HC 18 BOUW BOT EN KRAAKBEEN
2 belangrijke steunweefsels:
- Kraakbeen
- Bot
Kraakbeen:
- Structuur;
Eenvoudig/primitieve weefsel
Veel extracellulaire matrix
Weinig cellen
Chondrocyten (kraakbeencellen)
liggen in uitsparingen in de matrix:
lacunen
Voeding door diffusie (geen vaten)
Geen zenuwen
Omgeven door perichondrium (vlies
met voorlopercellen: chondroblasten)
80% water
- Functies;
Steun en drukopvang, bijv.
gewrichten
Groei organisme: deling
kraakbeencellen in epifysair schijf
van pijpbeenderen
- Groei;
Vanuit mesenchymcellen: interstitiële groei
Vanuit perichondrium wordt extra
kraakbeen afgezet (appositionele groei)
Lage O-spanning bevorderd groei
Interstitiële groei = deling van cellen en
zetten extracellulaire matrix af aan de
omgeving
Er vormen zich dan isogene groepen
- Opbouw hyalien kraakbeen:
Lacune met daarin chondrocyten
Peri-cellulaire matrix: proteoglycanen
(opnemen water)
Territoriale matrix: type II collageen
^ + ^ = interterritoriale tussenstof
- Articulair kraakbeen :
In gewrichten
- Typen kraakbeen :
Vezelig kraakbeen
, Overgang naar pees
Tussenwervelschijf
Type I collageen
Elastisch kraakbeen
Veel elastische vezels
Bv. oorschelp
Bot :
- Functies :
Mechanische steun
Beweging mogelijk
Bescherming
Reservoir minerale zouten
Rode beenmerg haematopoiese
Type I collageen
25% water
- Volwassen bot :
Mineraal + organische stoffen
- Kenmerken botweefsel :
Sterke doorbloeding
Relatief snelle genezing (geen littekens)
Ontwikkelt zich onder druk
Continue afbraak en opbouw (evenwicht)
Verschillende celtypen:
Osteoblast; botaanmaak
Osteocyt; reguleert bot-aanmaak en -vorming
Osteoclast; botafbraak
Osteoblast:
- Differentieert vanuit de mesenchymcellen
- Ligt tegen bot aan
- Ronde, grote, basofiele cel
- Secretoire cel: afzetting botmatrix naar buiten
toe (appositie)
- Eerst vorming osteoid (onverkalkte matrix)
verkalking (hydroxyapatiet)
Osteoclast:
- Zeer grote, veelkernige cel
- Afkomstig van monocyten-macrofaag
- Breekt bot af (zure hydrolasen, collagenase)
- Mobiel (over het bot)
, Bot-ombouw cyclus = balans tussen opbouw en afbraak
Osteocyt:
- Kleinere cellen die ontstaan uit osteoblasten
- Omgeven door botmatrix
- 1 osteocyt in 1 lagune
- Onderling verbonden via canaliculli
- Gap junctions
- Functies:
Reguleren bot-ombouw
Mechanosensor
‘onderhoud’ van bot
Classificatie van botweefsel:
Binnenkant: spongieus/trabeculair bot
- Opgebouwd uit botbalkjes ofwel spiculae
Buitenkant: compact/corticaal bot
- Opgebouwd uit osteonen
2 typen botvorming:
- Desmale verbening = botvorming zonder
kraakbeen model
Foetaal, postnataal, platte beenderen
(schedel)
Direct vanuit het mesenchym
oestogene cel
Tussen 2 lagen bindweefsel
Oestogene cel osteoblast
Osteoblast vormt botbalkjes
Fuseren tot trabeculair bot
Trabeculair bot later eventueel vervangen door compact bot
2 belangrijke steunweefsels:
- Kraakbeen
- Bot
Kraakbeen:
- Structuur;
Eenvoudig/primitieve weefsel
Veel extracellulaire matrix
Weinig cellen
Chondrocyten (kraakbeencellen)
liggen in uitsparingen in de matrix:
lacunen
Voeding door diffusie (geen vaten)
Geen zenuwen
Omgeven door perichondrium (vlies
met voorlopercellen: chondroblasten)
80% water
- Functies;
Steun en drukopvang, bijv.
gewrichten
Groei organisme: deling
kraakbeencellen in epifysair schijf
van pijpbeenderen
- Groei;
Vanuit mesenchymcellen: interstitiële groei
Vanuit perichondrium wordt extra
kraakbeen afgezet (appositionele groei)
Lage O-spanning bevorderd groei
Interstitiële groei = deling van cellen en
zetten extracellulaire matrix af aan de
omgeving
Er vormen zich dan isogene groepen
- Opbouw hyalien kraakbeen:
Lacune met daarin chondrocyten
Peri-cellulaire matrix: proteoglycanen
(opnemen water)
Territoriale matrix: type II collageen
^ + ^ = interterritoriale tussenstof
- Articulair kraakbeen :
In gewrichten
- Typen kraakbeen :
Vezelig kraakbeen
, Overgang naar pees
Tussenwervelschijf
Type I collageen
Elastisch kraakbeen
Veel elastische vezels
Bv. oorschelp
Bot :
- Functies :
Mechanische steun
Beweging mogelijk
Bescherming
Reservoir minerale zouten
Rode beenmerg haematopoiese
Type I collageen
25% water
- Volwassen bot :
Mineraal + organische stoffen
- Kenmerken botweefsel :
Sterke doorbloeding
Relatief snelle genezing (geen littekens)
Ontwikkelt zich onder druk
Continue afbraak en opbouw (evenwicht)
Verschillende celtypen:
Osteoblast; botaanmaak
Osteocyt; reguleert bot-aanmaak en -vorming
Osteoclast; botafbraak
Osteoblast:
- Differentieert vanuit de mesenchymcellen
- Ligt tegen bot aan
- Ronde, grote, basofiele cel
- Secretoire cel: afzetting botmatrix naar buiten
toe (appositie)
- Eerst vorming osteoid (onverkalkte matrix)
verkalking (hydroxyapatiet)
Osteoclast:
- Zeer grote, veelkernige cel
- Afkomstig van monocyten-macrofaag
- Breekt bot af (zure hydrolasen, collagenase)
- Mobiel (over het bot)
, Bot-ombouw cyclus = balans tussen opbouw en afbraak
Osteocyt:
- Kleinere cellen die ontstaan uit osteoblasten
- Omgeven door botmatrix
- 1 osteocyt in 1 lagune
- Onderling verbonden via canaliculli
- Gap junctions
- Functies:
Reguleren bot-ombouw
Mechanosensor
‘onderhoud’ van bot
Classificatie van botweefsel:
Binnenkant: spongieus/trabeculair bot
- Opgebouwd uit botbalkjes ofwel spiculae
Buitenkant: compact/corticaal bot
- Opgebouwd uit osteonen
2 typen botvorming:
- Desmale verbening = botvorming zonder
kraakbeen model
Foetaal, postnataal, platte beenderen
(schedel)
Direct vanuit het mesenchym
oestogene cel
Tussen 2 lagen bindweefsel
Oestogene cel osteoblast
Osteoblast vormt botbalkjes
Fuseren tot trabeculair bot
Trabeculair bot later eventueel vervangen door compact bot