Werkcollege 2
Pijn en pijnbestrijding; anatomie&fysiologie (blz. 290-294)
Pijn = een onplezierige, sensorische en emotionele ervaring die gepaard gaat met feitelijke of mogelijke
weefselbeschadiging (IASP)
Nocisensoren = pijnsensoren
De belangrijkste pijnsensoren worden gevormd door de onbedekte uiteinden van zenuwbanen, die overal in
het lichaam lopen (perifere zenuwstelsel).
Reageren op verschillende pijnstimuli: verhoogde druk weefsel, extreme warmte/kou, irriterende stoffen
- Één ding gemeen: weefselschade
o Bij weefselschade wordt bradykinine gevormd
o Dit zet het onstekingsproces ingang
Somatische pijn
Somatische pijn kan uitgaan van huid, spieren of gewrichten.
Oppervlakkige somatische pijn
pijn scherp en stekend, vaak ‘gillen’ van pijn
Bovenste huidlagen of de slijmvliezen
Kortdurend (door snelle AS-vezels, geleid de pijn snel naar het ruggenmerg)
Diepe somatische pijn
Branderig, zeurend of jeukend.
Diepere huidlagen of spieren/gewrichten
Langdurig (door langzame C-vezels)
Fantoompijn
Chronisch pijngevoel hebben in hun (niet meer bestaande) ledemaat
Oorzaak niet duidelijk
Viscerale pijn
Ontstaat door prikkeling van de nocisensoren in de organen borst- en buikholte. Net als diepe somatische
pijn: dof en knagend.
Meest voorkomende oorzaken: extreme rek, bloedeloosheid en spierkrampen
Reist zelfde route als somatische pijn, daarom pijn in de hersenen nog wel misverstaan
- Referred pain (afgeleide pijn)
Pijn geleiding
Zowel oppervlakkig/diepe somatische pijn als viscerale pijn maken via synapsen (één richting) contact met
zenuwcellen in het dorsale gedeelte van het ruggenmerg. Prikkels worden verwerkt eb via opstijgende banen in het
ruggenmerg onder andere doorgegeven naar de thalamus (spinothalamische banen). Hiervandaan lopen veel
verbindingen naar lymbisch systeem, waardoor pijngewaarwording ontstaat.
Afdalende banen vanuit de medulla oblongata (verlengde merg) blijken een remmende invloed te hebben op
de overdracht van de pijnprikkel
- Stimulatie leidt tot vrijkomen endorfinen en enkefalinen, die de impulsoverdracht in de synapsen
remmen
De ‘poort theorie’ voegt een andere prikkel erbij toe. Door bijvoorbeeld wrijving komen er impulsen van de
tastsensoren (dikkere vezels, snellere pijn geleiding). Als dit overheerst sluit de poort en wordt de
pijngewaarwording minder.
Pijnbeleving
Iedereen heeft dezelfde pijndrempel: wanneer een bepaalde prikkel een bepaalde intensiteit heeft bereikt,
neemt iedereen pijn waar.
De reactie op pijn is individueel
De beleving van pijn speelt ook een rol (acute situatie voel je minder pijn)
Bij langdurige aantal pijnprikkels te verwerken, wordt de gevoeligheid voor pijn sterk vergroot =hyperalgesie.
(bvb. Bij een hete douch na verbranding van zon)
, Werkcollege 2
Pijnbestrijding
Analgesie = pijnbestrijding en anesthesie = gevoelloos maken
Perfire analgetica
- NSAID’s (Non-steroidal-anti-inflammatory-drug)
o Acetylsalicylzuur, ibuprofen, naproxen en diclofenac etc.
o Remmen het enzym cyclo-oxygenase, waarvan 2 vormen bekend zijn:COX1 en COX2
- COX2-remmers
o Remmen het tweede type cyclo-oxygenase
o Veel cardiale bijwerkingen
- Paracetamol
o Werking niet helemaal duidelijk, werkt ook koortsverlagend
Lokale anesthetica
- Lidocaïne
o Blokkeert natriumpoorten in de zenuwcellen, waardoor deze niet kunnen depolariseren en er
geen actiepotentialen kunnen worden opgewekt
o Ook soms als antiaritmicum of bij epidurale anesthesie
- Bupivacaine
o Epidurale anesthesie
Centrale analgetica
- Morfine en morfinomimetica
o Pethidine
o Blokkeren impulsoverdracht in de synapsen van de pijpbanen in ruggenmerg, zoals de
endorfinen dat doen
o Bijwerking: ademdepressie
Ontstekingsreactie; pathologie (blz.94-97)
Wat is ontstekingsreactie?
