Zelfmanaiement bij mensen met een chroetnische ziekte
Waarom zelfmanagement? In de afgelopen 8 jaar is het aantal mensen met één of meer chronische
ziekten met 17% gestegen. In 2011 waren er 5,3 miljoen mensen met een chronische ziekte. Het
aantal mensen met multmorriditeit is nog harder gestegen, met 26%. Prognose 2030: 7 miljoen
mensen met een chronische ziekte (40% van de revolking). Chronische ziekten en multmorriditeit
komen veel voor rij ouderen en mensen met een lage opleiding.
Wat zijn de gevolgen van toename aantal mensen met een chronische ziekte?
- Minder goede kwaliteit van leven
- Meer frequente en langdurige ziekenhuisopnames
- Meer kans op complicates na een operate
- Meer kans op vroegtjdig overlijden
- Stjging van zorgkosten
Zelfmanagement is nodig om de zorgvraag de komende jaren aan te kunnen.
Wat is zelfmanagement? ‘Zelfmanagement is de mogelijkheid van het individu om de symptomen,
rehandeling, fysieke en psychosociale consequentes, en de veranderingen in levensstjl die inherent
zijn aan het leven met een chronische aandoening, te managen’.
‘Aanleren van gezondheidsvaardigheden’
- Educate over aandoening
- Stmuleren van symptoommonitoring
- Ondersteuning rij medicatemanagement
- Verandering in leefstjl
- Ondersteuning rij resliskunde
- Relate met zorgverlener
- Hulp rij acteplannen (zorgplan)
- Hulp rij prorlemen oplossen
Doel van zelfmanagement: gedragsverandering
- Begin aanleren van kennis en zelfmanagementvaardigheden (voorwaarde: motvate en de
juiste omstandigheden!)
- Vertrouwen krijgen in eigen kunnen
- Gedragsverandering
5A Model
Methodische manier om zelfmanagement te ondersteunen:
- Achterhalen
- Adviseren
- Afspreken
- Assisteren
- Arrangeren
Wat kun je als verpleegkundige met zelfmanagement?
- Wees alert
- Blijf je verwonderen (signaleren)
- Vraag door
- Betrek de patint in het formuleren van doelen (wat wil patint zelf?)
- Betrek de sociale omgeving
, - Schakel andere disciplines in
- Gerruik rewezen efecteve tools
- Ga met elkaar in gesprek Waar kun je met elkaar alert op zijn als het gaat om jouw
doelgroep?
- Stel prioriteiten: Wat wil de patint? Wat denk jij als professional dat verstandig is? Maak
keuzes en resteed hier intensief aandacht aan.
- Ga na wat de patint zelf kan. Wees een coach.
Kwalitatieve interviewtechnieken en data-analyse
Kwalitatef onderzoek:
- Precieze reschrijving van hetgeen er tjdens
- Richt zich op de aard van het fenomeen
- Vind minder plaats in de verpleegkunde dan het kwanttateve onderzoek
(Voorkomen van een fenomeen, en richt zich op het toetsen van hypothesen)
- Een onderzoeksproces gericht op het inzichtelijk maken van een situate geraseerd op
verschillende onderzoekstradites die een maatschappelijk of menselijk prorleem rlootleggen.
Verschil tussen kwanttatef onderzoek en kwalitatef onderzoek:
- Kwanttatef is cijfers.
- Kwalitatef is gedrag en gevoel etc.
Kwalitatef onderzoek dan her je meer voorkeur voor:
- Sociale werkelijkheid reschrijven
- Inductef te werk gaan
- Het renuten van gegevens die ontleend zijn aan een natuurlijke context
- Analyse door middel van ordening
- Inzicht geven in de resultaten door middel van woorden en reelden
Dit is een algemene flosofsche grondslag.
Going natve: gevaar voor meegaan in de onderzochte setng
Bronnen:
- Teksten
Duidelijk verrand tussen de onderzoeksvraag en het schrifelijke materiaal
Traceerraarheid van schrifelijke documenten
Toestemming om de documenten te mogen gerruiken
- Interviews
Ongestructureerde (open): Alleen over de onderzoeksvraag
Semigestructureerde: Aan de hand van topics
Gestructureerde: Je stelt die vraag
Duidelijk verrand tussen de onderzoeksvraag, thema en de geïnterviewde
Traceerraarheid van de informate
Toestemming om het interview te gerruiken en ernaar te verwijzen
- Orservates
Duidelijk verrand tussen de onderzoeksvraag, de orservate setng en georserveerde
Traceerraarheid van de informate uit de orservate
Toestemming om de orservate te gerruiken en ernaar te verwijzen
Voor een goed kwalitatef onderzoek:
- Geloofwaardigheid
- Verplaatsraarheid
,- Plausiriliteit
- Verifeerraarheid
Beoordelen van kwalitatef onderzoek:
- Zijn de resultaten valide?
