Hoofdstuk 8: LSCI: Life Space
Crisis Intervention.
1. Wat is LSCI?
Therapeutische, verbale interventiestrategie die hulp biedt aan kinderen en jongeren in crisis.
o Gestructureerde manier om gesprekken te voeren.
o In verschillende stappen: fasen => methodiek.
Conflicthanteringsmethode waarbij de begeleider getraind wordt om eigen tegenagressie te herkennen en te
hanteren.
Link met gentle teaching: ondersteunen van kwetsbare mensen gaat in eerste plaats over ons, als begeleider,
hoe wij ons aanpassen aan de noden van de cliënt. Niet over diagnoses van de cliënt.
2. Historiek.
Psychodynamisch kader.
Jaren ’50: ontwikkeling interviewtechniek o.b.v. psychoanalytische principes) voor delinquente jongeren om een
crisis te hanteren als een leermoment: life space interview (Redl & Wineman)
Concept wordt verder uitgewerkt tot LSCI met een handboek en programma voor leerkrachten (Long & Wood)
LSCI-instituut in Verenigde Staten.
LSCI in België: Franky D’Oosterlinck.
3. Doelgroep.
Kinderen en jongeren die gedragsproblemen vertonen en vaak deel uitmaken van conflicten en/of escalaties met
anderen.
Methodiek is aangepast voor kinderen met een vertraagde ontwikkeling (slechts 3 fasen):
1. First we talk about it.
2. Then we fix it.
3. Then I smile.
LSCI is niet nodig bij jongeren en kinderen die uitzonderlijk eens een uitbarsting hebben.
4. Visie van LSCI op conflicten.
Incidenten en crisissen zijn onvermijdelijk. Ze zijn inherent aan het leven.
Conflicten geven de ziens- en denkwijze van de ander weer.
o Watslawick: de aard v/d betrekking is afhankelijk van de interpunctie.
o Beide personen geven in hun communicatie elk hun eigen waarheid.
Mensen leren uit conflicten.
o Niet meteen en meestal niet uit zichzelf.
o Als begeleider probeer je jongeren te laten leren uit conflicten.
Mensen dragen verantwoordelijkheid voor de keuzes die ze maken.
1
, o Veel jongeren in crisis verdedigen zichzelf tegen hun gevoelens door ze te negeren, te verschuiven,
anderen de schuld te geven, door te regresseren of te rationaliseren.
Bij jongeren met agressie:
o Vaak vermomd waarnemen (selectief en uitvergroten) en denken (interpretatiefouten)
o Minder oplossingsgericht denken.
o Oplossingen zijn vaak ook agressiever van aard.
LSCI wil jongeren leren om beter hun gedrag te sturen, d.w.z. beter aan ‘zelfregulering’ doen, zichzelf beter in de
hand hebben. Daar zijn drie voorwaarden voor nodig:
De gebeurtenis begrijpen.
Motivatie tot verandering.
Vertrouwen hebben in de volwassene (kern van Gentle Teaching)
Pas gesprek wanneer de jongere (of jijzelf als begeleider) rustig is en dit wil. Zo niet, eerste emotionele hulp
aanbieden en (nog) geen LSCI opstarten.
5. Doelstellingen van LSCI (8).
Niet enkel focussen op het stoppen van probleemgedrag.
Erkenning/Steun krijgen voor moeilijke gebeurtenissen.
Angst verminderen.
Positieve veranderingen in het zelfbeeld: zelfvertrouwen vergroten.
Cliënt inzicht laten verwerven in eigen gevoelens en gedachten.
Cliënt inzicht laten verwerven in andermans gevoelens en gedachten.
Probleemoplossend vermogen om met stress en emoties om te gaan vergroten.
Leren om jongeren andere keuzes te laten maken – gedragsverandering.
6. Effect op lange termijn.
Het emotioneel geheugen bevat minder negatieve gevoelens en gedachten.
Emotioneel geheugen = het geheugen (naast het klassieke en cognitieve) waar gedachten, gevoelens en angsten
zijn opgeslagen.
Woorden en gedrag veranderen door:
o Groter inzicht.
o Grotere controle over impulsen.
o Positievere gevoelens over zichzelf en anderen.
o Meer positief zelfregulerend gedrag.
7. Wie/wanneer/waar.
Wie: een volwassene uit de natuurlijke omgeving van de jongere (liefst steeds dezelfde)
Wanneer: zo snel mogelijk na de crisis, tenzij één van beide partijen nog te geagiteerd is.
Op een veilige manier uitrazen en zorgen dat je toch present blijft van op afstand.
Waar: aparte ruimte of plaats weg van de groep (om jongere weg te houden van stressbron)
2
Crisis Intervention.
