1. INTRODUCTIE: HOMEOSTASE EN CELLULAIRE FYSIOLOGIE
1. Homeostase zorgt voor overleving van het lichaam in verschillende omgevingen
Menselijk lichaam, interne omgeving -> constant gehouden = homeostase
Ziek: homeostase verstoord
o Zeer zwaar verstoord -> kunstmatige levensondersteuningen
Eisen
o Spieren beweeglijk
o GI-stelsel
o Respiratie
o Circulatie
o Excretie
Coördinatie en regulatie
o Biochemische signalen (endocrien systeem)
o Elektrische signalen (zenuwstelsel)
2. Het lichaam is een geheel van compartimenten (gescheiden o.b.v. functie en plaats)
Leven = compartimentalisatie (macroscopisch en cellulair)
o Afsluiten van omgeving door membraan van fosfolipiden
Niet meer communiceren met buitenwereld, wel door ionenkanalen en transportmoleculen
Biologische membranen
o Fosfolipiden dubbellaag + transmembraanproteïnen
Transport proteïnen: ionkanalen, ionpompen, uitwisselaars, carriers
Signaal proteïnen: receptoren voor hormonen, GF, …
o kunnen ook cholesterol en sfingolipiden bevatten
o Lipiden kunnen flippen van ene naar andere laag => dynamisch
Membranen structureel analyseren met ‘atomic force microscopy’ (AFM)
o Pieken = proteïnen
o Laser, fotodiode, tip
o Atomische krachten tussen tip en oppervlak
Fluorescentie herstel na verstoren fluorescentie
o Sommige proteïnen zijn vrij mobiel
Koppelen aan fluorescentie proteïnen (groen)
Volgen in cel
Fosfolipidemoleculen (amfipatisch)
o Hydrofiele kop (polair)
o Hydrofobe staart (apolair)
1
, Fosfoglyceriden (glycerol 3-fosfaat)
Sfingosine
Steroïde moleculen
Vergelijking tussen verschillende membranen
o Niet allemaal identiek
Cholesterol Cardiolipine Fosfatidylcholine Fosfatidylinositol
Plasmamembraan Hoog Heel laag Buitenste Hoog Heel laag
Mitochondriale Zeer laag hoog Binnenste Laag hoog
membraan
Mechanisme voor blootstelling aan apoptose
o Caspasen hebben flippasen als doelwit
Knippen = flippase actief
PS van binnen naar buiten
o ‘eat-me signal’ voor macrofagen
Membraan microdomeinen
o Proteïnen van het cytoskelet interageren met membraan proteïnen
Structurele integriteit
2
, o Interacties
Clustering van membraan proteïnen
Organisatie in functionele domeinen
o Lipiden interageren met membraanproteïnen
Bij verandering lipiden compositie -> andere localisatie
SLIDE P16
3. Transportprocessen zijn essentieel voor de fysiologische functie
Centraal in homeostase
Gecoördineerde regulatie
o Communicatie nodig
Intracellulair
Biochemische signalen (second messengers)
Extracellulair
Biochemische signalen (hormonen, GF)
Elektrische signalen (transport van ionen over membranen van exciteerbare cellen)
Patofysiologie
o Verstoorde homeostase
o Slecht werkende transportprocessen
o Mutaties in proteïnen
o Inadequate signalen
Transport
o Meteen door membraan
Diffusie
Osmose
o Afhankelijk van membraanproteïnen
Ion kanalen, transporters, pompen, transport ATPasen
o Macroscopische coördinatie
Zenuwstelsel
o Beweging op macroscopische schaal: spieren
3
, 2. DIFFUSIE EN PERMEABILITEIT
1. Diffusie is migratie van moleculen met hun concentratiegradiënt mee
Van hoge concentratie naar lage concentratie
2. De eerste wet van Fick
Groter verschil in aantal moleculen
o Grotere verplaatsing (flux) van moleculen
Flux ~ concentratieverschil
J ~ ΔC/Δx
Voor een lineaire concentratiegradiënt
∆𝐶
o 𝐽 = −𝐷 ∆𝑥
- want richting gradiënt en flux tegengesteld
D = diffusiecoëfficiënt
Niet lineaire concentratie gradiënt
𝑑𝐶
o 𝐽 = −𝐷 𝑑𝑥
Flux J (mol.cm-2.s-1)
Hoeveelheid moleculen die doorgaan per oppervlakte per tijd
Concentratie C (mol.cm-3)
Hoeveelheid molecule per volume eenheid
Concentratiegradiënt (dC/dx) [(mol/cm3)/cm = mol.cm-4]
Verandering in concentratie met de afstand
Diffusiecoëfficiënt (cm².s-1)
D= kT/6πrη
o Grotere moleculen, kleinere flux want kleinere D
o Straal verandert naargelang pH (vooral voor ZZ, ZB)
3. Essentiële aspecten van diffusie ontdekt door kwantitatieve bestudering van random, microscopische bewegingen
van moleculen
Random beweging van moleculen
o Symmetrische spreiding
o Gemiddelde positie is x = 0
o Gemiddelde positie is geen goede parameter voor diffusie
Root-mean-squared (RMS) verplaatsing goede parameter voor diffusie
4
1. Homeostase zorgt voor overleving van het lichaam in verschillende omgevingen
Menselijk lichaam, interne omgeving -> constant gehouden = homeostase
Ziek: homeostase verstoord
o Zeer zwaar verstoord -> kunstmatige levensondersteuningen
Eisen
o Spieren beweeglijk
o GI-stelsel
o Respiratie
o Circulatie
o Excretie
Coördinatie en regulatie
o Biochemische signalen (endocrien systeem)
o Elektrische signalen (zenuwstelsel)
2. Het lichaam is een geheel van compartimenten (gescheiden o.b.v. functie en plaats)
Leven = compartimentalisatie (macroscopisch en cellulair)
o Afsluiten van omgeving door membraan van fosfolipiden
Niet meer communiceren met buitenwereld, wel door ionenkanalen en transportmoleculen
Biologische membranen
o Fosfolipiden dubbellaag + transmembraanproteïnen
Transport proteïnen: ionkanalen, ionpompen, uitwisselaars, carriers
Signaal proteïnen: receptoren voor hormonen, GF, …
o kunnen ook cholesterol en sfingolipiden bevatten
o Lipiden kunnen flippen van ene naar andere laag => dynamisch
Membranen structureel analyseren met ‘atomic force microscopy’ (AFM)
o Pieken = proteïnen
o Laser, fotodiode, tip
o Atomische krachten tussen tip en oppervlak
Fluorescentie herstel na verstoren fluorescentie
o Sommige proteïnen zijn vrij mobiel
Koppelen aan fluorescentie proteïnen (groen)
Volgen in cel
Fosfolipidemoleculen (amfipatisch)
o Hydrofiele kop (polair)
o Hydrofobe staart (apolair)
1
, Fosfoglyceriden (glycerol 3-fosfaat)
Sfingosine
Steroïde moleculen
Vergelijking tussen verschillende membranen
o Niet allemaal identiek
Cholesterol Cardiolipine Fosfatidylcholine Fosfatidylinositol
Plasmamembraan Hoog Heel laag Buitenste Hoog Heel laag
Mitochondriale Zeer laag hoog Binnenste Laag hoog
membraan
Mechanisme voor blootstelling aan apoptose
o Caspasen hebben flippasen als doelwit
Knippen = flippase actief
PS van binnen naar buiten
o ‘eat-me signal’ voor macrofagen
Membraan microdomeinen
o Proteïnen van het cytoskelet interageren met membraan proteïnen
Structurele integriteit
2
, o Interacties
Clustering van membraan proteïnen
Organisatie in functionele domeinen
o Lipiden interageren met membraanproteïnen
Bij verandering lipiden compositie -> andere localisatie
SLIDE P16
3. Transportprocessen zijn essentieel voor de fysiologische functie
Centraal in homeostase
Gecoördineerde regulatie
o Communicatie nodig
Intracellulair
Biochemische signalen (second messengers)
Extracellulair
Biochemische signalen (hormonen, GF)
Elektrische signalen (transport van ionen over membranen van exciteerbare cellen)
Patofysiologie
o Verstoorde homeostase
o Slecht werkende transportprocessen
o Mutaties in proteïnen
o Inadequate signalen
Transport
o Meteen door membraan
Diffusie
Osmose
o Afhankelijk van membraanproteïnen
Ion kanalen, transporters, pompen, transport ATPasen
o Macroscopische coördinatie
Zenuwstelsel
o Beweging op macroscopische schaal: spieren
3
, 2. DIFFUSIE EN PERMEABILITEIT
1. Diffusie is migratie van moleculen met hun concentratiegradiënt mee
Van hoge concentratie naar lage concentratie
2. De eerste wet van Fick
Groter verschil in aantal moleculen
o Grotere verplaatsing (flux) van moleculen
Flux ~ concentratieverschil
J ~ ΔC/Δx
Voor een lineaire concentratiegradiënt
∆𝐶
o 𝐽 = −𝐷 ∆𝑥
- want richting gradiënt en flux tegengesteld
D = diffusiecoëfficiënt
Niet lineaire concentratie gradiënt
𝑑𝐶
o 𝐽 = −𝐷 𝑑𝑥
Flux J (mol.cm-2.s-1)
Hoeveelheid moleculen die doorgaan per oppervlakte per tijd
Concentratie C (mol.cm-3)
Hoeveelheid molecule per volume eenheid
Concentratiegradiënt (dC/dx) [(mol/cm3)/cm = mol.cm-4]
Verandering in concentratie met de afstand
Diffusiecoëfficiënt (cm².s-1)
D= kT/6πrη
o Grotere moleculen, kleinere flux want kleinere D
o Straal verandert naargelang pH (vooral voor ZZ, ZB)
3. Essentiële aspecten van diffusie ontdekt door kwantitatieve bestudering van random, microscopische bewegingen
van moleculen
Random beweging van moleculen
o Symmetrische spreiding
o Gemiddelde positie is x = 0
o Gemiddelde positie is geen goede parameter voor diffusie
Root-mean-squared (RMS) verplaatsing goede parameter voor diffusie
4