100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Onderzoeksvaardigheden 1: 2023

Rating
-
Sold
5
Pages
72
Uploaded on
02-11-2023
Written in
2023/2024

Dit is een uitgebreide, volledige samenvatting van onderzoeksvaardigheden 1. Ik zit in het eerste jaar toegepaste psychologie. Hieronder ziet u welk boek ik heb en welke hoofdstukken ik heb behandeld in deze samenvatting. Boek: onderzoeksvaardigheden (van in) geschreven door Caroline Neckebroeck, Inge Vanderstraeten, Mieke Verhaeghe (vierde editie) H1: basisbegrippen H2: het onderzoeksplan H3: steekproeftrekking H4: kwantitatief onderzoek via enquêtes H5: data-analyse in kwantitatief onderzoek H6: kwalitatief onderzoek via interviews en focusgroepen H7: data-analyse in kwalitatief onderzoek H8: de rapportage

Show more Read less
Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
November 2, 2023
Number of pages
72
Written in
2023/2024
Type
Summary

Subjects

Content preview

Onderzoeksvaardigheden

Hoofdstuk 1: Basisbegrippen

1.1 Wetenschappelijk verantwoord onderzoek
Onderzoekers:
→ vragen stellen over allerhande verschijnselen in samenleving
→ zoeken naar antwoorden op deze vragen: verschijnselen beschrijven en verklaren
Verklaren: bestaande kennis aanwenden -> inzicht krijgen in bevindingen/met behulp van
bevindingen nieuwe kennis ontwikkelen
→ duidelijk bepalen wat te onderzoeken en bij wie en hoe

Vragen beantwoorden: strikte regels en stappenplan
- strikte regels -> kwaliteit van onderzoek waarborgen
- kennis van onderzoeksvaardigheden nodig
- logisch en systematisch stappenplan -> betrouwbare en valide conclusies
- open en transparante werkwijze
- nauwkeurig en gedetailleerd weergeven hoe hij/zij te werk is gegaan
- elke stap uitvoerig uitwerken en motiveren
- op theoretische kennis baseren
- literatuurstudie
- bestaand onderzoek van onderzoeksonderwerp bestuderen
→ onderwerp theoretisch onderbouwen en verfijnen

Wetenschappelijke kennis ≠ alledaagse kennis
Cyclisch proces: elk antwoord kan nieuwe vragen oproepen

Wetenschappelijk onderzoek: geen eenduidige definitie (niet allemaal kennen -> begrijpen)

Onderzoek -> doelgericht -> doel: onderzoeksvragen beantwoorden -> onderwerp afgebakend door
probleemstelling op te stellen
- systematisch
- vooraf vastgelegd onderzoeksontwerp -> hierna pas dataverzameling en -analyse
- validiteit en betrouwbaarheid


1.2 Soorten onderzoek
Indeling: doel, grondvorm en tijdsperspectieven

1.2.1 Verschillende doelen: fundamenteel en praktijkgericht onderzoek
2 hoofdtypen wetenschappelijk onderzoek

,1.2.1.1 Fundamenteel onderzoek
Fundamenteel/theoriegericht onderzoek= kennisvermeerdering, kennis ontwikkelen
→ theoretische relevantie, bijdragen wetenschappelijke kennis



1.2.1.2 Praktijkgericht onderzoek
Praktijkgericht/toegepast onderzoek= vragen uit de praktijk beantwoorden, verkrijgen van kennis
om verschijnselen in de werkelijkheid te analyseren/beïnvloeden/veranderen

Fundamenteel en praktijkgericht: volgens wetenschappelijke aanpak voeren (systematisch
stappenplan, transparante manier)



1.2.2 Verschillende grondvormen: kwantitatief en kwalitatief onderzoek
2 grondvormen van wetenschappelijk onderzoek: kwantitatief en kwalitatief onderzoek



1.2.2.1 Kwantitatief onderzoek
kwantitatief onderzoek: onderwerp in breedte onderzocht
→ veel verschillende informatie over onderwerp, zonder echt diep op in te gaan
→ veel verschillende manieren
→ ideeën, attitudes, gedragingen van bevraagde mensen beschrijven (+ samenhangen, verband)
→ cijfermateriaal -> statistische analyses
→ streven ernaar: conclusies gelden voor ruime populatie (steekproef: groot en representatief)



1.2.2.2 Kwalitatief onderzoek
kwalitatief onderzoek: thema in de diepte onderzocht
→ diep op onderwerp ingaan: op zoek gaan naar belevingen/betekenissen van mensen
→ verschillende manieren
→ geen cijfermateriaal: taal (spreektaal, lichaamstaal…)
→ geen statistische analyses -> inhoudsanalyses
→ steekproef eerder klein: niet representatief voor populatie
→ streven ernaar: diversiteit in doelgroep en rijkdom aan informatie

Beide grondvormen: gelijkwaardige vormen -> als complementair beschouwd, vullen elkaar aan
Kwantitatieve en kwalitatieve methoden kunnen in één onderzoek gecombineerd worden



1.2.3 Verschillende tijdsperspectieven
Cross-sectioneel onderzoek= eenmalig op een bepaald tijdstip onderzocht
Longitudinaal onderzoek= loopt langer doorheen de tijd: meerdere onderzoeksmomenten

