Thema 13: Drughulpverlening.
Verslaving en middelen gerelateerde
problemen.
1. Geschiedenis.
1.1. Algemeen.
Druggebruik is van alle tijden
Komt voor bij vele volkeren (uitgezonderd bep. Pygmeestammen in Afrika)
Gebruik voor recreatieve en/of therapeutische doeleinden
Melding druggerelateerde problemen in Westerse wereld vanaf de industriële revolutie
1.2. Situatie in Vlaanderen.
1960: Oprichting Instituut voor Alcohol en Toxicomaniëen (IAT) => focus op alcohol
1970: Toenemend aantal misbruik van illegale drugs onder invloed van ‘flowerpower’-
beweging: cannabis, ook heroïne
1973: Oprichting De Pelgrim
1974: Oprichting TG De Sleutel (democratische therapeutische gemeenschap)
1976: Oprichting TG De Kiem (hiërarchische therapeutische gemeenschap)
1990: Oprichting initiatieven oa straathoekwerk en Medisch Sociaal Opvangcentrum (MSOC)
Laagdrempelige hulpverlening (paradigmaverschuiving)
2017: Vakgroep Orthopedagogiek HoGent sterk in wetenschappelijk onderzoek over het
volledig spectrum van preventie en nazorg
2020: °SUPRB = Substance Use and Psychological Risk Behaviours (aan HoGent)
2. Begrippenkader.
Drugs = verzamelnaam voor alle stoffen die een invloed uitoefenen op de manier waarop men zich
gedraagt, het denken, zijn gevoelens en de wijze waarop zaken worden waargenomen.
Verdovende middelen Opwekkende Geestesverwarrende Combinatie stimulerende –
= psycholeptica middelen middelen bewustzijnsverwarrende
= psychoanaleptica = psychodysleptica effecten
Alcohol Cafeïne Cannabis MDMA
Slaap- en kalmeermiddelen Nicotine Psychedelica
Opiaten Cocaïne
Snuifmiddelen Amfetamines
(klassieke indeling – geen NPS)
3. Drugs en psychoactieve middelen.
Amfetamines: ontstaan als geneesmiddel tegen zwangerschapsmisselijkheid, astma en bronchitis
1
, HET DRUGWIEL
1. Stimulantia: verhoogde energie,
euforie, seksuele opwinding…
2. Empathogenen: liefdevol, warm gevoel,
stemmingswisselingen…
3. Hallucinogenen: spirituele verbonden-
heid, visuele of auditieve hallucinaties…
4. Dissociatieven: verdoofd, bang, K-hole,
ontkoppeld/onthecht…
5. Cannabinoïden: kalm, vreetbui, angst,
psychische problemen…
6. Opioïden: onverslaanbaar, zelfzeker,
pijnloos, ontwenning…
7. Verdovende middelen: roekeloos,
ontspannen, braken…
4. Hoe omgaan met verslaving en
middelengerelateerde problemen?
REPRESSIE = vervolging.
Drankbestrijding
Bestrijding van andere vormen van problematisch gebruik
PREVENTIE = het ontwikkelen, implementeren en evalueren van activiteiten die middelenmisbruik
voorkomen.
3 vormen:
- Universeel: gericht op grote groep (zowel gebruikers als niet-gebruikers)
- Selectief
- Geïndiceerd: gericht op personen met beginnende klachten en voorkomt dat beginnende
klachten leiden tot een aandoening.
ABSTINENTIEBENADERING = drugvrije behandeling.
De AA-beweging
Therapeutische gemeenschappen
Gebruik van substitutiemiddel (vervangingsmiddel) => je bent dus niet werkelijk afgekickt
2
Verslaving en middelen gerelateerde
problemen.
1. Geschiedenis.
1.1. Algemeen.
Druggebruik is van alle tijden
Komt voor bij vele volkeren (uitgezonderd bep. Pygmeestammen in Afrika)
Gebruik voor recreatieve en/of therapeutische doeleinden
Melding druggerelateerde problemen in Westerse wereld vanaf de industriële revolutie
1.2. Situatie in Vlaanderen.
1960: Oprichting Instituut voor Alcohol en Toxicomaniëen (IAT) => focus op alcohol
1970: Toenemend aantal misbruik van illegale drugs onder invloed van ‘flowerpower’-
beweging: cannabis, ook heroïne
1973: Oprichting De Pelgrim
1974: Oprichting TG De Sleutel (democratische therapeutische gemeenschap)
1976: Oprichting TG De Kiem (hiërarchische therapeutische gemeenschap)
1990: Oprichting initiatieven oa straathoekwerk en Medisch Sociaal Opvangcentrum (MSOC)
Laagdrempelige hulpverlening (paradigmaverschuiving)
2017: Vakgroep Orthopedagogiek HoGent sterk in wetenschappelijk onderzoek over het
volledig spectrum van preventie en nazorg
2020: °SUPRB = Substance Use and Psychological Risk Behaviours (aan HoGent)
2. Begrippenkader.
Drugs = verzamelnaam voor alle stoffen die een invloed uitoefenen op de manier waarop men zich
gedraagt, het denken, zijn gevoelens en de wijze waarop zaken worden waargenomen.
Verdovende middelen Opwekkende Geestesverwarrende Combinatie stimulerende –
= psycholeptica middelen middelen bewustzijnsverwarrende
= psychoanaleptica = psychodysleptica effecten
Alcohol Cafeïne Cannabis MDMA
Slaap- en kalmeermiddelen Nicotine Psychedelica
Opiaten Cocaïne
Snuifmiddelen Amfetamines
(klassieke indeling – geen NPS)
3. Drugs en psychoactieve middelen.
Amfetamines: ontstaan als geneesmiddel tegen zwangerschapsmisselijkheid, astma en bronchitis
1
, HET DRUGWIEL
1. Stimulantia: verhoogde energie,
euforie, seksuele opwinding…
2. Empathogenen: liefdevol, warm gevoel,
stemmingswisselingen…
3. Hallucinogenen: spirituele verbonden-
heid, visuele of auditieve hallucinaties…
4. Dissociatieven: verdoofd, bang, K-hole,
ontkoppeld/onthecht…
5. Cannabinoïden: kalm, vreetbui, angst,
psychische problemen…
6. Opioïden: onverslaanbaar, zelfzeker,
pijnloos, ontwenning…
7. Verdovende middelen: roekeloos,
ontspannen, braken…
4. Hoe omgaan met verslaving en
middelengerelateerde problemen?
REPRESSIE = vervolging.
Drankbestrijding
Bestrijding van andere vormen van problematisch gebruik
PREVENTIE = het ontwikkelen, implementeren en evalueren van activiteiten die middelenmisbruik
voorkomen.
3 vormen:
- Universeel: gericht op grote groep (zowel gebruikers als niet-gebruikers)
- Selectief
- Geïndiceerd: gericht op personen met beginnende klachten en voorkomt dat beginnende
klachten leiden tot een aandoening.
ABSTINENTIEBENADERING = drugvrije behandeling.
De AA-beweging
Therapeutische gemeenschappen
Gebruik van substitutiemiddel (vervangingsmiddel) => je bent dus niet werkelijk afgekickt
2