= een lokale reactie van het lichaam op cel- en weefselbeschadiging
Oorzaken weefselbeschadiging: micro-organismen, verbranding, allergie, chemische stoffen, wonden,
maligniteiten
- Als micro-organismen de oorzaak vormen, zal dit ook terug te vinden zijn in de ontsteking. > steriele
ontsteking (meest voorkomende)
Zodra er weefselbeschadiging optreedt
komen ontstekingsmediatoren (interleukine, histamine en prostaglandines) vrij. Deze zetten lokaal de
ontstekingsreactie in gang.
Andere ter plekke gevormde stoffen komen in het bloed
- Bereiken specifiek witte bloedcellen die de antilichaamvorming reguleren (lymfocyten)
Uit beenmerg worden granulocyten gemobiliseerd
- De granulocyt kan zich vormen zodat het passeren van de bloedvatwand gemakkelijk is
1. Aanhechting leukocyten aan vaatwand
2. Vervolgens wordt pseudopodia gevormd waarmee de leukocyt zich tussen enotheelcellen door kan wringen
(diapedese)
3. Leukocyten gaan naar ontstekingsgebied
4. Fagocyteren (lichaamsvreemd in cel opgenomen, gedood en afgebroken wordt) de granulocyten de
beschadigde factoren
Deze directe afweer is meestal zeer effectief. De granulocyten zijn niet kieskeurig alles wat niet in het lichaam thuis
hoort wordt aangevallen.
Naast granulocyt is er ook een monocyt bij de directe of niet-specifieke afweer betrokken
Komt later in ziektebeeld aan
Pijn en pijnbestrijding; anatomie&fysiologie (blz. 290-294)
Pijn = een onplezierige, sensorische en emotionele ervaring die gepaard gaat met feitelijke of mogelijke
weefselbeschadiging (IASP)
Nocisensoren = pijnsensoren
De belangrijkste pijnsensoren worden gevormd door de onbedekte uiteinden van zenuwbanen, die overal in
het lichaam lopen (perifere zenuwstelsel).
Reageren op verschillende pijnstimuli: verhoogde druk weefsel, extreme warmte/kou, irriterende stoffen
- Één ding gemeen: weefselschade
o Bij weefselschade wordt bradykinine gevormd
o Dit zet het onstekingsproces ingang
Somatische pijn
Somatische pijn kan uitgaan van huid, spieren of gewrichten.
Oppervlakkige somatische pijn
pijn scherp en stekend, vaak ‘gillen’ van pijn
Bovenste huidlagen of de slijmvliezen
Kortdurend (door snelle AS-vezels, geleid de pijn snel naar het ruggenmerg)
Diepe somatische pijn
Branderig, zeurend of jeukend.
Diepere huidlagen of spieren/gewrichten
Langdurig (door langzame C-vezels)
Fantoompijn
Chronisch pijngevoel hebben in hun (niet meer bestaande) ledemaat
Oorzaak niet duidelijk
Viscerale pijn
Ontstaat door prikkeling van de nocisensoren in de organen borst- en buikholte. Net als diepe somatische
pijn: dof en knagend.
Meest voorkomende oorzaken: extreme rek, bloedeloosheid en spierkrampen
Reist zelfde route als somatische pijn, daarom pijn in de hersenen nog wel misverstaan
- Referred pain (afgeleide pijn)
Pijn geleiding
Zowel oppervlakkig/diepe somatische pijn als viscerale pijn maken via synapsen (één richting) contact met
zenuwcellen in het dorsale gedeelte van het ruggenmerg. Prikkels worden verwerkt eb via opstijgende banen in het
ruggenmerg onder andere doorgegeven naar de thalamus (spinothalamische banen). Hiervandaan lopen veel
verbindingen naar lymbisch systeem, waardoor pijngewaarwording ontstaat.
