CIP 6: ADEMHALINGSKINESITHERAPIE
Inleiding
- Er is een grote diversiteit aan theoretische inzichten, hypothesen en toepassingsmogelijkheden
- Niet alles wat wij doen is evidence based
- MAAR er is wel een klinische evidentie (= we zien wel verbeteringen bij patiënt)
Kinesitherapeutische technieken ter bevordering van het mucustransport
Kinésitherapeutische technieken voor bevordering mucustransport = bronchiaal toilet
- Definitie:
o We moeten mucus transporteren van:
▪ Perifere luchtwegen naar centrale luchtwegen (trachea)
▪ Centrale luchtwegen (trachea) naar keelholte → mucus ophoesten
o Methode: diep inademen via mond – AH inhouden (5 sec) – uitademen via neus
- Doelen bronchiaal toilet
o Verbeteren bronchusobstructie
o Verbeteren van obstructieve en restrictieve longfunctiestoornissen
▪ Obstructieve longfunctiestoornis: COPD
▪ Restrictieve longfunctiestoornis: post-operatief, scoliose, obesitas
o Optimalisatie van ventilatie (ventilatie = voorwaarde voor gasuitwisseling)
o Voorkomen en bestrijden van mucusretentie
▪ Reden: mucus is aantrekkingskracht voor virussen en infecties
- Methoden:
o Ademhalingstechnieken
▪ Goede ventilatie → stimulatie collaterale ventilatie → toename expectoratie mucus
• Anatomie:
o Tussen de alveolen zijn er microscopisch kleine gangetjes die lucht
transporteren van ene naar de andere alveool.
o Bij obstructie door sputum gaat de lucht via deze verbindingen toch naar het
afgesloten, verstopte alveool kunnen gaan
• Indien er een mucusprop aanwezig is in de alveolen, willen we hier lucht achter
krijgen (door aangehouden inspiratie) + krachtig uitademen → dit zorgt voor druk op
mucusprop waardoor mucus van perifeer naar centraal wordt getransporteerd
▪ Atelectase = gesloten alveool (links) open alveool (rechts)
• Lucht kiest eerst de open alveolen
o Reden:
▪ Open alveool produceert surfactant → elasticiteit stijgt
▪ Lucht kiest altijd weg van minste weerstand
• Gesloten alveolen (door mucusprop) kunnen geen surfactant meer produceren
→ compliantie en elasticiteit daalt → saturatie daalt
o Neusspoeling
▪ Water met zoutoplossing in neuskannetje → door neus gieten
• Zout = mucolyticum = slijmoplossend
→ viscositeit mucus daalt → efficiëntere mucus drainage
▪ Nadien gaat snuiten van de neus vaak gemakkelijker
▪ Wordt vaak toegepast door muco patiënten
▪ Bij kinderen: werken met peer
, o Aërosoltherapie = inhalatietherapie
▪ = verneveling van medicatie → medicatie komt dan rechtstreeks in longen en luchtwegen
▪ Wanneer toegepast:
• Vaak op voorbereiding op drainage van mucus
▪ Doel:
• Luchtwegdoorgankelijkheid stijgt
o Bronchodilatoren
• Viscositeit mucus daalt
o Mucolytica
o Antiflogistica (anti-inflammatoir (AB, corticosteroïden))
o Fysiologisch water (bevochtigen)
▪ Aerosolapparaat:
• Muco patiënten moeten heel vaak aerosol nemen
• Kan volledig uit elkaar gehaald worden
o Reden: moet zuivergemaakt worden
o Indien dit niet gereinigd wordt = bron van infectie
▪ Voordelen:
• Lagere dosering van medicatie
• Hogere en snellere lokale werkzaamheid
• Minder systemische nevenwerkingen (zoals overgeven, atrofie) tov orale medicatie
▪ Nadelen:
• Angst (vb: zuigeling, jonge kinderen)
• Onaangenaam (afhankelijk van persoon tot persoon)
• Niet alle medicatie kan door aërosol gaan
▪ Toedieningsvormen:
• Via NEUS: spoelingen, aërosol, pufs
• Via MOND: inademen door mond, uitademen via neus
o Vernevelaars
▪ Methode:
• Mondstuk (enkel mond) *kinesitherapeutische aspecten
• Masker (zowel mond als neus)
o Voor verwarde patiënten, zuigelingen en kinderen tot 3
o Altijd indien totale therapie van de luchtwegen
▪ Soorten:
• Mechanisch
• Ultrasoon
• Perslucht en O2
o MDI (Metered Dose Inhalator):
▪ Doseer-aërosol (pufs):
• Elke puf levert bepaalde hoeveelheid medicatie
▪ MDI met spacer (inhalatiekamer)
• Puf aansluiten op spacer → medicatie in inhalatiekamer indien
je er op duwt → verneveling medicatie
→ patiënt kan medicatie opnemen door in te ademen via
mond, inademingspauze van 10 sec, en uit te ademen via neus
(anders gaat medicatie direct uit mond)
o Voordeel:
▪ Patiënt kan over enkele AH bewegingen
medicatie opnemen
▪ Minder afzet van medicatie in keelholte
o Bij kleine kinderen: masker erover plaatsen