Longitudinaal onderzoek: verder onderscheid

, - trendonderzoek= regelmatige tijdstippen, niet telkens dezelfde doelgroep
- panelonderzoek= regelmatige tijdstippen, wel telkens dezelfde doelgroep

Retrospectief onderzoek= blikt terug in de tijd: gebeurtenissen uit het verleden verbinden aan het
heden (cross-sectioneel onderzoek)

Prospectief onderzoek= kijkt vooruit in de tijd: meerdere onderzoeken op verschillende tijdstippen -
> resultaten met elkaar verbinden (longitudinaal onderzoek)


1.3 Eisen aan onderzoek
Belangrijkste wetenschappelijke, ethische en praktische vereisten gelden voor alle soorten
onderzoeken

1.3.1 Wetenschappelijke eisen
1. Empirisch
= onderwerpen moeten zintuiglijk waarneembaar zijn in de werkelijkheid
→ soms nagaan of veronderstellingen in werkelijkheid kloppen: hypothesen formuleren
→ nagaan of hypothesen/veronderstellingen kloppen
→ hypothese moet falsifieerbaar of weerlegbaar zijn (bevestigd of weerlegd)

De empirische cyclus= verband tussen theorie/ideeën en empirie (waarneembaar in werkelijkheid)
→ twee bewegingen
1) Deductie: vanuit theorie/ideeën
- op basis van theorie/idee onderzoeksvragen stellen/hypothesen formuleren
- antwoord bieden: kijken naar gegevens (data) uit realiteit
- proces van theorie naar data= deductie

2) Inductie: vanuit empirische realiteit/data
- fenomenen/gegevens in eerste instantie waargenomen
- daaruit op zoek naar wetmatigheden
- vervolgens op zoek naar verklaringen: theorie formuleren
- proces van data naar theorie= inductie
→ Cyclisch= fasen van inductie en deductie volgen elkaar op

2 soorten wetmatigheden:
- deterministische wetmatigheden= geen uitzonderingen mogelijk
- probabilistische wetmatigheden= (probabiliteit= waarschijnlijkheid), kans groot dat een
fenomeen zich voordoet of dat er een verband is tussen bepaalde factoren, uitzonderingen
zeker mogelijk -> theorie niet weerlegd
→ in sociale wetenschappen: altijd probabilistische wetmatigheden: kansen, altijd uitzonderingen
mogelijk

Empirische cyclus kan starten vanuit theorie als vanuit data
2. Onafhankelijk en objectief

, = onafhankelijk van opdrachtgever als van onderzoeker
→ mogelijk dat opdrachtgever een onderzoek laat opzetten (resultaten in bepaalde richting laten
uitgaan -> resultaten vertekend beeld)
→ onafhankelijk onderzoek kan werkelijke situatie aan licht brengen -> effectieve oplossingen
→ opletten voor suggestieve vragen

3. Betrouwbaarheid
betrouwbaarheid= belangrijk criterium om kwaliteit te beoordelen
→ vooral belangrijk in kwantitatief onderzoek (cijfers)
→ betrouwbaarheid verwijst naar exactheid van onderzoek
→ onderzoek= betrouwbaar en exact -> bij herhaaldelijke uitvoering telkens dezelfde/heel
gelijkaardige resultaten
→ werkelijkheid: onderzoek niet 100 x herhalen: hypothetische herhaling dezelfde/gelijkaardige
resultaten
→ resultaten onafhankelijk van toeval
→ hoe meer eenheden (grotere omvang), hoe betrouwbaarder

exactheid van onderzoek in gevaar: toevalsfouten/error
- toeval speelt altijd een rol -> kunnen fouten optreden hierdoor
- betrouwbaarheid aantasten
- hoe exacter het onderzoek wordt gepland en uitgevoerd, kleinere kans op toevalsfouten
→ onderzoeker moet zeer nauwkeurig te werk gaan
→ duidelijk aangeven: wat hij zal onderzoeken, wanneer, bij, wie
→ vooraf gedetailleerd, volledig plan van aanpak, onderzoeksplan, uitschrijven en motiveren

4. Validiteit of geldigheid
Op basis van de onderzoeksresultaten -> onderzoeksvraag accuraat beantwoorden

Opletten voor systematische fouten
→ kunnen resultaten in bepaalde richting sturen
→ zorgen voor vertekening/bias van resultaten
→ zorgen voor toevallige (niet-betrouwbare) of vertekende (niet-valide) onderzoeksresultaten
= onderzoek niet valide, onderzoeksvraag niet (voldoende) accuraat beantwoorden

Symbolische voorstelling: validiteit en betrouwbaarheid
Validiteit en betrouwbaarheid -> vermijden van fouten

In alle soorten onderzoeken: kwaliteit van onderzoeksresultaten belangrijk!

Interne validiteit/methodologische validiteit= vooropgestelde onderzoeksvraag accuraat kunnen
beantwoorden, onderzoeksresultaten voor waar kunnen nemen -> correct uitgevoerd, vrij van
systematische fouten

Externe validiteit= onderzoeksresultaten gelden voor groep eenheden, groter dan de groep
betrokken in het onderzoek
$11.94
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
leoniedeclercq

Get to know the seller

Seller avatar
leoniedeclercq Katholieke Hogeschool VIVES
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
5
Member since
2 year
Number of followers
1
Documents
2
Last sold
7 months ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions