Les 15: Basis ondersteuning ademhaling
kent de basisprincipes van het kunstmatig beademen;
kent de meest voorkomende beademingstechnieken;
kan de fysiologie/mechanica beschrijven m.b.t. beademing/ventilatie/positieve
druk;
kan beschrijven welke parameters er gebruikt worden om ademhaling en
beademing te bewaken, bijv. TV, freq, AMV;
kan complicaties van beademen beschrijven, bijv. ARDS/atelectase.
Spontane ademhaling
Waarom halen we adem?
Ventilatie: kwijtraken CO2
Oxygenatie: hemoglobine van O2 voorzien
Hoe ventileren we?
Spontane ademhaling NEGATIEVE DRUK bij
inademing
Beademing POSITIEVE DRUK bij inspiratie
Diffusiestoornissen:
- Oedeem
- Infectieus
- Atelactase
- Fibrotiserend longbeeld
Shunting vs Dode Ruimte Ventilatie
Dode ruimte ventilatie bijvoorbeeld
longembolie
Shunt bijvoorbeeld bij een corpus alienum of
een andere luchtwegobstructie
Perfusiestoornissen:
- Tamponade
- Longembolie
- Shock
- Verhoogde intrapulmonaaldruk
Respiratoire insufficiëntie
Stoornis in de longfunctie die zich uit in een te lage arteriële zuurstofspanning of een te hoge
arteriële koolzuurspanning
- Type 1 respiratoire insufficiëntie of long-
insufficiëntie
o Altijd hypoxemie (lage PO2) met een normaal
koolzuur (PCO2) gehalte
Shunt met V/Q stoornis
kent de basisprincipes van het kunstmatig beademen;
kent de meest voorkomende beademingstechnieken;
kan de fysiologie/mechanica beschrijven m.b.t. beademing/ventilatie/positieve
druk;
kan beschrijven welke parameters er gebruikt worden om ademhaling en
beademing te bewaken, bijv. TV, freq, AMV;
kan complicaties van beademen beschrijven, bijv. ARDS/atelectase.
Spontane ademhaling
Waarom halen we adem?
Ventilatie: kwijtraken CO2
Oxygenatie: hemoglobine van O2 voorzien
Hoe ventileren we?
Spontane ademhaling NEGATIEVE DRUK bij
inademing
Beademing POSITIEVE DRUK bij inspiratie
Diffusiestoornissen:
- Oedeem
- Infectieus
- Atelactase
- Fibrotiserend longbeeld
Shunting vs Dode Ruimte Ventilatie
Dode ruimte ventilatie bijvoorbeeld
longembolie
Shunt bijvoorbeeld bij een corpus alienum of
een andere luchtwegobstructie
Perfusiestoornissen:
- Tamponade
- Longembolie
- Shock
- Verhoogde intrapulmonaaldruk
Respiratoire insufficiëntie
Stoornis in de longfunctie die zich uit in een te lage arteriële zuurstofspanning of een te hoge
arteriële koolzuurspanning
- Type 1 respiratoire insufficiëntie of long-
insufficiëntie
o Altijd hypoxemie (lage PO2) met een normaal
koolzuur (PCO2) gehalte
Shunt met V/Q stoornis