Biosimilars (Barbier)
• Kunnen nooit exact hetzelfde zijn door inherente variabiliteit (post-translationele modificaties)
• Nooit klinisch significant verschillend van RP (werkzaamheid of veiligheid)
• Waarom goed?
o Prijsdaling door competitie
o Meer toegang tot therapie
o Incentive/budget voor innovatie
Ontwikkeling
1. Analyse van 10-20 batches van RP → CQAs → fingerprint van RP + inherente variatie
2. DNA dat codeert voor AZ-sequentie gecloned in producer cel → clones
3. Analyse clones voor
o Gelijkaardigheid aan RP
o Voldoende yield/productie om kosten-effectief te produceren
• Patiënten trials zijn veel minder belangrijk, eerder bevestigend
• Vergelijkingsstudies
1) Kwaliteitsstudies
2) Preklinische studies
3) Klinische studies
o Elke stap bepaalt uitgebreidheid van volgende → residuele onzekerheid beantwoorden
o Totality of evidence voor similarititeit heel belangrijk → geen onnodige/dubbele studies
→ kostenbesparend → meer access voor patiënten
• Productieverandering (scaling up, betere efficientie, vernieuwing, …) → comparability exercise
o Product pre- en post-productieverandering gelijkende kwaliteitsattributen
• Residuele onzekerheid verminderen door
o Riskmanagement plan
o Farmacovigilantie
RA voor evaluatie en goedkeuring
• Similariteit aantonen, geen benefit-risk (al aangetoond door RP)
• European Public Assessment Report (EPAR) voor insight into (biosimilar) evaluation
o = data + conclusie over data (ook negatieve opinie of afkeuring)
o Gepubliceerd door EMA (gemaakt door CHMP)
o Zorgt voor transparantie + verduidelijking over conclusies
Klinische ontwikkeling
• Doel
o Biosimilariteit aantonen
o Geen klinisch significante verschillen
o Totality of evidence door stapsgewijze vermindering van residuele onzekerheid
• Meer klinische studies ≠ meer bewijs voor similariteit
• Kunnen nooit exact hetzelfde zijn door inherente variabiliteit (post-translationele modificaties)
• Nooit klinisch significant verschillend van RP (werkzaamheid of veiligheid)
• Waarom goed?
o Prijsdaling door competitie
o Meer toegang tot therapie
o Incentive/budget voor innovatie
Ontwikkeling
1. Analyse van 10-20 batches van RP → CQAs → fingerprint van RP + inherente variatie
2. DNA dat codeert voor AZ-sequentie gecloned in producer cel → clones
3. Analyse clones voor
o Gelijkaardigheid aan RP
o Voldoende yield/productie om kosten-effectief te produceren
• Patiënten trials zijn veel minder belangrijk, eerder bevestigend
• Vergelijkingsstudies
1) Kwaliteitsstudies
2) Preklinische studies
3) Klinische studies
o Elke stap bepaalt uitgebreidheid van volgende → residuele onzekerheid beantwoorden
o Totality of evidence voor similarititeit heel belangrijk → geen onnodige/dubbele studies
→ kostenbesparend → meer access voor patiënten
• Productieverandering (scaling up, betere efficientie, vernieuwing, …) → comparability exercise
o Product pre- en post-productieverandering gelijkende kwaliteitsattributen
• Residuele onzekerheid verminderen door
o Riskmanagement plan
o Farmacovigilantie
RA voor evaluatie en goedkeuring
• Similariteit aantonen, geen benefit-risk (al aangetoond door RP)
• European Public Assessment Report (EPAR) voor insight into (biosimilar) evaluation
o = data + conclusie over data (ook negatieve opinie of afkeuring)
o Gepubliceerd door EMA (gemaakt door CHMP)
o Zorgt voor transparantie + verduidelijking over conclusies
Klinische ontwikkeling
• Doel
o Biosimilariteit aantonen
o Geen klinisch significante verschillen
o Totality of evidence door stapsgewijze vermindering van residuele onzekerheid
• Meer klinische studies ≠ meer bewijs voor similariteit