OLO – Oriëntatie op het vak van onderwijzen Hoofdstuk 4
De klas als leefdomein
4.1 De klas als sociale omgeving
Positief oordeel
Plezier ontleent men aan een goede, gezellige sfeer, goed contact met
leeftijdgenoten, interessante leerstof, goed contact met docenten en leuke
buitenschoolse activiteiten. leefdomein
Negatief oordeel
Plezier ontneemt men aan een oninteressante leerstof, slecht contact met de
leraar en leeftijdgenoten, strenge regels en weinig vrijheid. leerdomein
AANTEKENING
De klas als sociale omgeving
- Positieve oordelen: sfeer, contact met klasgenoten en docenten
Leefdomein
- Negatieve oordelen: geen interessante leerstof, strenge regels, huiswerk
Leerdomein
Meerderheid beoordeelt naar school gaan als positief
4.2 Afliatie
Afliatie
De behoefte aan contact met anderen.
Evolutionaire verklaring
Bijvoorbeeld dat mensen graag in contact zijn met mensen in geval van nood om
zo samen met elkaar te overleven.
AANTEKENING
Relaties tussen leerlingen
- Affiliatie: de behoefte aan contact met anderen
Dit biedt bescherming en informatie
- Interpersoonlijke attractie: positieve gevoelens tussen mensen
Affectieve dimensie smmpathie
status-dimensie belangrijkheid
1
, OLO – Oriëntatie op het vak van onderwijzen Hoofdstuk 4
De klas als leefdomein
4.3 Het ontstaan van interpersoonlijke relaties
Interpersoonlijke relaties
Als iets een onderlinge relatie heeft.
Hierbij spelen een rol:
1. Ruimtelijke nabijheid en contact
2. Aantrekkelijkheid
3. Gelijkheid
4.3.1 Ruimtelijke nabijheid en contact
Louter blootstelling
Personen die men regelmatig tegenkomt.
De regelmatige aanwezigheid van een persoon maakt die persoon vertrouwd
en dat roept positieve gevoelens op. We leren personen te waarderen waar we
vaak me geconfronteerd worden, ook al was dat in het begin nog niet het geval.
4.3.2 Aantrekkelijkheid
Fysieke aantrekkelijkheid
De aanleiding om iemand leuk te vinden (niet perse liefde), de eerste indruk die
van iemand krijgen is de bepalende factor.
Aantrekkelijkheid
Iemand kan aantrekkelijk zijn door de mate waarin die persoon vriendelijk is in de
omgang.
Beginsel van wederkerigheid
De neiging om anderen te behandelen zoals we zelf behandeld willen worden.
Bijzondere kwaliteiten
Zoals slim zijn, humor hebben, uitblinken in sport of populair zijn in de groep.
Hoge status
Door deze bijzondere kwaliteiten kan iemand een hoge status hebben rang in
de maatschappij.
4.3.3 Gelijkheid
Gelijkheid
Bijvoorbeeld leeftijd en sekse.
Sociale klasse
Is een groepering van mensen op basis van een soortgelijke economische positie
en de daaruit volgende levenskansen.
Etniciteit
Een verzameling van culturele kenmerken en gedragingen die door een groep
mensen worden gedeeld en van generatie op generatie overgedragen worden.
Gelijke opvattingen
Het eens zijn met elkaar/consensus.
AANTEKENING
2
De klas als leefdomein
4.1 De klas als sociale omgeving
Positief oordeel
Plezier ontleent men aan een goede, gezellige sfeer, goed contact met
leeftijdgenoten, interessante leerstof, goed contact met docenten en leuke
buitenschoolse activiteiten. leefdomein
Negatief oordeel
Plezier ontneemt men aan een oninteressante leerstof, slecht contact met de
leraar en leeftijdgenoten, strenge regels en weinig vrijheid. leerdomein
AANTEKENING
De klas als sociale omgeving
- Positieve oordelen: sfeer, contact met klasgenoten en docenten
Leefdomein
- Negatieve oordelen: geen interessante leerstof, strenge regels, huiswerk
Leerdomein
Meerderheid beoordeelt naar school gaan als positief
4.2 Afliatie
Afliatie
De behoefte aan contact met anderen.
Evolutionaire verklaring
Bijvoorbeeld dat mensen graag in contact zijn met mensen in geval van nood om
zo samen met elkaar te overleven.
AANTEKENING
Relaties tussen leerlingen
- Affiliatie: de behoefte aan contact met anderen
Dit biedt bescherming en informatie
- Interpersoonlijke attractie: positieve gevoelens tussen mensen
Affectieve dimensie smmpathie
status-dimensie belangrijkheid
1
, OLO – Oriëntatie op het vak van onderwijzen Hoofdstuk 4
De klas als leefdomein
4.3 Het ontstaan van interpersoonlijke relaties
Interpersoonlijke relaties
Als iets een onderlinge relatie heeft.
Hierbij spelen een rol:
1. Ruimtelijke nabijheid en contact
2. Aantrekkelijkheid
3. Gelijkheid
4.3.1 Ruimtelijke nabijheid en contact
Louter blootstelling
Personen die men regelmatig tegenkomt.
De regelmatige aanwezigheid van een persoon maakt die persoon vertrouwd
en dat roept positieve gevoelens op. We leren personen te waarderen waar we
vaak me geconfronteerd worden, ook al was dat in het begin nog niet het geval.
4.3.2 Aantrekkelijkheid
Fysieke aantrekkelijkheid
De aanleiding om iemand leuk te vinden (niet perse liefde), de eerste indruk die
van iemand krijgen is de bepalende factor.
Aantrekkelijkheid
Iemand kan aantrekkelijk zijn door de mate waarin die persoon vriendelijk is in de
omgang.
Beginsel van wederkerigheid
De neiging om anderen te behandelen zoals we zelf behandeld willen worden.
Bijzondere kwaliteiten
Zoals slim zijn, humor hebben, uitblinken in sport of populair zijn in de groep.
Hoge status
Door deze bijzondere kwaliteiten kan iemand een hoge status hebben rang in
de maatschappij.
4.3.3 Gelijkheid
Gelijkheid
Bijvoorbeeld leeftijd en sekse.
Sociale klasse
Is een groepering van mensen op basis van een soortgelijke economische positie
en de daaruit volgende levenskansen.
Etniciteit
Een verzameling van culturele kenmerken en gedragingen die door een groep
mensen worden gedeeld en van generatie op generatie overgedragen worden.
Gelijke opvattingen
Het eens zijn met elkaar/consensus.
AANTEKENING
2