Week 1
W.H.M. Reehuis, Zwaartepunten van het vermogensrecht, Deventer: Kluwer 2020 (hierna:
Reehuis): hoofdstuk 1, 13, 14 en 24.
Vermogen = het geheel van op geld waardeerbare rechten en verplichtingen die iemand
heeft (dus iemand zijn activa en passiva
Vermogensrecht = alle regels met betrekking tot de subjectieve rechten en plichten die
onderdeel van een vermogen kunnen vormen
Goederenrecht = het deel van het objectieve vermogensrecht wat betrekking heeft op de
rechtsverhouding tussen een persoon en een goed
Absoluut recht -> rechten die je tegenover iedereen kan inroepen
Verbintenissenrecht = het deel van het objectieve vermogensrecht wat betrekking heeft op
de rechtsverhouding tussen personen
Relatief recht -> slechts in een relatie tot een bepaald persoon in te roepen
Goederenrecht en verbintenissenrecht zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Het Burgerlijk Wetboek (BW):
Boek 1: ‘Personen en familierecht’
- Bevat de wettelijke regeling van de natuurlijke personen (mensen)
- Bijv. de verhoudingen in familieverband
Boek 2: ‘Rechtspersonenrecht’
- Regelt de rechtspersonen die kunnen optreden als natuurlijk persoon.
- Bijv. een vereniging of stichting
Boek 3: ‘Vermogensrecht in het algemeen’
- O.a. begripsomschrijvingen, rechtshandelingen en de overdracht van goederen
Boek 4: ‘Erfrecht’
- Regelt wat er met iemands vermogen gebeurt, zodra hij komt te overlijden.
Boek 5: ‘Zakelijke rechten’
- Regelt de absolute rechten die alleen zaken tot object kunnen hebben.
- Zaak = een voor menselijke beheersing vatbaar stoffelijk object (art. 3:2 BW)
- Goederen = alle zaken en (subjectieve) vermogensrechten
Boek 6: ‘Verbintenissen in het algemeen’
- Bepalingen die voor alle verbintenissen van belang zijn
Boek 7: ‘Bijzondere overeenkomsten’
- Bijzondere wetten (de wet geeft een nadere regeling)
- Bijv. schenking, arbeidsovereenkomst, huur.
- Maatschap en bruikleen is echter geregeld in boek 7A
Boek 8: ‘Verkeersmiddelen en vervoer’
- Omvat de regeling van het vervoer van personen, goederen, het zee- en
binnenvaartrecht, het luchtrecht en het wegvervoersrecht.
Boek 10: ‘Internationaal privaatrecht’
- Bevat regels van nationaal recht.
- Regelt de vraag welk rechtsstelsel van toepassing is wanneer een
privaatrechtelijke rechtsverhouding een internationaal aspect heeft.