Week 1 Inleiding
Opdrachten
1. Wat wordt bedoeld met het twin peaks model?
Dit is een model gebaseerd op functioneel toezicht, dat twee pijlers kent. Er zijn twee toezichthouders.
In Nederland heeft DNB de verantwoordelijkheid voor de stabiliteit van alle financiële instellingen
(prudentieel toezicht – dit is het voorkomen van het omvallen van individuele financiële instellingen,
en ook de stabiliteit van het gehele financiële systeem. Het gaat dus om soliditeit [individuele
ondernemingen] en de financiële stabiliteit) en de AFM heeft de verantwoordelijkheid voor het
gedragstoezicht (dit betreft ordelijke marktprocessen, zuivere verhoudingen en zorgvuldige
behandeling van consumenten en beleggers). Dit toezicht richt zich op of de deelnemers aan de
financiële markten correct behandeld en juist geïnformeerd worden. De AFM moet dus beleggers en
consumenten beschermen tegen frauderende beleggingsfondsen of te riskante hypotheken. De cliënt
bevindt zich vaak in een achtergestelde positie en moeten daarom juist en volledig geïnformeerd
worden.
Zie art. 1:24 over prudentieel toezicht en 1:25 Wft voor gedragstoezicht. De AFM hoort bij
gedragstoezicht (lid 2) en de DNB bij prudentieel toezicht (lid 2). De Wft is opgebouwd aan de hand
van deze twee vormen van toezicht.
2. Functioneel toezichtmodel
a. Wat wordt bedoeld met functioneel toezicht?
Het is de opvolger van het model dat toezicht verdeelt per sector. Dit model gebruiken wij niet meer,
omdat financiële ondernemingen groter en complexer werden, verschillende soorten producten gingen
aanbieden. Er wordt nu een scheiding gemaakt tussen soorten toezicht. Het is zo geregel dat er 1
toezichthouder per toezichttaak bestaat.
De AFM en DNB houden beide toezicht op de partijen in de Nederlandse financiële markten, maar
ieder vanuit een eigen toezichttaak of functie. Een kenmerk van functioneel toezicht is dat het naast
corrigerend ook preventief optreedt, gericht op het voorkomen van problemen.
b. Hoe herkent men in de Wft het functionele toezichtmodel?
In de structuur van de Wft is gebaseerd op het functionele toezichtmodel. In de inleidende
bepalingen van het Algemeen deel zijn daartoe twee taakstellingsartikelen opgenomen. Daarin
komt het onderscheid tussen beide toezichttaken duidelijk naar voren. Een splitsing van
materiële – tot de financiële onderneming gerichte – normen in de bijzondere delen van de
voorgenomen wet biedt de mogelijkheid deze beter toe te spitsen op het doel van het nieuwe
toezichtmodel.
Het eerste deel van de Wft bevat algemene bepalingen die gelden voor de gehele Wft. Daarin
komen geen sectoren naar voren. Deel twee gaat over markttoegang; het gaat over
verschillende typen ondernemingen. Dit is opnieuw niet langs sectoren georiënteerd.
Het functionele deel zie je dus in het feit dat de Wft niet is verdeeld langs verschillende
sectoren.
1
Opdrachten
1. Wat wordt bedoeld met het twin peaks model?
Dit is een model gebaseerd op functioneel toezicht, dat twee pijlers kent. Er zijn twee toezichthouders.
In Nederland heeft DNB de verantwoordelijkheid voor de stabiliteit van alle financiële instellingen
(prudentieel toezicht – dit is het voorkomen van het omvallen van individuele financiële instellingen,
en ook de stabiliteit van het gehele financiële systeem. Het gaat dus om soliditeit [individuele
ondernemingen] en de financiële stabiliteit) en de AFM heeft de verantwoordelijkheid voor het
gedragstoezicht (dit betreft ordelijke marktprocessen, zuivere verhoudingen en zorgvuldige
behandeling van consumenten en beleggers). Dit toezicht richt zich op of de deelnemers aan de
financiële markten correct behandeld en juist geïnformeerd worden. De AFM moet dus beleggers en
consumenten beschermen tegen frauderende beleggingsfondsen of te riskante hypotheken. De cliënt
bevindt zich vaak in een achtergestelde positie en moeten daarom juist en volledig geïnformeerd
worden.
Zie art. 1:24 over prudentieel toezicht en 1:25 Wft voor gedragstoezicht. De AFM hoort bij
gedragstoezicht (lid 2) en de DNB bij prudentieel toezicht (lid 2). De Wft is opgebouwd aan de hand
van deze twee vormen van toezicht.
2. Functioneel toezichtmodel
a. Wat wordt bedoeld met functioneel toezicht?
Het is de opvolger van het model dat toezicht verdeelt per sector. Dit model gebruiken wij niet meer,
omdat financiële ondernemingen groter en complexer werden, verschillende soorten producten gingen
aanbieden. Er wordt nu een scheiding gemaakt tussen soorten toezicht. Het is zo geregel dat er 1
toezichthouder per toezichttaak bestaat.
De AFM en DNB houden beide toezicht op de partijen in de Nederlandse financiële markten, maar
ieder vanuit een eigen toezichttaak of functie. Een kenmerk van functioneel toezicht is dat het naast
corrigerend ook preventief optreedt, gericht op het voorkomen van problemen.
b. Hoe herkent men in de Wft het functionele toezichtmodel?
In de structuur van de Wft is gebaseerd op het functionele toezichtmodel. In de inleidende
bepalingen van het Algemeen deel zijn daartoe twee taakstellingsartikelen opgenomen. Daarin
komt het onderscheid tussen beide toezichttaken duidelijk naar voren. Een splitsing van
materiële – tot de financiële onderneming gerichte – normen in de bijzondere delen van de
voorgenomen wet biedt de mogelijkheid deze beter toe te spitsen op het doel van het nieuwe
toezichtmodel.
Het eerste deel van de Wft bevat algemene bepalingen die gelden voor de gehele Wft. Daarin
komen geen sectoren naar voren. Deel twee gaat over markttoegang; het gaat over
verschillende typen ondernemingen. Dit is opnieuw niet langs sectoren georiënteerd.
Het functionele deel zie je dus in het feit dat de Wft niet is verdeeld langs verschillende
sectoren.
1