Inleiding
- Er is een grote diversiteit aan theoretische inzichten, hypothesen en toepassingsmogelijkheden
- Niet alles wat wij doen is evidence based
- MAAR er is wel een klinische evidentie (= we zien wel verbeteringen bij patiënt)
Kinesitherapeutische technieken ter bevordering van het mucustransport
Kinésitherapeutische technieken voor bevordering mucustransport = bronchiaal toilet
- Definitie:
o We moeten mucus transporteren van:
▪ Perifere luchtwegen naar centrale luchtwegen (trachea)
▪ Centrale luchtwegen (trachea) naar keelholte → mucus ophoesten
o Methode: diep inademen via mond – AH inhouden (5 sec) – uitademen via neus
- Doelen bronchiaal toilet
o Verbeteren bronchusobstructie
o Verbeteren van obstructieve en restrictieve longfunctiestoornissen
▪ Obstructieve longfunctiestoornis: COPD
▪ Restrictieve longfunctiestoornis: post-operatief, scoliose, obesitas
o Optimalisatie van ventilatie (ventilatie = voorwaarde voor gasuitwisseling)
o Voorkomen en bestrijden van mucusretentie
▪ Reden: mucus is aantrekkingskracht voor virussen en infecties
- Methoden:
o Ademhalingstechnieken
▪ Goede ventilatie → stimulatie collaterale ventilatie → toename expectoratie mucus
• Anatomie:
o Tussen de alveolen zijn er microscopisch kleine gangetjes die lucht
transporteren van ene naar de andere alveool.
o Bij obstructie door sputum gaat de lucht via deze verbindingen toch naar het
afgesloten, verstopte alveool kunnen gaan
• Indien er een mucusprop aanwezig is in de alveolen, willen we hier lucht achter
krijgen (door aangehouden inspiratie) + krachtig uitademen → dit zorgt voor druk op
mucusprop waardoor mucus van perifeer naar centraal wordt getransporteerd
▪ Atelectase = gesloten alveool (links) open alveool (rechts)
• Lucht kiest eerst de open alveolen
o Reden:
▪ Open alveool produceert surfactant → elasticiteit stijgt
▪ Lucht kiest altijd weg van minste weerstand
• Gesloten alveolen (door mucusprop) kunnen geen surfactant meer produceren
→ compliantie en elasticiteit daalt → saturatie daalt
o Neusspoeling
▪ Water met zoutoplossing in neuskannetje → door neus gieten
• Zout = mucolyticum = slijmoplossend
→ viscositeit mucus daalt → efficiëntere mucus drainage
▪ Nadien gaat snuiten van de neus vaak gemakkelijker
▪ Wordt vaak toegepast door muco patiënten
▪ Bij kinderen: werken met peer
, o Aërosoltherapie = inhalatietherapie
▪ = verneveling van medicatie → medicatie komt dan rechtstreeks in longen en luchtwegen
▪ Wanneer toegepast:
• Vaak op voorbereiding op drainage van mucus
▪ Doel:
• Luchtwegdoorgankelijkheid stijgt
o Bronchodilatoren
• Viscositeit mucus daalt
o Mucolytica
o Antiflogistica (anti-inflammatoir (AB, corticosteroïden))
o Fysiologisch water (bevochtigen)
▪ Aerosolapparaat:
• Muco patiënten moeten heel vaak aerosol nemen
• Kan volledig uit elkaar gehaald worden
o Reden: moet zuivergemaakt worden
o Indien dit niet gereinigd wordt = bron van infectie
▪ Voordelen:
• Lagere dosering van medicatie
• Hogere en snellere lokale werkzaamheid
• Minder systemische nevenwerkingen (zoals overgeven, atrofie) tov orale medicatie
▪ Nadelen:
• Angst (vb: zuigeling, jonge kinderen)
• Onaangenaam (afhankelijk van persoon tot persoon)
• Niet alle medicatie kan door aërosol gaan
▪ Toedieningsvormen:
• Via NEUS: spoelingen, aërosol, pufs
• Via MOND: inademen door mond, uitademen via neus
o Vernevelaars
▪ Methode:
• Mondstuk (enkel mond) *kinesitherapeutische aspecten
• Masker (zowel mond als neus)
o Voor verwarde patiënten, zuigelingen en kinderen tot 3
o Altijd indien totale therapie van de luchtwegen
▪ Soorten:
• Mechanisch
• Ultrasoon
• Perslucht en O2
o MDI (Metered Dose Inhalator):
▪ Doseer-aërosol (pufs):
• Elke puf levert bepaalde hoeveelheid medicatie
▪ MDI met spacer (inhalatiekamer)
• Puf aansluiten op spacer → medicatie in inhalatiekamer indien
je er op duwt → verneveling medicatie
→ patiënt kan medicatie opnemen door in te ademen via
mond, inademingspauze van 10 sec, en uit te ademen via neus
(anders gaat medicatie direct uit mond)
o Voordeel:
▪ Patiënt kan over enkele AH bewegingen
medicatie opnemen
▪ Minder afzet van medicatie in keelholte
o Bij kleine kinderen: masker erover plaatsen