100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Ziekteleer cardiovasculaire aandoeningen

Rating
5.0
(1)
Sold
4
Pages
52
Uploaded on
10-01-2024
Written in
2023/2024

Samenvatting van zowel de powerpoints als nota's vd lessen

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
January 10, 2024
Number of pages
52
Written in
2023/2024
Type
Summary

Subjects

Content preview

Ziekteleer cardiovasculaire
revalidatie
Les 1: Geneesmiddelen voor hart/bloedvat
aandoeningen: 5/10
 Waarom relevant?
- Geneesmiddelen geven in grote mate info over aandoeningen waarvoor P behandeld wordt
- Leidt tot betere, professionele en geïndividualiseerde aanpak
- Door het frequenter en langduriger contact zullen vragen ook eerder bij ons terechtkomen
ipv bij een arts
 Professioneel antwoord vergt kennis over onderliggende aandoening, nut en werking
geneesmiddel
 Lijst van geneesmiddelen: samenvattend

1. Plaatjesremmers = anti-aggregantia / Bloedverdunners  werken in op het
samenklitten van de bloedplaatjes
 Acetylsalicylzuur (aspirine) = COX-1-inhibitoren
 P2Y12 ADP-receptor-antagonisten (ADP = adenosine difosfaat)
2. Ontstollingsmiddelen = anticoagulantia / sterkere Bloedverdunners die inwerken op
stollingseiwitten
 Vitamine K antagonisten = coumarines
 Directe thrombine inhibitoren en factor Xa-inhibitoren = DOAC (direct oral
anticoagulation)
 Heparine (ongefractioneerd heparine, laagmoleculaire heparine)
3. Cholesterolverlagende medicatie
 Statines
 Ezetimibe
 Bempedoïnezuur
 PCSK9-inhibitoren
 Inclisiran
4. Hartfalenmedicatie
 Betablokkers
 ACE-inhibitoren, angiotensine II recepter blokkers, sacubitril/valsartan
 SGLT2-inhibitoren
 Diuretica
5. Bloeddrukverlagende medicatie
 Calciumantagonisten
 (betablokkers, ACE-inhibitoren, angiotensine II receptorblokkers, diuretica
worden ook als bloeddrukverlagende medicatie gebruikt)
6. Medicatie tegen ritmestoornissen = anti-aritmica
 Amiodarone
 (betablokkers worden ook als anti-aritmicum gebruikt)
7. Medicatie voor een betere doorbloeding van de kransslagaders (vasodilatatie)
 Nitraten
8. Diabetesmedicatie
 Insuline

,  Metformine
 GLP-1-analogen
 SGLT2-inhibitoren



 Thrombusvorming = klontervorming in het bloed
- Meerdere factoren betrokken
a. Bloedplaatjes
b. Stollingsfactoren
c. Endotheel (slijmvlies bloedvatwand)
- Cascade:
1. Endotheel beschadigd: scheur in cholesterolplaat OF door wrijving
2. Bloedplaatjes merken dit en zullen zich vasthechten = ADHESIE (binding aan von
Willenbrand factor en collageen)
3. Bloedplaatjes gehecht aan collageen? ACTIVATIE door stollingseiwit thrombine
4. Bloedplaatjes zullen stoffen vrijzetten: thromboxaan, ADP en thrombine
5. Lawine effect = nog meer bloedplaatjes aangetrokken en geactiveerd  proces
klontervorming versterken/versnellen
6. Vrijgemaakte stoffen zullen bloedplaatjes van vorm laten veranderen (ADP op receptor)
 beter samenklitten en fibrinogeen geactiveerd die zorgt voor extra verbindingen
tussen bloedplaatjes = AGGREGATIE (afdekkende korts/klonter)
- Klonter verstopt bloedvat  occluderende trombus: belangrijkste ontstaansmechanisme
hartinfarct
- Slagader:
 Hoge druk systeem
 Endotheelcellen dicht tegen elkaar met daaronder gladde spiercellen en daaronder
bindweefsel
 Gladde spiercellen: bepalen diameter en dus de distributie bloed
 Bevat vele cellen zoals RBC, WBC en bloedplaatjes
- Medicatie:
 Hoe lager op de cascade vd bloedplaatjes medicatie ingrijpt, hoe krachtiger het effect 
DUS hoe sterker bloedverdunning
 Medicatie inwerkend op stollingscascade heeft sterker effect dan degene die inwerken op
de bloedplaatjes

Bloedplaatjesremmers = anti-aggregantia
 COX-1-inhibitoren
- Pil-vorm: peroraal
- Werken in op de bloedplaatjes: niet meer goed aan elkaar kunnen kleven door inhibitie
COX-enzym  minder thromboxaan gevormd
- Minst sterke bloedverdunner
- Onomkeerbare werking: werking zal meerdere dagen blijven inwerken totdat de
bloedplaatjes zijn vervangen door nieuwe die nog niet zijn blootgesteld aan de medicatie
- Medicatie moet 7 dagen VOOR ingreep met bloedingsrisico stoppen
 Maar voor de meeste procedures meestal NIET
 Uitzonderingen: hersenen en ruggenmerg
 P2Y12 ADP-receptor-antagonisten
- Pil-vorm: peroraal

