100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Inleiding in de journalistiek samenvatting colleges en literatuur

Rating
-
Sold
1
Pages
32
Uploaded on
21-12-2023
Written in
2023/2024

Hierbij een samenvatting van inleiding in de journalistiek. 30 pagina's inclusief alle colleges en literatuur! Het is een overzichtelijke samenvatting en alles komt er in terug wat je moet weten. Leer alle begrippen goed uit je hoofd want bij de open vragen moet je deze op kunnen schrijven. Bij de gesloten vragen is uitleg van het begrip van toepassing.

Show more Read less
Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
December 21, 2023
Number of pages
32
Written in
2023/2024
Type
Summary

Subjects

Content preview

College 1: introductie/ College 2: de krant
Nieuwe journalistiek/burgerjoournalistiek = burgers die continu op de
hoogte zijn van het laatste nieuws en zelf een actieve rol spelen in het
maken van nieuws (betrokken bij het journalistieke proces).  verdwijnen
grenzen tussen professionele journalisten en burgerjournalisten.  van
een gesloten systeem naar een open ecosysteem.
 NL eerst een informatiesamenleving. Nu: een netwerksamenleving.

H3: Persfotografie
belangrijke factoren in de ontwikkeling:
1. Technische ontwikkeling
2. Ontwikkeling pers- en journalistiek
3. Populariteit en toegankelijkheid
4. Professionalisering beroep

3 periodes:
1. Innovatie (1837-1921)
geen fotos (uitvinder fotos: Niepce), tekst droog, beroep fotograaf
kwam op.
daguerre/daguerretypie = eerste fotografietechniek die op
grote schaal toegepast kon worden.
Talbot/kalotypie = reproductietechniek + begin moderne
fotografie
Mensenbach = foto + tekst tegelijkertijd gedrukt
Weerstand  geloof wilde geen afbeeldingen, maatschappelijk:
mensen vonden fotos maar voor de domme, manipulatie van de fotos
gebeurde al snel.
2. Stabilisering (1921-1990)
technische ontwikkelingen (leica, flitslampen en gevoelig
fotomateriaal),
gelijkshakeling van de pers (1940-1945) = WOII = pers onder
controle van toezichthouders, censuur, na 1945 bloei van
persfotografie. (robert capa bekende fotograaf).
3. Digitalisering (1990-Nu)  het omkeerpunt.
digitalisering zorgde voor veel fotos, door mobiel burgers helpen
mee aan de journalistiek  weerstand: persfotograaf moeite om
boven water te blijven moet andere financiele middelen zoeken.


H4: Voorbij Gouden Eeuw.
- innovatie (nieuwsapp, podcasts, websites, gratis kranten (zorgde voor
werkgelegenheid en mensen meer lezen)) cruciaal, voor kranten om
verliezen te compenseren (jaren 80-90 gouden eeuw wat heel veel
oplages, na 2000 daling)

,Eerst waren er journalisten en kranten (pluriformiteit) die met elkaar
concurreerde, zij hielden elkaar scherp in de gaten.  door digitalisering
verdwenen regionale kranten (te weinig oplages)  fusie  monopolie
(DPG en Mediahuis) positie en weinig variatie in nieuws. Nadeel:
concurrentie weg maar dat is wenselijk, en kleinere redacties maar
evenveel nieuws of meer (druk en stress omhoog)

Kreditietcrisis 2008 zorgde voor sterke afname adverteerders  digitale
platformen werden aantrekkelijk.
Er kwamen paywalls of losse artikelen kopen.

werkcode voor de freelancers: In een werkcode was afgesproken dat
freelancers omgerekend hetzelfde gingen verdienen als journalisten in
vaste dienst, plus 67 procent om verzekeringen, belasting, vrije dagen te
kunnen betalen.  Grote uitgevers profiteerde lang van de concurrerende
freelancers die voor weinig geld werk leverde.
+ freelancers door werkcode meer collectieve stootkracht
- lost niet de scheve machtsverhouding op. Zo blijft overstappen naar een
concurrent die beter betaalt lastig. Op regionaal niveau is er bijvoorbeeld
meestal maar één krant.
- werk freelancer mag maar onbeperkt door worden geplaatst.
‘’De freelancers worden tegen elkaar uitgespeeld: als de één een
onderbetaalde klus niet aanneemt, doet de ander het wel.’’

Duopolie: (massamedia wordt voorgetrokken, kleine regionale uitgevers
blijven achter)
Er bleven hierdoor meer kranten bestaan, kosten werden gedeeld. Maar de
eigen identiteit van de kranten verdween en je bent zeer afhankelijk als
journalist en dagblad. Vooral kleine titels lijden onder de consolidatie
(samenvoeging). Kunnen wel grote vuistvormen tegen mediabedrijven
zoals Google en Facebook. En dankzij schaalvergroting wordt er op druk-
en distributiekosten bespaard.

