Plantenhormonen, planten hebben hormonen, denk bijvoorbeeld aan ABA, en deze zijn van belang
bij het aansturen van processen. Aangezien de definitie van een hormoon echter best lastig te
onderscheiden is, worden ze ook wel ‘groei regulerende componenten’. We onderscheiden 8
plantenhormonen:
Groene revolutie, in deze periode is de totale massa de plant niet toegenomen, maar de oogst per
oppervlakte wel. Dit komt omdat de harvest index in die tijd is toegenomen en dit begrip duidt het
gedeelte van een plant aan wat geoogst kan worden en
bijvoorbeeld als voedsel kan dienen. De plant is dus meer
energie in oogstbare/eetbare delen gaan stoppen.
Dwerggroei, speelde een grote rol in de groene revolutie
doordat de plant minder energie in de groei van zijn
stengel steekt als die klein blijft en dus meer energie in
eetbare delen kan stoppen. De begeleiding van de energie
en plantengroei wordt door hormonen gereguleerd en
doordat tijdens de groene revolutie op dwerggroei werd
geselecteerd, hebben de mensen in die tijd ongemerkt op
een hormoon geselecteerd.
Plantenhormonen, in de afbeelding zie je weergegeven
welke hormonen wanneer en waar een functie hebben:
- Ontkieming, ABA remt de ontkieming en GA is
juist een positieve regulator van zaadkieming. ABA
en GA zijn hier dus antagonisten. Zodra [ABA]
daalt en [GA] toeneemt zal er ontkieming
plaatsvinden en volgt:
, - Kiemplant, hier zie je dat ABA een remmer is van wortelgroei en dat GA juist een positieve
stimulator is van wortel- én scheutgroei. Je ziet dat AUX (auxine) ook op zowel de wortel als
scheut invloed heeft. Verder zijn CK (cytokinine) en ethyleen hier ook van belang. CK werkt
vaak samen met AUX.
- Shoot apical meristem, hier worden nieuwe bladeren gevormd en dat is AUX, GA en CK
afhankelijk. Op een gegeven moment moeten er echter bloemen gevormd worden i.p.v.
bladeren. De identiteit van het meristeem moet dan dus helemaal omgegooid worden.
- Regeneratieve fase, als het gelukt is om het meristeem om te gooien, krijg je een
bloeistengel en dit wordt door GA, AUX, CK en ethyleen gestuurd.
- Bloem, GA en ABA spelen een rol bij de vorming van bloemen.
Auxine, is een hele belangrijke regulator van de ontwikkeling van een plant, zowel in de embryo fase
als in de fases daarna. Zo speelt het een rol in de polariteit van de plant.
Ethyleen, dit plantenhormoon is een simpel gas (C 2H4) en wordt soms afgekort tot etheen.
Factoren plant, in de afbeelding zie je een versimpelde weergave van het leven van een plant.
Belangrijke factoren als de wisseling van seizoenen etc. zijn hierin niet opgenomen. Factoren die wel
weergegeven zijn, zijn:
- Planten groeien met zijn allen bij elkaar en moeten zich daar op aanpassen. Zo concurreren
ze bovengrond voor zonlicht en ondergrond voor water en mineralen. Zo kunnen planten van
elkaar weg groeien of sneller gaan groeien om boven de buren uit te steken.
- Herbivoren, organismen als rupsen kunnen veel schade aanrichten aan planten en sommige
planten hebben daar verdedigingstactieken voor. Tegen grotere grazers zoals schapen etc. is
echter vrij weinig te doen.
Planten signaleren zowel competitie, droogte,
licht en andere stress factoren binnen de
planten, maar ook tussen de planten vindt
communicatie plaats. Planten leven in een
dynamische omgeving, maar zijn zelf sessiel. Het
doorgeven van signalen is dus van groot belang.
Verdediging, planten kunnen zichzelf
beschermen tegen herbivore insecten door
vluchtige stoffen af te geven, waardoor
carnivoren aangetrokken worden. Dit is in de
afbeelding weergegeven met SOS signal.
Signaleringsroute, in de tweede afbeelding is
een versimpelde weergave gegeven van de
signalerings route waarbij een hormoon of
andere stimulus de receptor van conformatie
verandert, waardoor in de cel een
signaaltransductie plaatsvindt. Dit kan ervoor zorgen dat er
een bepaalde respons optreedt ofdat die juist stopgezet wordt.
In de afbeeding zie je de 3 belangrijke stappen weergegeven:
receptie, transductie en respons. Een respons kan zijn dat er
meer celwand materiaal aangemaakt wordt of dat er meer
aquaporines geopend worden. Ondanks dat de receptor hier in
het celmembraan zit, kan die ook in het cytoplasma, de kern,
het ER of andere organellen aanwezig zijn. Sommige
receptoren zijn zelfs mobiel en kunnen zich bijvoorbeeld
verplaatsen als ze geactiveerd worden.
Structuur plantenhormoon, ze komen in veel verschillende vormen voor. Zo zijn ethyleen en ABA vrij
simpel, maar heb je ook complexe structuren zoals de structuur van brassinoteroïdehormonen.
Signaaltransductie auxine, in de afbeelding zie je een versimpelde versie van de signaal transductie
van auxine (IAA). Links in de afbeelding zie je Aux IAA en ARF weergegeven. ARF is een groep