100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Exam (elaborations)

100 oefenvragen Inleiding in de Forensische Psychologie

Rating
4.0
(3)
Sold
33
Pages
23
Grade
7-8
Uploaded on
02-01-2024
Written in
2023/2024

Dit oefententamen bevat 100 oefenvragen voor het vak Inleiding in de Forensische Psychologie. Voor de moeilijkere vragen staat er uitleg gegeven. Dit oefententamen is gemaakt op basis van de colleges, de slides en de bijbehorende artikelen.

Show more Read less
Institution
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
January 2, 2024
Number of pages
23
Written in
2023/2024
Type
Exam (elaborations)
Contains
Questions & answers

Subjects

Content preview

1. Waar houdt de klinische forensische psychologie zich in zijn grote geheel niet
mee bezig?
A. Cognities
B. Diagnostiek
C. Persoonlijkheid
D. Agressiviteit

2. Waar houdt iemand die aan pro-Justitia rapportage doet zich mee bezig?
A. Onderzoek door een psychiater of psycholoog die naar een persoon die
betrokken is bij een rechtszaak
B. Onderzoek door een psychiater of psycholoog naar een verdachte in een
rechtszaak
C. Onderzoek door een psychiater of psycholoog naar een delinquent na
veroordeling
D. Onderzoek door een psychiater of psycholoog naar een delinquent voor de
veroordeling

3. Beoordeel de volgende stellingen:
- Hoe eerder iemand de fout in gaat, hoe hardnekkiger de problemen
- Onder curatele van familie houdt in dat iemand zich onveilig voelt bij zijn
familie
A. Stelling 1 is waar, stelling 2 is niet waar
B. Stelling 1 is niet waar, stelling 2 is waar
C. Beide stellingen zijn waar
D. Beide stellingen zijn niet waar

4. Beoordeel de volgende stellingen
- In de verlichting kon familie een machtiging voor opsluiting afgeven
- Voor de verlichting waren er dolhuizen, waarbij er harde straffen waren om
de persoon te genezen
A. Stelling 1 is waar, stelling 2 is niet waar
B. Stelling 1 is niet waar, stelling 2 is waar
C. Beide stellingen zijn waar
D. Beide stellingen zijn niet waar

5. Waar staat Pinel bekend om?
A. Hij bedacht de Krankzinnigenwet, een wet die is bedacht om mensen niet
alleen op te sluiten, maar ook te behandelen
B. Manie sans délire = gemoedstoestand zonder aantasting van het verstand. Ook
mensen met een normaal IQ plegen delicten
C. Hij bedacht de opvolger van de krankzinnigenwet, de Wet Bijzondere
Opnemingen in Psychiatrische Ziekenhuizen (BOPZ)
D. Hij had invloed op de psychopatenwetten

6. Welke uitspraak beschrijft het strafrecht tijdens de Codé pénal het beste?
A. Het opsluiten van een delinquent beschermd de samenleving het beste
B. Zonder oordeel des onderscheids
C. Een gewaarschuwd mens telt voor twee
D. Manie sans délire

,7. Welk van de volgende criteria wordt in ieder geval geschonden in de volgende
uitspraak: Pieter krijgt na de moord op twee wildvreemden een communicatietraining
opgelegd van de rechter.
A. Doelmatigheid
B. Subsidiariteit
C. Functionaliteit
D. Proportionaliteit

8. Welke criteria hoort niet bij het opleggen van een TBS-maatregel?
1. Die indien niet behandeld tot herhaling van delict lijkt
2. Niet (helemaal) verantwoordelijk te houden als gevolg van psychische
ziekte of stoornis
3. Persoonlijke motieven waren de aanleiding voor het delict

A. Regel 1, 2 en 3
B. Alleen regel 1 en 2
C. Alleen regel 2
D. Alleen regel 3

9. Wat waren de belangrijkste bevindingen van de Commissie Visser
Parlementair Onderzoek in 2006?
A. Betere aansluiting tussen de justitiële en reguliere zorg
B. Meer voorzieningen op maat
C. Langer volgen van de tbs-gestelden na voorwaardelijke beëindiging
D. Meenemen van vroeger opgelopen psychisch letsel in behandeling


10. Wat is de meest frequente diagnose, volgens de cijfers van het FOD Jusitite in
België onder geïnterneerden?
A. Mentale beperking
B. Psychotische stoornis
C. Persoonlijkheidsstoornis
D. Middelengebruik


11. Wat is het hoofddoel van het RNR (Risk-Needs-Responsitivity) model?
A. Het reduceren van crimongenic needs
B. Het reduceren van dynamische risicofactoren
C. Het reduceren van statische risicofactoren
D. Het reduceren van psychologic needs


12. In de 20e eeuw stelde Van Hamel voor om bij lichtere vergrijpen, een maatregel
ter afschrikking, bij zwaardere vergrijpen, een behandeling en verpleging van langere
duur en bij zeer zware gevallen, een terbschikkingstelling van de regering. Op welk
van de drie principes van het RNR-model sluit dit het beste aan?
A. Need-principe
B. Responsitivity-principe
C. Risk-principe
D. Relatoinship-principe

, 13. Wat zou geen onderdeel kunnen zijn van algemene responsiviteit van een
psycholoog richting zijn cliënt?
A. Warme band met een cliënt
B. Het geven van positieve modellen voor de cliënt
C. Het bekrachtigen van positief gedrag van de cliënt
D. Het aanpassen van leerstijlen naar de voorkeur van de cliënt


14. Wat meet de HKT-R?
A. Seksuele delicten in Amerika
B. Seksuele delicten in Nederland
C. Algemene delicten in Amerika
D. Algemene delicten in Nederland


15. Wat meet de SAVRI?
A. Meet seksuele delicten zonder geweld
B. Meet algemene delicten voor jeugd (tot 23 jaar)
C. Meet psychopathie onder jongeren (tot 21 jaar)
D. Meet seksuele delicten onder adolescenten (tot 21 jaar)


16. Wat is het belangrijkste aspect voor een lage kans op recidive na behandeling,
en welke RNR- principe hoort daarbij
A. Een normale omgeving – risk principe
B. Een normale omgeving – needs principe
C. Een rustgevende baan – risk principe
D. Een rustgevende baan – needs principe


17. Welke kritiek hoort niet bij het RNR model?
A. Weinig focus op responsitiviteit van patiënt en motivatie voor therapie
B. One-size fits all benadering
C. Te weinig focus op patiënt-therapeut relatie
D. Alles wat het RNR-model heeft, heeft het GLM model ook


18. Welke van de volgende pijlers past niet bij het GLM model?
A. Geeft aan welke vaardigheden en capaciteiten nodig zijn voor het starten met
behandeling (treatment readiness)
B. Het bekijken van de positieve eigenschappen van de cliënt en die positief
aanpassen
C. Criminogene behoeften: verstoringen in de interne en externe voorwaarden
voor verwezenlijken psychosociale goederen
D. Positieve benadering gebaseerd op sterke punten daders
19. Wat meet de SVR-20
A. Seksueel delict
B. Gewelds delict
C. Reactief delict
D. Financieel delict
$9.53
Get access to the full document:
Purchased by 33 students

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Reviews from verified buyers

Showing all 3 reviews
1 year ago

1 year ago

1 year ago

There are some errors in the questions and answers. Furthermore, a nice document to help you study.

4.0

3 reviews

5
1
4
1
3
1
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
FrancisRaats Tilburg University
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
115
Member since
3 year
Number of followers
42
Documents
4
Last sold
4 days ago

4.1

8 reviews

5
3
4
3
3
2
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions