1. Je beschikt over hydrochloride 10% en je moet 5 cL hydrochloride 8% maken
a) Hoeveel mL waterstofperoxide 10% heb je nodig?
b) Met hoeveel mL water verdun je dit?
2. Je hebt Natronloog 10% en je moet 30 mL natronloog 5% maken.
a) Hoeveel mL natronloog 10% moet je hiervoor gebruiken?
b) Hoeveel mL water moet he toevoegen?
3. De heer Bever heeft een pneumonie. Hij wordt daarvoor behandeld met antibiotica
intraveneus. Jij hebt de beschikking over flacons a 1 gram, voor injectie moet je de inhoud
oplossen in steriel water tot 10 mL.
a) Wat is de concentratie van de verkregen oplossing in mg/mL?
b) Wat is de concentratie in %? De basisoplossing moet je verder verdunnen met fysiologisch
zout tot 0,5 %
c) Hoeveel fysiologisch zout moet je toevoegen?
d) Wat is de concentratie van de verkregen oplossing in mg/mL?
Uitwerkingen
1a) 40 mL waterstofperoxide 5%
De verdunningsfactor is 10/8= 1,25
5 cL =50 mL
1b) Totaal 50 mL, dus 50-40= 10mL
2a) 15 mL
Verdunningsfactor = 10/5= 2
2b) 30-15= 15 mL water
3a) 100 mg/mL
1 gram= 1000 mg
3b) 10%
1 mL = 100 mg
100 mL = 10.000 mg
3c) 190 mL
verdunningsfactor = 10/0,5 = 20
20 x 10 = 200 mL, 200-10 = 190 mL
3d) 5 mg/mL
0,5% = 0,5 gram per 100 mL
0,5 gram = 500 mg
,Casus gesprekkenronde
Jij bent arts-assistent op de afdeling kindergeneeskunde van het AMC. Gisterennacht is er
een 8-jarig jongetje via de spoedeisende hulp opgenomen i.v.m. erge koorts, misselijkheid en
braken. Hij is door zijn moeder naar het ziekenhuis gebracht en zij heeft daar ook de nacht
met hem doorgebracht.
De toestand van het kindje is inmiddels gestabiliseerd en de lab waarden vertonen ook geen
afwijkende resultaten. Jij gaat het gesprek met de moeder aan om haar te laten weten dat zij
met haar kind naar huis mag.
Moeder is het hier niet mee eens, omdat zij meent dat de arts de uitslagen bagatelliseert. Zij
eist dat haar kind nog steeds in het ziekenhuis verblijft, totdat hij weer is zoals voorheen.
Hoe ga je hiermee om als arts-assistent?
,
,