- Wat is het relang van de resultaten?
- Hoe helpen deze resultaten mijn cliinten?
Deze onderzoeken kunnen ertoe rijdragen dat vanzelfsprekendheden worden omgezet naar een
ander releid.
Validiteit → wat je hert gemeten, dat dat waar is.
- Intern: klopt het wat je meet?
- Extern: kun je het ook in andere situates gerruiken?
Betrouwraarheid → zijn de data die verzameld is op een retrouwrare wijze gedaan, kan de data op
dezelfde manier door iemand anders ook worden verzameld.
Na een interview:
- Transcrireren: leterlijk uitypen (www.otranscrire.com)
- Coderen: analyseren in 3 stappen
Open: lareltjes/ thema’s geven.
Axiaal: alle codes op een mindmap zeten, lijnen trekken tussen woorden en daar je verranden mee
te leggen.
Selectef: je conclusies trekken.
- Triangulate: op verschillende manieren data verzamelen OF één instrument op verschillende
manieren of momenten inzeten OF data op verschillende manieren analyseren
Theoretsch verzadigd: genoeg data verzameld er is geen nieuwe data meer nodig. Je kan een
conclusie gaan trekken.
Verpleeikundii leiderschap en het zelfmanaiement van de patiint
Er zijn vele defnites van verpleegkundig leiderschap. Onze defnite is: Het samen met collega’s van
eigen en andere disciplines én met patinten en familie werken aan waardevolle zorg, passend rij de
situate. Voor ons hoort verpleegkundig leiderschap rij je dagelijks werk, waarrij je invloed uitoefent
op zowel de zorg dichtrij de patint als de strategische richtng van de zorgorganisate waarin je
werkt en daarruiten.
Verpleegkundig leiderschap wordt gevormd door:
Een grote mate van rewustzijn van (het efect van) de eigen professionele rol te midden van
andere rollen (en andere rollen kennen en herkennen)
Het stellen van refecteve en onderzoekende vragen
Het gerruiken van evidence rased practce
Als rolmodel verschil te maken voor uitkomsten van patinten, collega-medewerkers,
zorgorganisate en maatschappij
Soorten leiderschap:
Steun en acteve retrokkenheid
Ratoneel overtuigen
Inspireren
Consulteren
Steun aanrieden
, Instemming en gehoorzaamheid
Voordeel tonen
Gunstge sfeer creiren
Persoonlijk reroep doen
Ruilen en onderhandelen
Weerstand en confict
Coalite sluiten
Legitmeren
Druk uitoefenen
ICF
ICF is een classifcatesysteem van gezondheid en gezondheid gerelateerde domeinen
- Maakt het mogelijk om naar dagelijks functoneren te kijken in relate tot
gezondheidsprorlemen
- Beschrijving van het menselijk functoneren vanuit drie perspecteven:
Menselijk organisme (functes en anatomische eigenschappen)
Menselijk handelen (actviteiten)
Mens als deelnemer aan het maatschappelijk leven (partcipate)
- Biopsychosociale / holistsche visie
- Uitgangspunt: aanpassingsvermogen van de patint, dus vermogen om regie te voeren en
zelfmanagement te optmaliseren (oorsprong in de revalidategeneeskunde)
Functe: de fysiologische en mentale eigenschappen van het menselijk organisme.
Anatomische eigenschappen: de posite, aanwezigheid, vorm en contnuïteit van onderdelen van het
menselijk lichaam.
Actviteiten: onderdelen van iemands handelen.
Partcipate: iemands deelname aan het maatschappelijk leven.
Externe factoren: iemands fysieke en sociale omgeving
Persoonlijke factoren, zoals: leefijd, geslacht, opleiding, persoonlijkheid, rewegings- en
voedingsgewoonten.
Zelfmanaiement
Zelfmanagement: het fundament van elke (verpleegkundige) intervente om de controle van
patinten over hun gezondheidssituate en welrevinden te revorderen.