Samenvatting WPO
persoonlijkheidspsychologie
Psychodynamisch meetparadigma
Vervolg psychoanalytische theorie Freud
Dikwijls via indirecte methoden
Menniger testbatterij (David Rapaport)
test de theorie van:
Rorschach test (ROR; Rorschach, 1921)
Thematic Apperception Test (TAT; Morgan & Murray, 1938)
Wechsler Adult Intelligence Scale (WAIS; Wechsler, 1958)
Onderscheid 3 interpretatie principes:
1) Projectieve hypothese
- Antwoord = projectie vanuit persoonlijkheidsprocessen
2) Niveau’s van functioneren
- Continuüm van volwassen psychologische functioneren
- Van ROR tot WAIS met TAT middenin
3) Psychologische aanpassing
- Adaptieve capaciteiten en beperkingen in psychologisch functioneren nagana
Rorschach test
Door Hermann Rorschach (1884-1922)
Bevat 10 symmetrische inktvlekken, zeggen wat je er in ziet.
Oorspronkelijk bedoelt voor Schizofrenie
Voordelen
Lokken veel responsen uit
Structurele antwoorden niet te manipuleren
Multi-method diagnostiek
Geschikt voor indicatiestelling bij complexe problematieken
Kritiek
Grote verdeeldheid over validiteit
- Geen vaste procedure voor afname, scoring en interpretatie
- Moeilijke communicatie tussen clinici
Slechte interbeoordelaarsbetrouwbaarheid
Beperkte psychometrische kenmerken
1
, Comprehensive system (CS)
Standaardisatie van ROR door Exner (1974)
Bedoeling: verschillende interpretatie- en scoringssystemen verenigen
Eindelijk empirische onderbouwing en ontwikkeling normen
Theorievrij instrument
Zorgde voor crossculturele verschillen
Nog steeds veel kritieken
Eerder perceptietaak ipv projectieve methode
- Perceptie gaat associatie vooraf
Antwoorden : informatieverwerkingsprocessen beïnvloed door cognitieve,
psychiatrische en omgevingskenmerken
Meetpretentie
- Obv perceptuele taak toestandsbeeld gevormd door huidige gedachten en
gevoelens (pershstructuur)
- Obv associatietaak onderliggende behoeftes en conflicten (pershdynamiek)
Persoonlijkheidsmeting obv 3 taken
1) Perceptuele taak (structurele info)
2) Associatietaak (inhoudelijk/thematische info)
3) Gedragsmatige component (gedragsmatige info)
Afname
(+/- 1 uur)
Zitten naast elkaar
Twee fasen (respons- en navraagfase (met locatie en determinanten))
Geldig testprotocol: min 14 antwoorden op 10 vlekken
Letterlijk antwoorden en non-verbaal gedrag registreren
Geen suggestieve vragen of non-verbale cues van diagnosticus
Opletten voor contextfactoren
Stimulus-pull/appèl van de platen
= velen zien hetzelfde in platen, antwoorden zijn normatief
Nomonetische vs ideografische benadering
- Daalt wnr respons bepaald is door appèl, stijgt wnr het bepaald is door uitspraak
over de onderliggende interne persoonlijkheisddynamiek
Codering in CS
Kent 8 scoringscategorieën: Locatie, ontwikkelingskwaliteit, determinanten,
vormkwaliteit, inhouden, populaire perceptie, organisatiekwaliteit en speciale codes
voor inhouden
(3 basisaspecten)
1) Locatie
o Waar in de vlek werd iets gezien
o Gehele figuur = W, frequent detail = D, infrequent detail = Dd, wit deel = S
o Gebruikelijke locatie wnr het in min 5% vd testprotocollen voorkwam
o Hypothese komen hier niet aan bod
2) Determinanten
2
persoonlijkheidspsychologie
Psychodynamisch meetparadigma
Vervolg psychoanalytische theorie Freud
Dikwijls via indirecte methoden
Menniger testbatterij (David Rapaport)
test de theorie van:
Rorschach test (ROR; Rorschach, 1921)
Thematic Apperception Test (TAT; Morgan & Murray, 1938)
Wechsler Adult Intelligence Scale (WAIS; Wechsler, 1958)
Onderscheid 3 interpretatie principes:
1) Projectieve hypothese
- Antwoord = projectie vanuit persoonlijkheidsprocessen
2) Niveau’s van functioneren
- Continuüm van volwassen psychologische functioneren
- Van ROR tot WAIS met TAT middenin
3) Psychologische aanpassing
- Adaptieve capaciteiten en beperkingen in psychologisch functioneren nagana
Rorschach test
Door Hermann Rorschach (1884-1922)
Bevat 10 symmetrische inktvlekken, zeggen wat je er in ziet.
Oorspronkelijk bedoelt voor Schizofrenie
Voordelen
Lokken veel responsen uit
Structurele antwoorden niet te manipuleren
Multi-method diagnostiek
Geschikt voor indicatiestelling bij complexe problematieken
Kritiek
Grote verdeeldheid over validiteit
- Geen vaste procedure voor afname, scoring en interpretatie
- Moeilijke communicatie tussen clinici
Slechte interbeoordelaarsbetrouwbaarheid
Beperkte psychometrische kenmerken
1
, Comprehensive system (CS)
Standaardisatie van ROR door Exner (1974)
Bedoeling: verschillende interpretatie- en scoringssystemen verenigen
Eindelijk empirische onderbouwing en ontwikkeling normen
Theorievrij instrument
Zorgde voor crossculturele verschillen
Nog steeds veel kritieken
Eerder perceptietaak ipv projectieve methode
- Perceptie gaat associatie vooraf
Antwoorden : informatieverwerkingsprocessen beïnvloed door cognitieve,
psychiatrische en omgevingskenmerken
Meetpretentie
- Obv perceptuele taak toestandsbeeld gevormd door huidige gedachten en
gevoelens (pershstructuur)
- Obv associatietaak onderliggende behoeftes en conflicten (pershdynamiek)
Persoonlijkheidsmeting obv 3 taken
1) Perceptuele taak (structurele info)
2) Associatietaak (inhoudelijk/thematische info)
3) Gedragsmatige component (gedragsmatige info)
Afname
(+/- 1 uur)
Zitten naast elkaar
Twee fasen (respons- en navraagfase (met locatie en determinanten))
Geldig testprotocol: min 14 antwoorden op 10 vlekken
Letterlijk antwoorden en non-verbaal gedrag registreren
Geen suggestieve vragen of non-verbale cues van diagnosticus
Opletten voor contextfactoren
Stimulus-pull/appèl van de platen
= velen zien hetzelfde in platen, antwoorden zijn normatief
Nomonetische vs ideografische benadering
- Daalt wnr respons bepaald is door appèl, stijgt wnr het bepaald is door uitspraak
over de onderliggende interne persoonlijkheisddynamiek
Codering in CS
Kent 8 scoringscategorieën: Locatie, ontwikkelingskwaliteit, determinanten,
vormkwaliteit, inhouden, populaire perceptie, organisatiekwaliteit en speciale codes
voor inhouden
(3 basisaspecten)
1) Locatie
o Waar in de vlek werd iets gezien
o Gehele figuur = W, frequent detail = D, infrequent detail = Dd, wit deel = S
o Gebruikelijke locatie wnr het in min 5% vd testprotocollen voorkwam
o Hypothese komen hier niet aan bod
2) Determinanten
2