100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Exam (elaborations)

Examenvragen dierveredeling

Rating
-
Sold
-
Pages
28
Grade
7-8
Uploaded on
03-01-2024
Written in
2023/2024

Op basis van de slides en hoorcolleges werden alle oude examenvragen opgelost.

Institution
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
January 3, 2024
Number of pages
28
Written in
2023/2024
Type
Exam (elaborations)
Contains
Questions & answers

Subjects

Content preview

Examenvrage
n
Dierveredeling




Cara Mestdag
KU Leuven

, Pagina |1


Stel een selectieprogramma op voor:
 Geiten (melk in Togu, vlees of melk in Leuven)
 Varkens (in Spanje, in België; hamproductie met smaak in België  over welk vet gaat het? Intracellulair, berico))(Hoe zou je een
merker ontwikkelen voor de vleeskwaliteit bij varkens? Hoe gebruik je dit in je selectie?)
 Schapen (lam voor vlees in Leuven)
 Konijnen  vlees of pels
 Runderen (kwaliteitsvol vlees)
 Kippen (leghennen in de Kempen)

W AAROP GA JE SELECTEREN ?
W AAROM GA JE HIERVOOR SELECTEREN ?
H OE GA JE JE KENMERK METEN ?
W AT IS JE STRATEGIE ?
W ELKE TECHNIEKEN GA JE GEBRUIKEN VOOR JE STRATEGIE ?
H OE ZOU JE VIA GENETICA HET KENMERK OPTIMALISEREN ? H OE ZOU JE HET GENETISCH RENDEMENT
VERBETEREN ?


 Bevruchten via
o Kunstmatige inseminatie: gecontroleerd paren, veel minder mannelijke dieren nodig, meer op
mannelijke selecteren, vervoer niet nodig, agressiviteit beer/stier geen probleem, kost van stier niet
aanwezig, beste stieren wij verspreid gebruiken, vermijden van insleep van ziekten, je weet wanneer
kalf/veulen te verwachten
 Bij varkens: 1 ejaculaat voor 20 dosissen, meestal vers want invriezen is moeilijker;
injecteren in bronstige zeug( staarreflex, niet wegrennen wanneer op rug duwen, opgezwollen
vulva, meer rondwandelen  stappenteller
 Bij runderen: 1 ejaculaat voor 1000 dosissen; bewaren in rietjes met vloeibaar stikstof
(bevroren); sperma inbrengen met speciale catheder, bronsdetectie  vulva opgezwollen &
loopt meer rond
 Bij schapen nagenoeg niet  daar geven ze ram een wasco, wanneer op ooi geweest is er een
kleur
 Geiten: Saanen altijd
 Kippen: enkel KI in selectie (want kleine vrouw en grote man), bij dwergmoederdieren (1 gen
 moederdieren kleiner, minder voeder maar even grote eieren)
 Kalkoeken bij breedborstkalkoenen o.w.v. zeer grote hanen
o Embryo transfer: door een superovulatie te creëren (via hormoonbehandeling PMSG+prostaglandine)
neemt het aantal emrbyo’s toe.
 Vooral bij paarden en runderen
 Varken: minder goed ontwikkeld: ET
o Sexen van sperma (op voorhand selecteren op man of vrouw) via kleurstof dat X meer fluorescent
maakt (nadeel: verlies van sperma omdat oriëntatie perfect moet zijn om te zien met machine & je
centrifugeert  uiteindelijk blijft 10% sperma over)
 Bij varkens: geur beer opgeslagen in vetcellen, wanneer je bakt zal dit stinken daarom worden
ze als big gecastreert (onverdoofd), maar door te infecteren met antilichamen tegen GnRH
kan je ze immunocastratreren
 Overerving & selectie
o Erfelijkheidsgraad = aandeel van de fenotypische variatie dat verklaard kan worden vanuit de
(additieve) genetische variatie: h²=V A/(VA+VO) of H=VG/VP ligt tussen 0 en 1
 VP=VG+VO+VO*G fenotypische variatie = genetische variatie + variatie ten gevolge van
omgevingsfactoren + hun interactie
 Kenmerken met een hoge erfelijkheidsgraad = groot aandeel van de variatie is genetisch
aanleg  makkelijk om voor te selecteren (groei, vlees-vet verhouding, melkproductie 
PRODUCTIE)

