoerde goederen, E, lijdt hierdoor schade.

, Oefententamen
Aansprakelijkheids-
recht (RS0602)


__________________________________________________________________________________________

Beoordeel de juistheid van de volgende stellingen.

I E kan chauffeur C met succes aansprakelijk stellen voor de schade.

II E kan transportonderneming T niet met succes aansprakelijk stellen voor de
schade.

a Stelling I en II zijn juist.
b Alleen stelling I is juist.
c Alleen stelling II is juist.
d Stelling I en II zijn onjuist.


6 M heeft aan N volmacht verleend om namens hem te gaan stemmen voor de Tweede
Kamerverkiezingen. Terwijl N op weg is naar de stembus in het kiesdistrict van M,
veroorzaakt hij een ongeval waardoor O schade lijdt.

Beoordeel de juistheid van de volgende stellingen.

I O kan M met succes aanspreken tot het betalen van schadevergoeding op
grond van onrechtmatige daad (art. 6:162 BW).

II O kan M met succes aanspreken tot het betalen van schadevergoeding op
grond van artikel 6:172 BW.

a Stelling I en II zijn juist.
b Alleen stelling I is juist.
c Alleen stelling II is juist.
d Stelling I en II zijn onjuist.


7 Kunstenaar K komt met galeriehouder G overeen dat G een schilderij van K in zijn
galerie te koop zal aanbieden. G geeft werknemer W opdracht om het schilderij op
een bepaalde plaats in de galerie op te hangen. Korte tijd na de ophanging valt het
schilderij van de muur waardoor de omlijsting breekt en het schilderwerk ernstig wordt
beschadigd. Het schilderij blijkt op een poreuze plek in de muur te zijn bevestigd. W
was hiervan niet op de hoogte. G wel, maar hij was er op het moment van de
opdracht niet op bedacht.

Beoordeel de juistheid van de volgende stellingen.

I G is op grond van artikel 6:162 BW voor de door K geleden schade
aansprakelijk.

II K kan G op grond van zijn contractuele relatie met succes voor de geleden
schade aansprakelijk stellen.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
lottoacc Hogeschool Leiden
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
128
Member since
8 year
Number of followers
85
Documents
23
Last sold
3 months ago

3.9

14 reviews

5
4
4
5
3
4
2
1
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions