Strategieën technisch lezen: De lezer hanteert strategieën om een visueel
weergegeven tekst te decoderen of te verklanken.
Leesstrategieën binnen aanvankelijk leren lezen:
1. De elementaire lees- en spelhandeling: visueel niveau BOTTUM UP
- Kind leest een tekst door grafeem voor grafeem te verklanken
- Spelhandeling
o IN: gesproken woord auditieve analyse onthouden volgorde fonemen koppeling
foneem/grafeem geschreven woord: OUT
o Schrijven en horen
- Leeshandeling | Lezen en zien
o IN: geschreven woord visuele analyse onthouden volgorde grafemen koppeling
grafeem/koppeling gesproken woord: OUT
o De elementaire leeshandeling wordt in de fase van voortgezet technisch lezen alleen nog
gebruikt voor het lezen van nieuwe woorden
- Tussendoel: Alfabetisch principe
2. Lezen met behulp van klankclusters en spellingspatronen: visueel niveau BOTTUM UP
- Door steeds een laatste of eerste letter te vervangen leer je de kinderen steeds andere woorden
aan. De kinderen leren hierdoor klankclusters en spellingpatronen
Voorbeeld: maan, baan enz.
- Dit kan je lezen zonder betekenis (morfologische analyse is met betekenis)
- Cluster = combinatie van mede-klinkers. VB: str, spr, kl
- Spellingspatroon = combinatie van klinkers en medeklinkers: eeuw, ak, open
- Gebruik wisselrijtjes
- Ook wel : de verkorte elementaire leeshandeling
3. Lezen met behulp van de visuele woordvorm of directe woordherkenning: visueel niveau BOTTUM UP
- Kinderen herkennen woorden alsof het plaatjes zijn. Je spreekt dan van naïef of globaal lezen. Van
veel woorden is dan dus de woordvorm en bijbehorende klankvorm in het geheugen opgeslagen.
Snel en efficiënt lezen.
Voorbeeld: de eigen naam, of die van papa en mama schrijven
- Geschikt voor veel voorkomende woorden
- Decoderen niet aan de orde
4. Lezen met behulp van morfologische analyse: morfologisch niveau
- Bij lezen maken kinderen dan gebruik van de kennis van de opbouw van Nederlandse woorden.
- Verschil tussen lezen m.b.v. clusters/spellingpatronen (EEUW, OOI/ng, nk) en lezen m.b.v.
morfologische analyse
- Leerlingen moeten morfemen herkennen en dit ontwikkel je door aandacht te besteden aan de
opbouw van woorden
- Lezen met betekenis (staat in contrast met 2)
- Leesmodel: Top down
5. Lezen met behulp van de context: semantisch en syntactisch niveau TOP DOWN
- Alleen voor iets gevorderde lezers
- Snel lezen en aanvullen met wat je weet
- Ze moeten de hiervoor genoemde strategieën al doorlopen hebben anders zijn ze niet kundig
genoeg om dit te kunnen
- Radende lezers
- Sluit aan bij het leesmodel top-down
- Elementaire leeshandeling moet geautomatiseerd zijn
- Maakt gebruik van tekstbegrip en de kennis van de wereld (werkelijkheid)
- Leesmodel: Topdown (het is een overgang van topdown naar interactief)
6. Flexibel gebruik van leesstrategieën TOP DOWN
- Je gebruikt strategieën door elkaar