MANAGEMENT
LES 20 FEBRUARI: DE GROTE LIJNEN
INLEIDING
Economie = sociale wetenschap
- Economische inzichten <> politiek-maatschappelijke visies
- Gebaseerd op een serie rivaliserende (en veranderende) denkkaders
- Mens van vlees en bloed als fundament van theorieën
- Resultante van een dynamisch samenspel binnen een institutioneel kader
Economie is geen exact wetenschap
- Geen enkele persoon past perfect in een theorie
- De socio-economische context verandert steeds
- Mensen zijn niet rationeel
- Mensen zijn niet voorspelbaar
Economisch probleem:
- Schaarste (beperkt hoeveelheid middelen)
- Keuzeproblemen (veelheid aan bestedingsmogelijkheden)
Economisch motief:
- Micro-economie: economisch probleem analyseren op kleine schaal
- Macro-economie: economisch probleem analyseren op grote schaal
3 kernbegrippen
1. Behoeften
• Verlangens van de mens (onbegrensd)
• Vervulling door inzet schaarse middelen
• Verschillende zaken kunnen een behoefte vervullen (substituten)
• Het nut van goederen is subjectief, en dus kan de prijs (waarde) variëren van persoon
tot persoon
• Economie oordeelt niet over de wenselijkheid van behoeften en is neutraal
(staatsregulering nodig?)
• Welvaart = de mate waarin de behoeften worden vervuld met schaarse middelen
• Welzijn = de combinatie van welvaar met de vervulling van niet meetbare behoeften
2. Productiefactoren
3. Goederen
• Gericht op behoeftevervulling
• Zijn ook schaars, want worden gevormd uit schaarse productiefactoren
• Duurzaam (meerdere gebruiken) of niet-duurzaam (slechts eenmalig gebruik)
• Consumptiegoed: directe behoeftebevrediging
• Investeringsgoed: indirecte behoeftevervulling
o Duurzame investeringsgoederen (=kapitaalgoederen)
o Niet-duurzame investeringsgoederen
, • Finale goederen (eindproduct) of intermediaire goederen (halffabrikaten)
De spelers
THEORIEËN
Economische stromingen:
Mercantilisme
- Tot 1750
- Voornaamste pre-klassieke denkrichting (niet de enige)
- Economische gedachten (geen autonome wetenschappelijke discipline)
- Telkens focus op één aspect
- Product van Ancien Régime (drie standen)
- Obsessie met edele metalen: goud en zilver in eigen land houden
- Handelsbalans: zo weinig mogelijk andere naties laten verkopen aan u
- Nationalisme/Protectionisme
- Koloniaal (westers) systeem
- Voedingsbodem voor conflict en oorlog
- Trump als hedendaagse variant
Fysiocratie
- 1750 – 1790
- Obsessie met landbouw: natuur als basis voor rijkdom
- Economische kringloop
- Economische kringloop
- Eerste poging tot een analytisch totaalmodel
- Landbouw = productieve klasse
- Handel & Ambacht = ‘steriele’ klasse
- Vrije prijsvorming
- Schaalvergroting en privébezit landbouwgronden
Klassieke School
- 1775-1875
- Eerste volwaardige economische theorie
• Adam Smith
• Thomas Malthus
• David Ricardo
- Individuele vrijheid en concurrentie: laisser-faire
- Homo economicus
- Lotsverbetering mensheid
- Verlichting – einde Ancien Régime
- Industriële Revolutie
- Verder uitgebouwd in neoklassieke school
,Adam Smith
- Startpunt van economische wetenschap
- An inquiry into the nature and causes of the Wealth of Nations (1776)
- Vrijhandel (vs. Mercantilisme)
- Ambacht, handel en industrie vs. Fysiocratie
- Specialisatie en ruil
- Arbeidsverdeling
- ‘the invisible hand’ die voor evenwichten zorgt
Neoklassieke school
- Abstraheren klassieke theorieën
- Integratie statistiek en wiskunde
- Loskoppeling van historisch-institutionele factoren
- Modellen en voorspellingen
- Angelsaksisch
- Oostenrijkse school: rebel binnen neoklassieken
• Onzekerheid integreren
• Focus op grote lijnen
• Non-sciëntisme: kritisch t.o.v. modellen (gaat om mensen, niet voorspelbaar)
Keynesiaanse school
- 1936 – heden
- John Maynard Keynes
- Afwijzen van neoklassieke macro-economie
- Great Depression & New Deal politiek (VS)
• Grote ommekeer in omstandigheden: crisis
- Overheidsgeld als motor (anticyclisch budget: overheid als katalysator als economie niet
goed gaat, wanneer wel goed gaat, gewoon laten doen)
- Belang van koopkracht: vraag-economie
- In jaren 70 uit de gratie geraakt (in VS)
• Milton Friedman zette de neoklassieke macro-economie weer op de troon
• Aanbodeconomie (bedrijven stimuleren om meer te produceren) vs. vraageconomie
- In Europa nog steeds aanwezig
Marxistische school
- 1854-1989
- Karl Marx (communistisch manifest – 1854)
- Ontstaan uit ontbering fabrieksarbeiders
- Totalitaire visie op samenleving
- Arbeid heet waarde, handel etc. niet
- Privé-bezit afschaffen centraal geleide economie
- Vaagheid over postkapitalisme: snel twisten (men moest gaan naar een systeem zonder
centrale leider, maar in deze fase is men nooit geraakt)
Geëindigd in humanitaire en ecologische catastrofe
- USSR, China, Cubam Noord-Korea
- Socialisme als ‘kapitalistische variant’
, Verband economie en westerse geschiedenis
Neoklassiek nog steeds mainstream?