, - Werken in op BP: niet meer goed aaneen kunnen kleven, door werking ADP op zijn receptor
tegen te gaan  minder GPIIb-IIa activatie
- Iets sterker dan vorige anti-aggregantia
- De meeste zijn onomkeerbaar: zie hierboven
 7 dagen op voorhand stoppen
- Omkeerbare vorm (Ticagrelor): na stopzetting is het sneller uitgewerkt, medicatie komt los
van receptor op BP (verlies werking)
 Maar vaak ook die 7 dagen op voorhand stoppen bij ingreep
- Voor de meeste ingrepen hier wel van belang dat men stopt!
 Indicaties:
- Ischemisch hartlijden: hartinfarct
- Plaatselijke thrombusvorming gevolg van endotheel beschadiging

Ontstollingsmiddelen = anticoagulantia
 Vit K antagonisten
- Vit K : staan in voor goede stolling, activatie stollingsfactoren
 Antagonist: werken in op stollingsfactoren door onderdrukken van protrombine 
minder fibrinogeen en dus ook fibrine gevormd  bloed minder stolbaar
- In pil vorm: peroraal (dosis verschillend per persoon: iedereen heeft andere combi
stollingsfactoren)
- Sterker dan plaatjesremmers: dus regelmatige bloedcontrole vereist (het mag niet te veel
ontstollen)
- Deze medicatie MOET echt 7 dagen op voorhand gestopt worden
 Directe thrombine inhibitoren/ factor Xa inhibitoren
- Pilvorm: peroraal
- Iedereen zelfde dosis, maar wel rhm nierfunctie
- Werken in op stollingsfactoren door blokkade thrombine of verhinderen werking
stollingsfactor Xa  minder fibrine  bloed wordt dunner/minder stolbaar
- Sterker dan BP-remmers
- Medicatie moet 2 dagen op voorhand gestopt worden!
 Ongefractioneerd heparine (UFH) of laagmoleculair gewicht heparine (LMWH)
- Intraveneus voor UFH, subcutaan voor LMWH
- Dosis berekend op lichaamsgewicht en rhm nierfunctie
- Werkt in op stollingsfactoren door werking stollingsfactor X (en thrombine) te remmen 
minder fibrine  minder stolbaar
- Sterker dan plaatjesremmers
- Medicatie pas avond voordien stoppen door vrij korte werkingsduur
 Indicatie
- Mechanische kunstkleppen: Vit K antagonist
- Voorkamerfibrillatie (DOACs)
- Indicatie voor heparine gelijkend op Vit K antagonist

Cholesterolverlagende medicatie
 Cholesterol:
- Opgenomen via voeding deels en deels aangemaakt in lever
- HMF-Coenzyme A: maakt cholesterol in lever aan
 Doelwit medicatie: dit willen we blokkeren
- Soorten:
 HDL: goede cholesterol, Haalt cholesterol weg uit de vaatwand

,  LDL: slechte cholesterol, brengt het naar de vaatwand  veroorzaakt atheroomplaque
- Medicatie werkt in op LDL: tegenhouden ziekteproces of stabilisatie
 Statine:
- Pil-vorm: peroraal
- Werken in op aanmaak cholesterol in lever door werking HMG-Coa te remmen
- Sterke werking: krachtig medicament
- Nevenwerkingen: spierpijn/stijfheid, spiervermoeidheid, krampen en gewrichtspijn
 Spierpijn heel proximaal gelegen thv schouder- of bekkengordel
 Ezetimibe
- In pilvorm: peroraal
- Remt opname van cholesterol in dunne darm
- Minder krachtig geneesmiddel: LDL-cholesterol dalen rond 20%
- Weinig nevenwerkingen
- Vaak in combinatie preparaat
 Bempedoïnezuur
- Pil-vorm: peroraal
- Inhibitor ATP-citraatlyase (enzym die tussenkomt in cholesterolsynthese in lever) 
vermindert LDL in bloed
- Vergelijkbare werking met vorige
- Weinig nevenwerkingen
 PCSK9-inhibitoren
- Via subcutane spuit: 1x om de 2 weken
- Monoclonale antilichamen (antistoffen) die binden aan eiwit, dat afbraak LDL-receptoren in
lever regelt  meer LDL-receptoren beschikbaar, ze gaan langer blijven leven  lever neemt
meer LDL uit bloed: LDL-concentratie in bloed daalt!
- Sterkste geneesmiddel
- Voornamelijk voor degene met familiale hypercholesterolemie: cholesterol slaat in op
verschillende lichaamsplaatsen
- Weinig nevenwerkingen
 Inclisiran:
- Subcutaan spuitje: 1x om het half jaar
- Small interfering RNA dat aanmaak PCSK9-eiwit beperkt  meer LDL-receptoren beschikbaar
op lever  meer LDL uit bloed opgenomen: drastisch dalen LDL-concentratie in bloed
- Het doet ook Lp dalen (heeft gunstig op CV gezondheid)
- Vergelijkbaar effect als de PCSK9
- Weinig nevenwerkingen
 Indicatie:
- Ischemisch hartlijden:
 Probleem van onderliggende atheromatose (cholesterolafzetting onder endotheel
slagaderwand)  gevaar van thrombusvorming thv endotheel beschadiging
- Diabetes
 Geeft verhoogde kans op ischemisch hartlijden of cerebrovasculair lijden

Hartfalenmedicatie
 Stress en bètareceptoren
- Bètareceptoren:
 Type 1: zit op hartspiercellen
 Type 2: zit op gladde spiercellen in bloedvaten, luchtwegen en skeletspieren

Reviews from verified buyers

Showing all reviews
1 year ago

5.0

1 reviews

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
B2003 Katholieke Universiteit Leuven
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
37
Member since
2 year
Number of followers
18
Documents
15
Last sold
1 month ago

5.0

1 reviews

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions