Hoofdstuk 1 Screenen op Diabetes Mellitus
Het begin van de glucoseverhoging bij DM2 gaat meestal niet gepaard met klachten, daarom is het
onbekend vanaf wanneer mensen DM2 hebben. Ze kunnen hier soms al jaren mee rondlopen. Zij
lopen in die jaren wel al risico’s op het krijgen van complicaties, bijvoorbeeld retinopathie
(oogafwijking) en albumineverlies in urine.
Veneus plasma in lab
Normaal Glucose nuchter < 6,1
Glucose niet nuchter < 7,8
Gestoord nuchtere glucose Glucose nuchter > 6,1 en < 7,0 én
Glucose niet nuchter < 7,8
Gestoorde glucosetolerantie Glucose nuchter < 6,1 én
Glucose niet nuchter > 7,8 en < 11,1
Diabetes mellitus Glucose nuchter > 7,0
Glucose niet nuchter > 11,1
Referentiewaarden bloedglucose volgens NHG-Standaard (mmol/l)
Beslisboom screening op diabetes mellitus
,Hoofdstuk 2 Diagnostiek van Diabetes Mellitus
Gestoorde nuchtere glucose: een geringe verhoogde niet-nuchtere glucosewaarde bij een normale
nuchtere glucosewaarde.
De diagnose DM2 mag pas worden gesteld, wanneer meting van een verhoogde waarde leidt tot een
vermoeden van DM, en dat vermoeden wordt bevestigd door een nuchtere bepaling enkele dagen
later. Nuchtere glucosewaarden in het lab hebben de voorkeur ivm zorgvuldigheid.
Patiënten met klachten die passen bij hyperglycemie, en bij wie op een willekeurig moment met een
draagbare meter een glucosewaarde van meer dan 12,7 wordt gevonden hoeven niet nog een keer
naar het lab. De diagnose mag dan al gesteld worden.
Als de diagnose gesteld is, moet er overleg plaatsvinden met een arts, om eventuele andere oorzaken
uit te sluiten, zoals stress en infectieziekten (kunnen tijdelijk de bloedglucosewaarden stijgen).
Daarnaast kan het zijn dat het een patiënt is met DM1. De kans dat het DM1 betreft neemt toe
naarmate de patiënt jonger is, hogere bloedglucosewaarden heeft die in korte tijd zijn ontstaan en de
patiënt een normaal lichaamsgewicht heeft.
Eens diabetes, altijd diabetes?
Sommige patiënten weten middels het aanpassen van hun leefstijl de diabetesregulatie zodanig te
verbeteren dat DM2 verdwenen lijkt. Echte genezing van DM2 is niet mogelijk de onderliggende
pathofysiologie veranderd wel bij sommige mensen, maar geneest niet. Daarnaast impliceert de term
‘genezing’ dat alle tijdens de diabetes ontstane schade ook verdwenen is na het bereiken van de
goede glucoseregulatie en dat DM2 niet meer kan ontstaan. Dit is echter niet het geval. Het is daarom
beter om in sommige gevallen van remissie te spreken. Na het bereiken van deze remissie kan, in
overleg met de patiënt, overwogen worden om controles minder frequent uit te voeren. Hierbij
spelen verschillende factoren een rol:
Duur van de diabetes.
Mate waarin de noodzakelijke leefstijlaanpassingen kunnen worden volgehouden.
(Hoge) leeftijd van de patiënt.
Aanwezigheid van verdere CVR factoren.
Tijdsduur van terugkeer naar normaalwaarden van de bloedglucosewaarden.
De praktijk:
Overweeg de diagnose “diabetes in remissie” bij patiënten die zonder bloedglucose
verlagende medicatie > 5 jaar normoglycemisch zijn (GlucN lab < 7 en HbA1c < 48), en die
geen microvasculaire complicaties hebben.
Overleg met patiënt om eventueel controles te verminderen. Wat betreft preventie en
controle op macrovasculaire complicaties: volg CVRM richtlijn. Op diabetes gerelateerde
microvasculaire complicaties hoeft niet te worden gecontroleerd.
Controleer jaarlijks nuchtere glucose in lab of eerder bij klachten.
, Beslisboom diagnostiek diabetes mellitus