Afdalende banen vanuit de medulla oblongata (verlengde merg) blijken een remmende invloed te hebben op
de overdracht van de pijnprikkel
- Stimulatie leidt tot vrijkomen endorfinen en enkefalinen, die de impulsoverdracht in de synapsen
remmen
De ‘poort theorie’ voegt een andere prikkel erbij toe. Door bijvoorbeeld wrijving komen er impulsen van de
tastsensoren (dikkere vezels, snellere pijn geleiding). Als dit overheerst sluit de poort en wordt de
pijngewaarwording minder.
Pijnbeleving
Iedereen heeft dezelfde pijndrempel: wanneer een bepaalde prikkel een bepaalde intensiteit heeft bereikt,
neemt iedereen pijn waar.
De reactie op pijn is individueel
De beleving van pijn speelt ook een rol (acute situatie voel je minder pijn)
Bij langdurige aantal pijnprikkels te verwerken, wordt de gevoeligheid voor pijn sterk vergroot =hyperalgesie.
(bvb. Bij een hete douch na verbranding van zon)
, Werkcollege 2
Pijnbestrijding
Analgesie = pijnbestrijding en anesthesie = gevoelloos maken
Perfire analgetica
- NSAID’s (Non-steroidal-anti-inflammatory-drug)
o Acetylsalicylzuur, ibuprofen, naproxen en diclofenac etc.
o Remmen het enzym cyclo-oxygenase, waarvan 2 vormen bekend zijn:COX1 en COX2
- COX2-remmers
o Remmen het tweede type cyclo-oxygenase
o Veel cardiale bijwerkingen
- Paracetamol
o Werking niet helemaal duidelijk, werkt ook koortsverlagend
Lokale anesthetica
- Lidocaïne
o Blokkeert natriumpoorten in de zenuwcellen, waardoor deze niet kunnen depolariseren en er
geen actiepotentialen kunnen worden opgewekt
o Ook soms als antiaritmicum of bij epidurale anesthesie
- Bupivacaine
o Epidurale anesthesie
Centrale analgetica
- Morfine en morfinomimetica
o Pethidine
o Blokkeren impulsoverdracht in de synapsen van de pijpbanen in ruggenmerg, zoals de
endorfinen dat doen
o Bijwerking: ademdepressie
Ontstekingsreactie; pathologie (blz.94-97)
Wat is ontstekingsreactie?
= een lokale reactie van het lichaam op cel- en weefselbeschadiging
Oorzaken weefselbeschadiging: micro-organismen, verbranding, allergie, chemische stoffen, wonden,
maligniteiten
- Als micro-organismen de oorzaak vormen, zal dit ook terug te vinden zijn in de ontsteking. > steriele
ontsteking (meest voorkomende)
Zodra er weefselbeschadiging optreedt
komen ontstekingsmediatoren (interleukine, histamine en prostaglandines) vrij. Deze zetten lokaal de
ontstekingsreactie in gang.
Andere ter plekke gevormde stoffen komen in het bloed
- Bereiken specifiek witte bloedcellen die de antilichaamvorming reguleren (lymfocyten)
Uit beenmerg worden granulocyten gemobiliseerd
- De granulocyt kan zich vormen zodat het passeren van de bloedvatwand gemakkelijk is
1. Aanhechting leukocyten aan vaatwand
2. Vervolgens wordt pseudopodia gevormd waarmee de leukocyt zich tussen enotheelcellen door kan wringen
(diapedese)
3. Leukocyten gaan naar ontstekingsgebied
4. Fagocyteren (lichaamsvreemd in cel opgenomen, gedood en afgebroken wordt) de granulocyten de
beschadigde factoren
Deze directe afweer is meestal zeer effectief. De granulocyten zijn niet kieskeurig alles wat niet in het lichaam thuis
hoort wordt aangevallen.
Naast granulocyt is er ook een monocyt bij de directe of niet-specifieke afweer betrokken
Komt later in ziektebeeld aan