, Pagina |2

 Kenmerken met lage erfelijkheidsgraad = klein aandeel van de variatie is genetisch aanleg 
minder makkelijk om voor te selecteren (vruchtbaarheid, langleefbaarheid 
REPRODUCTIE & VITALITEIT)
 Erfelijkheidscoëfficiënt bepaalt hoe je gaat selecteren
 Genetische vooruitgang is functie van de selectie-intensiteit, de fenotypische variatie en de
erfelijkheidsgraad: GS= i*VP*h² (i hangt af van het % dieren dat geselecteerd wordt)
 Gemiddeld zijn er minder mannelijke dan vrouwelijke dieren nodig: selectie-intensiteit =
groter  genetische vooruitgang is groter; VP mak klein zijn bij mannelijk dier.
 WORPGROOTTE bekijken via dochters (duurt lang: dekstier, wachtstier)
 VP mag niet te klein zijn  inteelt
 Y-as: populatie (aantal zeugen) & X-as: lengte (in cm)
 Hoe meer naar rechts hoe hoger I en hoe kleiner de populatiegrootte





 Bij varken gaat zeug aborteren als er minder dan 3 biggen zijn
o Fokwaardeschatting: geeft isnchatting van het aantal gunstige allelen. Voor mannen nauwkeuriger dan
voor vrouwelijke dieren. Want meer selectie bij mannelijke dieren
 Gegevens verzamelen en elke eigenschap een index toekennen fokwaarde = combinatie
kenmerken
 Stel er wordt van een stier verwacht dat hij het goed doet omdat zijn voorouders het goed
doen. Laat deze 100 koeien insemineren en kijken tot de melkproductie van de dochters 
GOED? Dan dekstier
 Als je wil selecteren op beter dan neem je dieren met een hogere fokwaarde dan het
gemiddelde
o Verwantschapsgraad geeft welke fractie van de genen gemeenschappelijk is in de verwante individuen
o Inteelt is gedefinieerd als het paren van verwanten. Beide ouders kunnen ook door toeval over
dezelfde genen beschikken zonder onderling verwant te zijn, dan wordt niet van inteelt gesproken.
o Inteeltcoëfficiënt is de kans dat de twee genen op een bepaald locus (willekeurig gekozen) in een
individu aan elkaar gelijk zijn (homozygotie) door afstamming. Omdat een individu per locus steeds 1
gen van elke ouder erft kan deze gelijkheid door afstamming enkel voorkomen indien de beide ouders
(x en y) over dezelfde genen beschikken en dus onderling verwant zijn. Kan ook gedefiniëerd worden
als de proportie van de loci van een individu dat homozygoot is door afstamming.
o Inteelt zorgt dat de genenpoel verkleint, maar maakt kenmerken homozygoot, maar die kan je ook
hebben voor genen dat je niet wil  opletten voor inteeldepressie (grootste invloed op kenmerken
met lagere erfelijkheidsgraad)
o Zuivere lijnen = ingeteelde lijn, een lijn waarbinnen de genetische variatie kleiner is dan tussen lijnen
o Kruising: paren van dieren die behoren tot verschillende rassen of lijnen (om gewenste eigenschapen
in te brengen  heterosiseffect
 Heterosis = bastaardsuperioriteit (de gekruiste nakomeling is beter dan de gemiddelde van de
ouderrassen)
$4.17
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached


Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
caramestdag Katholieke Universiteit Leuven
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
114
Member since
3 year
Number of followers
37
Documents
74
Last sold
1 week ago

4.1

8 reviews

5
2
4
5
3
1
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions