Hoofdstuk 4: Timmers
ervaringsordeningen (TEO).
Inleiding.
Grondlegger: Dorothea Timmers-Huigens.
Kinder- en jeugdpsycholoog, pedagoog en antropoloog, praktisch theoloog.
Hierdoor: brede kijk door kennis van verschillende disciplines.
Theorie van de ervaringsordening is ontstaan in 1969, vanuit haar werk als pedagoog in een Nederlandse instelling
voor mensen met een verstandelijke beperking.
Sluit aan bij ‘emancipatie’ en ‘burgerschap’.
Vanaf 1972: ook toepassing van de theorie in de eerstelijnsgezondheidszorg.
Centraal: ervaringsordeningen.
De mens is doormiddel van zijn aangeboren dynamische psyche in staat om zijn ervaringen op vier wijzen te
ordenen.
Ervaringsordeningen kan gebruikt worden bij beeldvorming.
1.De vier wijzen van ervaringsordening.
Lichaamsgebonden ervaringsordeningswijze: geeft informatie over de veiligheid van het fysieke bestaan.
Is mijn lichaam veilig?
Associatieve ervaringsordeningswijze: geeft informatie over de betrouwbaarheid v/d concrete en momentane
werkelijkheid.
Is de omgeving betrouwbaar?
Structurerende ervaringsordeningswijze: geeft info over de samenhang van gebeurtenissen of episodes van een
gebeurtenis.
Ken ik de samenhang?
Vormgevende ervaringsordeningswijze: geeft informatie over de eigenheid van het ik en de mate waarin men
zichzelf mag zijn.
Mag ik mijzelf zijn?
De ordeningswijzen: een circulair systeem.
De ervaringsordeningswijzen bouwen voort op
elkaar, ze wisselen elkaar af, beïnvloeden elkaar …
De eigen ik bepaalt hoe krachtig de
ervaringsordeningswijzen zijn.
Vb. Mensen met een meervoudige beperking (die
veel ondersteuning nodig hebben) kan de
lichaamsgebonden EOW overheersend zijn.
De ordeningswijzen: dominantie.
1
ervaringsordeningen (TEO).
Inleiding.
Grondlegger: Dorothea Timmers-Huigens.
Kinder- en jeugdpsycholoog, pedagoog en antropoloog, praktisch theoloog.
Hierdoor: brede kijk door kennis van verschillende disciplines.
Theorie van de ervaringsordening is ontstaan in 1969, vanuit haar werk als pedagoog in een Nederlandse instelling
voor mensen met een verstandelijke beperking.
Sluit aan bij ‘emancipatie’ en ‘burgerschap’.
Vanaf 1972: ook toepassing van de theorie in de eerstelijnsgezondheidszorg.
Centraal: ervaringsordeningen.
De mens is doormiddel van zijn aangeboren dynamische psyche in staat om zijn ervaringen op vier wijzen te
ordenen.
Ervaringsordeningen kan gebruikt worden bij beeldvorming.
1.De vier wijzen van ervaringsordening.
Lichaamsgebonden ervaringsordeningswijze: geeft informatie over de veiligheid van het fysieke bestaan.
Is mijn lichaam veilig?
Associatieve ervaringsordeningswijze: geeft informatie over de betrouwbaarheid v/d concrete en momentane
werkelijkheid.
Is de omgeving betrouwbaar?
Structurerende ervaringsordeningswijze: geeft info over de samenhang van gebeurtenissen of episodes van een
gebeurtenis.
Ken ik de samenhang?
Vormgevende ervaringsordeningswijze: geeft informatie over de eigenheid van het ik en de mate waarin men
zichzelf mag zijn.
Mag ik mijzelf zijn?
De ordeningswijzen: een circulair systeem.
De ervaringsordeningswijzen bouwen voort op
elkaar, ze wisselen elkaar af, beïnvloeden elkaar …
De eigen ik bepaalt hoe krachtig de
ervaringsordeningswijzen zijn.
Vb. Mensen met een meervoudige beperking (die
veel ondersteuning nodig hebben) kan de
lichaamsgebonden EOW overheersend zijn.
De ordeningswijzen: dominantie.
1