Hoofdstuk 6: Emotionele
ontwikkeling in verbinding.
Inleiding.
In elke fase (oranje kaders) is er sprake van bepaalde
spanningen. Als deze stress niet kan geregulariseerd of
gementaliseerd worden, heeft dit gevolgen vb. je
geraakt overstuur.
Mentaliseren = gedrag van zichzelf en anderen
begrijpen en deze koppelen aan mentale toestanden (=
als begeleider ga je jezelf afstemmen op de noden van
de cliënt)
Mentale toestanden = overtuigingen, wensen,
gevoelens en gedachten (ze bepalen welk gedrag we
vertonen)
Basisbehoeften in de emotionele ontwikkeling van de cliënt.
Adaptatiefase: (co)reguleren van stress en emoties met oog op homeostase.
Wanneer de lichamelijke of basale noden niet worden beantwoord, geraken mensen overstuur.
1e socialisatiefase: op zoek gaan naar een veilige gehechtheidsrelatie met oog op aanvaarden van ondersteuning
(vertrouwen versus angst)
1e individuatiefase: het vormen van een uniek persoon.
Impact op jezelf (als begeleider)
Spanningen bij de cliënt komen altijd bij de begeleider terecht (beïnvloeding besmetting)
Dus:
- Belang van reguleren van emoties en stress in functie van afstemming.
- Bij te veel stress: mentaliseren onder druk.
Reacties van begeleiders onder druk:
“We hebben er nog 8 rondlopen.”
“Wat kunnen we nog méér doen? Ik heb het gehad.”
“Hij hoort hier niet. Hij heeft een slechte invloed op de groep.”
…
Verschuiving in kijk op uitdagende situaties.
vb. casus
in ppt.
1
, Mentaliseren.
Geenens: “Doe niet zomaar iets, sta even stil en kijk aandachtig: dit kind en deze ouder willen je met hun gedrag iets
vertellen.”
Kijken naar wat er achter het gedrag zit.
Hoe zou het komen dat iemand zo reageert? Wat denkt en voelt die persoon?
Mentaliseren:
- Jezelf van buitenaf en de ander van binnenuit zien.
- Aandacht schenken aan gedachten en gevoelens in jezelf en anderen.
- De vaardigheid om betekenis te geven aan eigen/andermans ervaringen en gedrag.
- Denken over voelen en voelen over denken.
Mentaliseren en gehechtheid:
Vermogen om te mentaliseren ontwikkelt zich stapsgewijs binnen een veilige gehechtheidsrelatie: ouders leren
om zichzelf en hun kind emotioneel te begrijpen.
Mentaliseren bevordert de emotionele verbondenheid (gehechtheid)
Peter Rober:
Innerlijke dialoog: buikgevoel – voorbeeld
“Marie kan zich soms verliezen in haar fantasie. Marie heeft autisme, is zeer mondig, maar sociaal emotioneel is ze
nog erg jong. Bij een kleine verandering of een plotse gebeurtenis kan haar gedrag ineens omslaan.
Emotionele arousal: ontspanning – dit voelt OK – open geest.
Ervaringskennis: Marie heeft een hoog spanningsniveau waarbij je alert moet zijn. Ze test regelmatig je
beschikbaarheid (uit angst)
Ervaringskennis over zichzelf: Ik begrijp Marie voldoende om haar rustig te kunnen ondersteunen en kan
terugblikken op heel wat positieve ervaringen met Marie.
2
ontwikkeling in verbinding.
Inleiding.
In elke fase (oranje kaders) is er sprake van bepaalde
spanningen. Als deze stress niet kan geregulariseerd of
gementaliseerd worden, heeft dit gevolgen vb. je
geraakt overstuur.
Mentaliseren = gedrag van zichzelf en anderen
begrijpen en deze koppelen aan mentale toestanden (=
als begeleider ga je jezelf afstemmen op de noden van
de cliënt)
Mentale toestanden = overtuigingen, wensen,
gevoelens en gedachten (ze bepalen welk gedrag we
vertonen)
Basisbehoeften in de emotionele ontwikkeling van de cliënt.
Adaptatiefase: (co)reguleren van stress en emoties met oog op homeostase.
Wanneer de lichamelijke of basale noden niet worden beantwoord, geraken mensen overstuur.
1e socialisatiefase: op zoek gaan naar een veilige gehechtheidsrelatie met oog op aanvaarden van ondersteuning
(vertrouwen versus angst)
1e individuatiefase: het vormen van een uniek persoon.
Impact op jezelf (als begeleider)
Spanningen bij de cliënt komen altijd bij de begeleider terecht (beïnvloeding besmetting)
Dus:
- Belang van reguleren van emoties en stress in functie van afstemming.
- Bij te veel stress: mentaliseren onder druk.
Reacties van begeleiders onder druk:
“We hebben er nog 8 rondlopen.”
“Wat kunnen we nog méér doen? Ik heb het gehad.”
“Hij hoort hier niet. Hij heeft een slechte invloed op de groep.”
…
Verschuiving in kijk op uitdagende situaties.
vb. casus
in ppt.
1
, Mentaliseren.
Geenens: “Doe niet zomaar iets, sta even stil en kijk aandachtig: dit kind en deze ouder willen je met hun gedrag iets
vertellen.”
Kijken naar wat er achter het gedrag zit.
Hoe zou het komen dat iemand zo reageert? Wat denkt en voelt die persoon?
Mentaliseren:
- Jezelf van buitenaf en de ander van binnenuit zien.
- Aandacht schenken aan gedachten en gevoelens in jezelf en anderen.
- De vaardigheid om betekenis te geven aan eigen/andermans ervaringen en gedrag.
- Denken over voelen en voelen over denken.
Mentaliseren en gehechtheid:
Vermogen om te mentaliseren ontwikkelt zich stapsgewijs binnen een veilige gehechtheidsrelatie: ouders leren
om zichzelf en hun kind emotioneel te begrijpen.
Mentaliseren bevordert de emotionele verbondenheid (gehechtheid)
Peter Rober:
Innerlijke dialoog: buikgevoel – voorbeeld
“Marie kan zich soms verliezen in haar fantasie. Marie heeft autisme, is zeer mondig, maar sociaal emotioneel is ze
nog erg jong. Bij een kleine verandering of een plotse gebeurtenis kan haar gedrag ineens omslaan.
Emotionele arousal: ontspanning – dit voelt OK – open geest.
Ervaringskennis: Marie heeft een hoog spanningsniveau waarbij je alert moet zijn. Ze test regelmatig je
beschikbaarheid (uit angst)
Ervaringskennis over zichzelf: Ik begrijp Marie voldoende om haar rustig te kunnen ondersteunen en kan
terugblikken op heel wat positieve ervaringen met Marie.
2