Leerkracht: Onderwijs ontwerpen
College 1: Beginsituatie en doelen
Rollen van de leerkracht: onderzoeker, ontwerper, expert, model en coach.
Ontwerpcyclus: niet beginnen met evalueren, maar met analyseren.
Analyseren
/ Evalueren
Begeleiden
van Doelen
leeractivitei vaststellen
ten
Leeractivit
Organisere eiten
n
ontwerpen
Beginsituatie in kaart brengen:
Doelgroepenanalyse: wat is je doelgroep en welke kenmerken heeft deze? Eerst aan
kinderen zelf vragen. Bijvoorbeeld thuissituatie, SES, ontwikkelingsniveau, motivatie etc.
Contextanalyse: geeft informatie over factoren in de omgeving die jouw les kunnen
beïnvloeden. Wat voor ruimte heb je?
Domeinanalyse: wat kunnen leerlingen al en wat is de volgende stap? Over welke
voorkennis beschikken de kinderen?
Elaboratie: koppelen van nieuwe informatie aan al aanwezige informatie.
Soorten doelen:
1. Productdoelen: gericht op het eindproduct en vaak gericht op de korte termijn (eind van
de les).
2. Procesdoelen: doelen gericht op de weg naar het einddoel, vaker gericht op langere
termijn.
Essentiele elementen voor het opstellen van doelen:
Uitdaging: op niveau en in activiteit (motiverend)
Betrokkenheid
Vertrouwen: kan ik het leerdoel halen?
Verwachting: self-fulfilling prophecy
Conceptueel begrip: oppervlakkig of diep
Doelen SMART formuleren > meetbaar
, 2
Een doel moet zo geformuleerd zijn dat het duidelijk wordt dat het doel gericht is op
leerlinggedrag dat concreet is en controleerbaar binnen een bepaalde tijdseenheid.
S = Specifiek / concreet
M = meetbaar / controleerbaar
A = Acceptabel / passend bij de doelgroep
R = Realistisch
T = Tijdsgebonden
“Aan het eind van de les kunnen kinderen de spellingsregel ‘net als politie’ uitleggen, en zelf
vijf woorden noemen waarvoor deze regel geldt.”
“De kinderen kunnen de sommen oplossen door van beide uitgelegde strategieën gebruik te
maken.”
Door de beginsituatie in kaart te brengen bepaal je het huidige ontwikkelingsniveau van de
leerling. Daarna stel je je doelen op, passend bij de beginsituatie en gericht op de volgende
stap in zijn ontwikkeling.
2.2
Redenen om zelf lessen te ontwerpen:
Gebruik kunnen maken van aansprekende materialen of actuele gebeurtenissen, om
daarmee beter de leerdoelen te kunnen behalen.
Werkvormen toepassen waarbij leerlingen samenwerken of zelf onderzoek uitvoeren.
Beter om kunnen gaan met niveauverschillen in de groep en aan kunnen sluiten bij
voorkeuren van leerlingen.
Opbrengstgericht werken: veel aandacht voor doelen, gekoppeld aan gewenste opbrengsten
van leerlingen.