BEHANDELINTERVENTIE - MANUELE MOBILISATIETECHNIEKEN CWK (V.4);
1. Belast; Geleid actief regionaal behandelen 2D flexie (C2-C7)
2. Belast; Geleid actief regionaal behandelen 2D extensie (C2-C7)
3. Belast; Geleid actief regionaal behandelen 2D rotatie (C2-C7)
4. Belast; Geleid actief regionaal behandelen 3D flexie (C2-C7)
5. Belast; Geleid actief regionaal behandelen 3D extensie (C2-C7)
6. Belast; Geleid actief segmentaal behandelen 3D flexie (C2-C7)
7. Belast; Geleid actief segmentaal behandelen 3D extensie (C2-C7)
8. Onbelast; Geleid actief regionaal behandelen 2D flexie (C2-C7)
9. Onbelast; Geleid actief regionaal behandelen 2D extensie (C2-C7)
10. Onbelast; Geleid actief regionaal behandelen 2D rotatie (C2-C7)
11. Onbelast; Geleid actief regionaal behandelen 2D lateroflexie (C2-C7)
BEHANDELINTERVENTIE - MANUELE MOBILISATIETECHNIEKEN CTO/TWK (V.2);
1. Belast; Geleid actief regionaal behandelen CTO - 2D flexie (C7-Th4-Th8-Th12)
2. Belast; Geleid actief regionaal behandelen CTO - 2D extensie (C7-Th4-Th8-Th12)
3. Belast; Geleid actief regionaal behandelen CTO - 3D flexie (C7-Th4)
4. Belast; Geleid actief regionaal behandelen CTO - 3D extensie (C7-Th4)
5. Belast; Geleid actief segmentaal behandelen CTO / Stenvers (rotatie C7-Th4)
BEHANDELINTERVENTIE - MANUELE MOBILISATIETECHNIEKEN RIBBEN (V.2);
1. Onbelast; Behandelen ribben 2 t/m 4 en 4 t/m 10
2. Onbelast; Ribspreiding van de bovenste thorax
3. Belast; Ribspreiding van de bovenste thorax
4. Onderzoek 1ste rib - Belast
5. Onderzoek 1ste rib - Onbelast (Ruglig)
6. Onderzoek 1ste rib - Onbelast (Buiklig)
BEHANDELINTERVENTIE - MOBILISERENDE TECHNIEKEN (EXTRA INFORMATIE)
BEHANDELINTERVENTIE - THORACIC OUTLET SYNDROME (TOS);
1. Achterste scaleni-poort.
2. Coraco-claviculaire poort.
3. Claviculaire ruimte.
1
,BEHANDELINTERVENTIE - SPIERONTSPANNENDE MOBILISATIETECHNIEKEN (V.4/5);
1. Mobilisatie / Verlengen; M. Pectoralis Minor.
2. Mobilisatie / Verlengen; MM. Scaleni.
3. Mobilisatie / Verlengen; M. Sternocleidomastoideus.
4. Mobilisatie / Verlengen; M. Trapezius, pars descendens.
5. Mobilisatie / Verlengen; M. Levator scapula.
BEHANDELINTERVENTIE - MOTOR CONTROL PROBLEMATIEK TRAININGEN (V.6/7);
1. Aanleren van het juiste bewegingspatroon (de actieve 2D bewegingen CWK).
2. Training van de diepe nek flexoren: (Gaat om het kracht-UHV.)
3. Training van de M. multifidi cevicaal: (Gaat om de coördinatie.)
4. Training van de diepe nek extensoren: (Gaat om het kracht-UHV.)
BEHANDELINTERVENTIE - TILINSTRUCTIES (V.3)
BEHANDELINTERVENTIE - ZITINSTRUCTIES (V.3)
2
,Behandelinterventie; Manuele mobilisatietechnieken ‘CWK’
1. Belast; Geleid actief regionaal behandelen 2D flexie (C2-C7)
De patiënt zit met afhangende benen op de onderzoeksbank.
De fysiotherapeut staat aan de te behandelen zijde ernaast. De fixerende
hand omvat tussen duim en wijsvinger (snuitgreep) de processus spinosus
van Th1.
De bovenste hand omvat het hoofd terwijl deze tegen het bovenarm van
de therapeut steunt. Met de pink voer je via het Protuberantia occipitalis
externa een flexie uit.