- Vrije markt
- Privé-bezit
- Democratische staten
- Globalisering
Enorm belangrijk: neoklassieke school sluit het best aan hierbij
Druk op neoklassieke school
- Keyensiaanse en zelfs in zeer beperkte mate marxisitische stromingen blijven sluimeren.
- Vele ‘lokale’ varianten
• EU: zgn. derde weg
• China: staatsgeleid met vrije zones
• Rusland: Crony Capitalism (doet zich voor als vrije markt, maar wordt geleid door enkele
leiders: geen vrije markt!!)
- Grote nieuwe uitdagingen:
• Ongelijkheid (vroeger geografische ongelijkheid, heden in elke land ongelijkheid)
• Isolationisme en afbrokkelende democratie
• Klimaatverandering
Economische orde
= centrale mechanisme van een samenleving om het economisch probleem op te lossen
3 aspecten:
1. Allocatiemechanisme: hoe vinden dingen hun plaats in een economie
bijna overal gemengde economie: op schaal weer te geven
Link met politiek systeem
LES 20 FEBRUARI: DE GROTE LIJNEN
INLEIDING
Economie = sociale wetenschap
- Economische inzichten <> politiek-maatschappelijke visies
- Gebaseerd op een serie rivaliserende (en veranderende) denkkaders
- Mens van vlees en bloed als fundament van theorieën
- Resultante van een dynamisch samenspel binnen een institutioneel kader
Economie is geen exact wetenschap
- Geen enkele persoon past perfect in een theorie
- De socio-economische context verandert steeds
- Mensen zijn niet rationeel
- Mensen zijn niet voorspelbaar
Economisch probleem:
- Schaarste (beperkt hoeveelheid middelen)
- Keuzeproblemen (veelheid aan bestedingsmogelijkheden)
Economisch motief:
- Micro-economie: economisch probleem analyseren op kleine schaal
- Macro-economie: economisch probleem analyseren op grote schaal
3 kernbegrippen
1. Behoeften
• Verlangens van de mens (onbegrensd)
• Vervulling door inzet schaarse middelen
• Verschillende zaken kunnen een behoefte vervullen (substituten)
• Het nut van goederen is subjectief, en dus kan de prijs (waarde) variëren van persoon
tot persoon
• Economie oordeelt niet over de wenselijkheid van behoeften en is neutraal
(staatsregulering nodig?)