HC1:
korte gescheidenis:
1. Drukpers in de 15e eeuw + letters in lood
2. Rotatiepers + stoomkracht  massamedia komt op in 1850
3. Telegraaf: sneller nieuws over de wereld.
4. Persbureaus komen op (ANP)
Journalistieke objectiviteit kwam op: vooral uit een commercieel
perspectief, door een neutrale toon werd nieuws beter verkocht.
Belangrijk: een uitvinding is een verbeterde versie van het oude, een
innovatie is iets dat volgt uit de uitvinding en totaal nieuw is. (persbureaus

,volgen uit telegraaf bv)

Massamedium door: meer scholing  meer mensen lezen, industriesteden
behoefte aan informatie, toenemende welvaart, penny press (goedkope
kranten door advertenties), geen belasting, meer vrijheid van
meningsuiting, inhoud steeds interessanter (human interest)
Daling kranten door: digitalisering  tv/internet, mobiliteit nam toe 
mensen minder verbonden eigen regio, immigratie  minder alleen met
NL, mediaconsumptie veranderde  internet, daling advertenties
inkomsten naar online platforms, gratis online nieuws.
Oplossingen krant:
1. Vernieuwing; digitalisering (verbeterde gebruikservaring), nieuw
formaat, gericht op jongeren. Digitale abonnementen en paywalls.
2. Operationeel: mensen ontslaan, bezuinigen. Richten op
kwaliteitsjournalistiek om abonnementen te behouden  uniek blijvend.
3. Strategisch: fuseren kranten. Samenwerkingen/partnerships

Verandering voor journalisten  ontslagen/inkrimpen, media in andere
vormen maken (filmpjes, podcasts etc), freelancers.

College 3: de omroep
Opkomst tv zorgde voor gemengde gevoelens. Maatschappelijke zuilen
kregen controle (protestanten, katholieken, socialisten en liberalen). Er
ontbrak een autonome en onafhankelijke omroep.
 Tv was spreekbuis voor de eigen ideologie en achterban, MAAR mensen
gingen ook naar andere zuilen kijken.


1961 – keerpunt – de tv ging de radio voorbij
1965 – Filmstijl (1950-1965), NTS-journaal, zuilen, tijdloos en neutraal
nieuws, geen presentator in beeld, in sterke mate gepersonaliseerd door
presentator. Buitenlandsnieuws was vaak weken of maanden oud.
Reportages hinder door ontbreken goede appratuur (zware camera’s geen
geluid), zuivere politieke items waren zeldzaam.
 Achterkamertjes overleg. Zuilen wilde alle controle hebben.

jaren 60  barsten ontstaan in zuilen.  Hoepla (taboes; naaktheid en
dronken militairen), jongeren generatie kwam op. Bij 3 omroepen
verandering zichtbaar (VARA, KRO, VPRO)

1965-1986 – de persstijl – onafhankelijke en kritische rol, confrontaties
autoriteiten, politiek niet meer heilig, kwam een nieuwslezer, hogere
snelheid van nieuws.

, nieuwe tv-journalistiek
1. Confrontatie = hoor en wederhoor
2. Emancipatie = aandacht voor de achtergestelde groepen

eind jaren 60 – de strijd om een nieuwe maatschappij = polarisatie
(versterking tegenstellingen groepen) (progeressief en conservatief)

1967 – 95%h had een tv.
 professionalisering tv-journalistiek. (opleidingen, freelancers, technische
ontwikkelingen; betere/lichtere camera’s, direct cinema)

Aantreden Den Uyl  keerpunt  schaduwkabinet.  ministers niet heilig,
openheid was uniek want ze werden direct benaderd, politiek gebruikte
media om andere partijen onder druk te zetten, observatiejournalistiek
kwam op, ontmaskering machtsstructuren.

jaren 90 – talkshows (diepgang en discussie)
1989 – commerciele omroepen zoals RTL (verschuiving hard naar zacht
nieuws)

Elk net kreeg eigen journalistieke inkleuring, journalistieke continuïteit,
dagelijkse frequentie, horizontale programmering (zelfde tijd iedere dag),
objectiviteit + onafhankelijkheid vaste norm, journalistiek kwam meer
tussen de politiek.
 ego journalistiek  doelgericht met eigen inkleuring, vanuit eigen visie,
moderne journalistiek meer persoonlijk

NU: de tv-stijl – professionalisering + onafhankelijkheid zette zich voort.
(conventionele benadering = nadruk op hardnieuws, populaire benadering
= human interest + gezelligheid, publieke benadering = hart van NL gaat
de wijk in)
 Multimediale omroepen: Tegenwoordig opereren omroeporganisaties op
meerdere platforms, waaronder televisie, radio, online streamingdiensten
en sociale media.

HC2:
verantwoordelijke actoren bij de omroep:
1. NPO  heeft eigen gedragscodes/journalistieke codes.
2. De ombudsman van NPO  onderzoekt klachten van mensen
3. Commissariaat van de Media  houdt toezicht op de Mediawet;
omroepen mogen bijv geen haat verspreiden.
4. Ministerie van onderwijs, cultuur en wetenschap  gaat over de
publieke omroep

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
yaelaimee Universiteit Leiden
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
28
Member since
2 year
Number of followers
16
Documents
9
Last sold
2 months ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions