Methoden en Technieken van Criminologisch Onderzoek II 23-24
Proeftentamen
!!!! De lengte van dit tentamen is niet representatief voor het echte tentamen 08-01.
Bij het tentamen wordt de keuzeboom als bijlage gegeven.
Vraag 1
In een studie wordt getoetst of geslacht de kans op online slachtofferschap vergroot. Uit de
dataverzameling komen de volgende resultaten:
Wel slachtoffer Geen slachtoffer Totaal
Vrouwen 100 210 310
Mannen 40 150 190
Totaal 140 360 500
a. Bereken met behulp van de Odds Ratio welk gender het hoogste risico heeft op online
slachtofferschap. Interpreteer deze uitkomst.
b. Met welke statistische toets kan men toetsen mannen en vrouwen verschillen in het
wel of niet online slachtoffer worden in SPSS? Benoem alle stappen die je doorloopt
bij de keuzeboom.
Vraag 2
Stel je bent geïnteresseerd in het fenomeen gewapende overvallen en wilt hier graag
onderzoek naar doen.
a. Bedenk binnen dit thema een onderzoeksvraag die je met kwantitatieve methoden kunt
beantwoorden.
b. Bedenk binnen dit thema een onderzoeksvraag die je met kwalitatieve methoden kunt
beantwoorden.
c. De twee verschillende soorten onderzoeksvragen onder a en b resulteren in een andere
empirische cyclus. Beschrijf de verschillende fasen van de empirische cyclus van
kwalitatief onderzoek en leg uit hoe deze cyclus verschilt van de empirische cyclus
van kwantitatief onderzoek.
d. Welke databron is het meest geschikt om de onder b geformuleerde kwalitatieve
onderzoeksvraag te beantwoorden binnen het tijdsbestek van een half jaar? Leg uit
waarom.
Vraag 3
Voor een onderzoek naar migratiestromen zijn interviews afgenomen en is een dossieranalyse
uitgevoerd. Eén van de bevindingen wordt als volgt beschreven in het onderzoeksrapport:
In de interviews is expliciet ingegaan op de rol die het Europese asielbeleid speelt bij
de keuze voor een eindbestemming. Uit de interviewdata blijkt dat voor een significant
, deel van de migranten het Nederlandse asielbeleid niet van belang is bij het
besluitproces van de migrant.
Interviewer: “Zijn de Nederlandse asielregels belangrijk geweest voor jouw besluit om
naar Nederland te gaan?”
Migrant: “Nee, daar heb ik niet naar gekeken.”
….
De duur van het migratieproces lijkt wel een rol te spelen. Zo geeft een significant deel
van de migranten aan dat zij vooraf hebben gekeken naar de gemiddelde duur van het
doorlopen van het asielbeleid.
Welke drie fouten in het rapporteren van kwalitatieve data kun je vinden in de tekst?
Vraag 4
Je wordt gevraagd deel te nemen aan de ethische commissie van de Universiteit Leiden.
a. Geef kort aan welk ethisch aspect (van de zes basisprincipes van ethiek) in het
gedrang komen.
I. Een onderzoeker is het rapport met alle informatie over zijn respondenten
verloren in de trein.
II. Een van de meest interessante respondenten wil toch niet meewerken aan het
onderzoek, dus de onderzoeker besluit 5000 euro te bieden zodat de respondent
toch wil meenemen.
b. Geef kort aan op welk moment tijdens het onderzoek (voor, tijdens of na) je de
ethische aspecten van I en II (a) moet waarborgen.
Vraag 5
Henk is een onderzoeker en wil diagnostieke assumpties toetsen bij zijn onderzoek om de
betrouwbaarheid van de resultaten en de mogelijkheid tot generaliseren te beoordelen.
a. Hij wilt onderzoeken of de verdeling van de residuen random (1) , of juist
geconcentreerd is in een bepaald deel van het bereik van de afhankelijke variabele (2).
Benoem van welke twee opties (1 of 2) er in de onderstaande afbeelding sprake is en
benoem hierbij het begrip dat dit omschrijft.
Proeftentamen
!!!! De lengte van dit tentamen is niet representatief voor het echte tentamen 08-01.
Bij het tentamen wordt de keuzeboom als bijlage gegeven.
Vraag 1
In een studie wordt getoetst of geslacht de kans op online slachtofferschap vergroot. Uit de
dataverzameling komen de volgende resultaten:
Wel slachtoffer Geen slachtoffer Totaal
Vrouwen 100 210 310
Mannen 40 150 190
Totaal 140 360 500
a. Bereken met behulp van de Odds Ratio welk gender het hoogste risico heeft op online
slachtofferschap. Interpreteer deze uitkomst.
b. Met welke statistische toets kan men toetsen mannen en vrouwen verschillen in het
wel of niet online slachtoffer worden in SPSS? Benoem alle stappen die je doorloopt
bij de keuzeboom.
Vraag 2
Stel je bent geïnteresseerd in het fenomeen gewapende overvallen en wilt hier graag
onderzoek naar doen.
a. Bedenk binnen dit thema een onderzoeksvraag die je met kwantitatieve methoden kunt
beantwoorden.
b. Bedenk binnen dit thema een onderzoeksvraag die je met kwalitatieve methoden kunt
beantwoorden.
c. De twee verschillende soorten onderzoeksvragen onder a en b resulteren in een andere
empirische cyclus. Beschrijf de verschillende fasen van de empirische cyclus van
kwalitatief onderzoek en leg uit hoe deze cyclus verschilt van de empirische cyclus
van kwantitatief onderzoek.
d. Welke databron is het meest geschikt om de onder b geformuleerde kwalitatieve
onderzoeksvraag te beantwoorden binnen het tijdsbestek van een half jaar? Leg uit
waarom.
Vraag 3
Voor een onderzoek naar migratiestromen zijn interviews afgenomen en is een dossieranalyse
uitgevoerd. Eén van de bevindingen wordt als volgt beschreven in het onderzoeksrapport:
In de interviews is expliciet ingegaan op de rol die het Europese asielbeleid speelt bij
de keuze voor een eindbestemming. Uit de interviewdata blijkt dat voor een significant
, deel van de migranten het Nederlandse asielbeleid niet van belang is bij het
besluitproces van de migrant.
Interviewer: “Zijn de Nederlandse asielregels belangrijk geweest voor jouw besluit om
naar Nederland te gaan?”
Migrant: “Nee, daar heb ik niet naar gekeken.”
….
De duur van het migratieproces lijkt wel een rol te spelen. Zo geeft een significant deel
van de migranten aan dat zij vooraf hebben gekeken naar de gemiddelde duur van het
doorlopen van het asielbeleid.
Welke drie fouten in het rapporteren van kwalitatieve data kun je vinden in de tekst?
Vraag 4
Je wordt gevraagd deel te nemen aan de ethische commissie van de Universiteit Leiden.
a. Geef kort aan welk ethisch aspect (van de zes basisprincipes van ethiek) in het
gedrang komen.
I. Een onderzoeker is het rapport met alle informatie over zijn respondenten
verloren in de trein.
II. Een van de meest interessante respondenten wil toch niet meewerken aan het
onderzoek, dus de onderzoeker besluit 5000 euro te bieden zodat de respondent
toch wil meenemen.
b. Geef kort aan op welk moment tijdens het onderzoek (voor, tijdens of na) je de
ethische aspecten van I en II (a) moet waarborgen.
Vraag 5
Henk is een onderzoeker en wil diagnostieke assumpties toetsen bij zijn onderzoek om de
betrouwbaarheid van de resultaten en de mogelijkheid tot generaliseren te beoordelen.
a. Hij wilt onderzoeken of de verdeling van de residuen random (1) , of juist
geconcentreerd is in een bepaald deel van het bereik van de afhankelijke variabele (2).
Benoem van welke twee opties (1 of 2) er in de onderstaande afbeelding sprake is en
benoem hierbij het begrip dat dit omschrijft.