• Welvaart = de mate waarin de behoeften worden vervuld met schaarse middelen
• Welzijn = de combinatie van welvaar met de vervulling van niet meetbare behoeften
2. Productiefactoren
3. Goederen
• Gericht op behoeftevervulling
• Zijn ook schaars, want worden gevormd uit schaarse productiefactoren
• Duurzaam (meerdere gebruiken) of niet-duurzaam (slechts eenmalig gebruik)
• Consumptiegoed: directe behoeftebevrediging
• Investeringsgoed: indirecte behoeftevervulling
o Duurzame investeringsgoederen (=kapitaalgoederen)
o Niet-duurzame investeringsgoederen
, • Finale goederen (eindproduct) of intermediaire goederen (halffabrikaten)
De spelers
THEORIEËN
Economische stromingen:
Mercantilisme
- Tot 1750
- Voornaamste pre-klassieke denkrichting (niet de enige)
- Economische gedachten (geen autonome wetenschappelijke discipline)
- Telkens focus op één aspect
- Product van Ancien Régime (drie standen)
- Obsessie met edele metalen: goud en zilver in eigen land houden
- Handelsbalans: zo weinig mogelijk andere naties laten verkopen aan u
- Nationalisme/Protectionisme
- Koloniaal (westers) systeem
- Voedingsbodem voor conflict en oorlog
- Trump als hedendaagse variant
Fysiocratie
- 1750 – 1790
- Obsessie met landbouw: natuur als basis voor rijkdom
- Economische kringloop
- Economische kringloop
- Eerste poging tot een analytisch totaalmodel
- Landbouw = productieve klasse
- Handel & Ambacht = ‘steriele’ klasse
- Vrije prijsvorming
- Schaalvergroting en privébezit landbouwgronden
Klassieke School
- 1775-1875
- Eerste volwaardige economische theorie
• Adam Smith
• Thomas Malthus
• David Ricardo
- Individuele vrijheid en concurrentie: laisser-faire
- Homo economicus
- Lotsverbetering mensheid
- Verlichting – einde Ancien Régime
- Industriële Revolutie
- Verder uitgebouwd in neoklassieke school
,Adam Smith
- Startpunt van economische wetenschap
- An inquiry into the nature and causes of the Wealth of Nations (1776)
- Vrijhandel (vs. Mercantilisme)
- Ambacht, handel en industrie vs. Fysiocratie
- Specialisatie en ruil
- Arbeidsverdeling
- ‘the invisible hand’ die voor evenwichten zorgt
Neoklassieke school
- Abstraheren klassieke theorieën
- Integratie statistiek en wiskunde
- Loskoppeling van historisch-institutionele factoren
- Modellen en voorspellingen
- Angelsaksisch
- Oostenrijkse school: rebel binnen neoklassieken
• Onzekerheid integreren
• Focus op grote lijnen
• Non-sciëntisme: kritisch t.o.v. modellen (gaat om mensen, niet voorspelbaar)
Keynesiaanse school
- 1936 – heden
- John Maynard Keynes
- Afwijzen van neoklassieke macro-economie
- Great Depression & New Deal politiek (VS)
• Grote ommekeer in omstandigheden: crisis
- Overheidsgeld als motor (anticyclisch budget: overheid als katalysator als economie niet
goed gaat, wanneer wel goed gaat, gewoon laten doen)
- Belang van koopkracht: vraag-economie
- In jaren 70 uit de gratie geraakt (in VS)
• Milton Friedman zette de neoklassieke macro-economie weer op de troon
• Aanbodeconomie (bedrijven stimuleren om meer te produceren) vs. vraageconomie
- In Europa nog steeds aanwezig
Marxistische school
- 1854-1989
- Karl Marx (communistisch manifest – 1854)
- Ontstaan uit ontbering fabrieksarbeiders
- Totalitaire visie op samenleving
- Arbeid heet waarde, handel etc. niet
- Privé-bezit afschaffen centraal geleide economie
- Vaagheid over postkapitalisme: snel twisten (men moest gaan naar een systeem zonder
centrale leider, maar in deze fase is men nooit geraakt)
Geëindigd in humanitaire en ecologische catastrofe
- USSR, China, Cubam Noord-Korea
- Socialisme als ‘kapitalistische variant’
, Verband economie en westerse geschiedenis
Neoklassiek nog steeds mainstream?
- Vrije markt
- Privé-bezit
- Democratische staten
- Globalisering
Enorm belangrijk: neoklassieke school sluit het best aan hierbij
Druk op neoklassieke school
- Keyensiaanse en zelfs in zeer beperkte mate marxisitische stromingen blijven sluimeren.
- Vele ‘lokale’ varianten
• EU: zgn. derde weg
• China: staatsgeleid met vrije zones
• Rusland: Crony Capitalism (doet zich voor als vrije markt, maar wordt geleid door enkele
leiders: geen vrije markt!!)
- Grote nieuwe uitdagingen:
• Ongelijkheid (vroeger geografische ongelijkheid, heden in elke land ongelijkheid)
• Isolationisme en afbrokkelende democratie
• Klimaatverandering
Economische orde
= centrale mechanisme van een samenleving om het economisch probleem op te lossen
3 aspecten:
1. Allocatiemechanisme: hoe vinden dingen hun plaats in een economie
bijna overal gemengde economie: op schaal weer te geven
Link met politiek systeem