Criteria; Je kan nu gebruik maken van PNF (= musculair) of een statische
rekprikkel (= artrogeen).
2. Belast; Geleid actief regionaal behandelen 2D extensie (C2-C7)
De patiënt zit met afhangende benen op de onderzoeksbank.
De fysiotherapeut staat aan de te behandelen zijde ernaast. De fixerende
hand omvat tussen duim en wijsvinger (snuitgreep) de processus spinosus
van Th1.
De bovenste hand omvat het hoofd terwijl deze tegen het bovenarm van
de therapeut steunt. Met de pink voer je via het Protuberantia occipitalis
externa een extensie uit.
Criteria; Je kan nu gebruik maken van PNF (= musculair) of een statische
rekprikkel (= artrogeen).
3. Belast; Geleid actief regionaal behandelen 2D rotatie (C2-C7)
De patiënt zit met afhangende benen op de onderzoeksbank.
De fysiotherapeut staat aan de te behandelen zijde ernaast. De fixerende
hand omvat tussen duim en wijsvinger (snuitgreep) de processus spinosus
van Th1.
De bovenste hand omvat het hoofd terwijl deze tegen het bovenarm van
de therapeut steunt. Met de pink voer je via het Protuberantia occipitalis
externa een rotatie uit.
Criteria; Je kan nu gebruik maken van PNF (= musculair) of een statische
rekprikkel (= artrogeen).
4. Belast; Geleid actief regionaal behandelen 3D flexie (C2-C7)
De patiënt zit met afhangende benen op de onderzoeksbank.
De fysiotherapeut staat aan de te behandelen zijde ernaast. De fixerende
hand omvat tussen duim en wijsvinger (snuitgreep) de processus spinosus
van Th1.
De bovenste hand omvat het hoofd terwijl deze tegen het bovenarm van
de therapeut steunt. Met de pink voer je via het Protuberantia occipitalis
externa een 3D flexie uit.
Criteria; Je kan nu gebruik maken van PNF (= musculair) of een statische
rekprikkel (= artrogeen).
3
, 5. Belast; Geleid actief regionaal behandelen 3D extensie (C2-C7)
De patiënt zit met afhangende benen op de onderzoeksbank.
De fysiotherapeut staat aan de te behandelen zijde ernaast. De fixerende
hand omvat tussen duim en wijsvinger (snuitgreep) de processus spinosus
van Th1. De bovenste hand omvat het hoofd terwijl deze tegen het
bovenarm van de therapeut steunt. Met de pink voer je via het
Protuberantia occipitalis externa een 3D extensie uit.
Criteria; Je kan nu gebruik maken van PNF (= musculair) of een statische
rekprikkel (= artrogeen).
6. Belast; Geleid actief segmentaal behandelen 3D flexie (C2-C7)
De patiënt zit met afhangende benen op de onderzoeksbank.
De fysiotherapeut staat aan de te behandelen zijde ernaast. De fixerende
hand omvat tussen duim en wijsvinger (V-greep) de processus spinosus en
transversi van de betreffende wervel. Hier voel je op een gegeven moment
de beweging klemlopen. De bovenste hand omvat het hoofd terwijl deze
tegen het bovenarm van de therapeut steunt. Met de pink voer je via de
bovenliggende wervel een 3D flexie uit.
└> Je verplaats dus 6x zowel je bovenste als je onderste hand, bij
elk segment (C2-C7)!!!
Criteria; Je kan nu gebruik maken van PNF (= musculair) of een statische
rekprikkel (= artrogeen).
7. Belast; Geleid actief segmentaal behandelen 3D extensie (C2-C7)
De patiënt zit met afhangende benen op de onderzoeksbank.
De fysiotherapeut staat aan de te behandelen zijde ernaast. De fixerende
hand omvat tussen duim en wijsvinger (V-greep) de processus spinosus en
transversi van de betreffende wervel. Hier voel je op een gegeven moment
de beweging klemlopen.
De bovenste hand omvat het hoofd terwijl deze tegen het bovenarm van
de therapeut steunt. Met de pink voer je via het Protuberantia occipitalis
externa een 3D extensie uit. (Je beweegt hem nu niet mee naar onderen,
alleen de onderste, fixerende hand verplaatst steeds!)
Criteria; Je kan nu gebruik maken van PNF (= musculair) of een statische
rekprikkel (= artrogeen).
4