1. Wat is LSCI?
Therapeutische, verbale interventiestrategie die hulp biedt aan kinderen en jongeren in crisis.
o Gestructureerde manier om gesprekken te voeren.
o In verschillende stappen: fasen => methodiek.
Conflicthanteringsmethode waarbij de begeleider getraind wordt om eigen tegenagressie te herkennen en te
hanteren.
Link met gentle teaching: ondersteunen van kwetsbare mensen gaat in eerste plaats over ons, als begeleider,
hoe wij ons aanpassen aan de noden van de cliënt. Niet over diagnoses van de cliënt.
2. Historiek.
Psychodynamisch kader.
Jaren ’50: ontwikkeling interviewtechniek o.b.v. psychoanalytische principes) voor delinquente jongeren om een
crisis te hanteren als een leermoment: life space interview (Redl & Wineman)
Concept wordt verder uitgewerkt tot LSCI met een handboek en programma voor leerkrachten (Long & Wood)
LSCI-instituut in Verenigde Staten.
LSCI in België: Franky D’Oosterlinck.
3. Doelgroep.
Kinderen en jongeren die gedragsproblemen vertonen en vaak deel uitmaken van conflicten en/of escalaties met
anderen.
Methodiek is aangepast voor kinderen met een vertraagde ontwikkeling (slechts 3 fasen):
1. First we talk about it.
2. Then we fix it.
3. Then I smile.
LSCI is niet nodig bij jongeren en kinderen die uitzonderlijk eens een uitbarsting hebben.
4. Visie van LSCI op conflicten.
Incidenten en crisissen zijn onvermijdelijk. Ze zijn inherent aan het leven.
Conflicten geven de ziens- en denkwijze van de ander weer.
o Watslawick: de aard v/d betrekking is afhankelijk van de interpunctie.
o Beide personen geven in hun communicatie elk hun eigen waarheid.
Mensen leren uit conflicten.
o Niet meteen en meestal niet uit zichzelf.
o Als begeleider probeer je jongeren te laten leren uit conflicten.
Mensen dragen verantwoordelijkheid voor de keuzes die ze maken.
1
, o Veel jongeren in crisis verdedigen zichzelf tegen hun gevoelens door ze te negeren, te verschuiven,
anderen de schuld te geven, door te regresseren of te rationaliseren.
Bij jongeren met agressie:
o Vaak vermomd waarnemen (selectief en uitvergroten) en denken (interpretatiefouten)
o Minder oplossingsgericht denken.
o Oplossingen zijn vaak ook agressiever van aard.
LSCI wil jongeren leren om beter hun gedrag te sturen, d.w.z. beter aan ‘zelfregulering’ doen, zichzelf beter in de
hand hebben. Daar zijn drie voorwaarden voor nodig:
De gebeurtenis begrijpen.
Motivatie tot verandering.
Vertrouwen hebben in de volwassene (kern van Gentle Teaching)
Pas gesprek wanneer de jongere (of jijzelf als begeleider) rustig is en dit wil. Zo niet, eerste emotionele hulp
aanbieden en (nog) geen LSCI opstarten.
5. Doelstellingen van LSCI (8).
Niet enkel focussen op het stoppen van probleemgedrag.
Erkenning/Steun krijgen voor moeilijke gebeurtenissen.
Angst verminderen.
Positieve veranderingen in het zelfbeeld: zelfvertrouwen vergroten.
Cliënt inzicht laten verwerven in eigen gevoelens en gedachten.
Cliënt inzicht laten verwerven in andermans gevoelens en gedachten.
Probleemoplossend vermogen om met stress en emoties om te gaan vergroten.
Leren om jongeren andere keuzes te laten maken – gedragsverandering.
6. Effect op lange termijn.
Het emotioneel geheugen bevat minder negatieve gevoelens en gedachten.
Emotioneel geheugen = het geheugen (naast het klassieke en cognitieve) waar gedachten, gevoelens en angsten
zijn opgeslagen.
Woorden en gedrag veranderen door:
o Groter inzicht.
o Grotere controle over impulsen.
o Positievere gevoelens over zichzelf en anderen.
o Meer positief zelfregulerend gedrag.
7. Wie/wanneer/waar.
Wie: een volwassene uit de natuurlijke omgeving van de jongere (liefst steeds dezelfde)
Wanneer: zo snel mogelijk na de crisis, tenzij één van beide partijen nog te geagiteerd is.
Op een veilige manier uitrazen en zorgen dat je toch present blijft van op afstand.
Waar: aparte ruimte of plaats weg van de groep (om jongere weg te houden van stressbron)
2