Inclusief leefklimaat academiejaar 2023-2024
2. POSITIEF LEEFKLIMAAT
Positief leefklimaat creeëren:
- Ontwikkeling van een stevig zelfbeeld voor elk kind vanuit een veilige, zkere,
voorspelbare context te werken.
- Sociaal- emotionele vaardigheden van elk kind te werken door confrontatie met
het ander-zijn en verandering.
Doelstellingen: hangen nauw samen met babsibehoeften uit prosesgerischt werken.
(driehoek)
- Identiteitsdoelstelling: een stevig zelfbeeld, identititeit opbouwen.
- Empathiedoelstelling: beeld van anderen, een ampatische omgang stimuleren.
Lezen spiegeltje spiegeltje: P21-29 (een stevig zelfbeeld opbouwen)
P30-40 (empathische omgang)
Op wat inspelen voor positief leefklimaat?
- Affectie en tederheid
- Veiligheid en structuur
- Erkenning en bevestiging
- Behoefte aan zingeving en morele waarde
(Aan deze doelstellingen word gewerkt bij het creeëren van een positief leefklimaat.)
Lezen ervaringsgericht werken: H5 een positief groepsklimaat P115-131
, Inclusief leefklimaat academiejaar 2023-2024
2.1 BOUWSTENEN OMTRENT HET OPBOUWEN VAN EEN STEVIG EN
POSITIEF ZELFBEELD VAN ELK KIND
Bouwstenen identiteitsdoelstellingen:
2.1.1 STRUCTUUR, VEILIGHEID EN GEZELLIGHEID
Afspraken en regels (zorgen voor vervulling van behoefte: structuur en veiligheid) binnen
het positief leiding geven.
Regels: basispricipes die voor kinderen heel duidelijk zijn. Hierover word niet
gediscusieerd, geen inspraak van de kleuters.
Richtlijnen bij het formuleren van regels:
- Beperk het aantal ‘klasregels’
- Gebruik eenvoudige taal, aangepast aan het ontwikkelingsniveau van kinderen
- Formuleer regels positief (doen-regels zijn beter dan niet-doenregels)
- Waarom? Leg uit waarom deze regel er is.
Regels en grenzen moeten zo snel mogelijk, duidelijk, concreet, zichtbaar en transparant
zijn. eens de regels met z’n allen gekend zijn, kunnen er uitzonderingen gemaakt worden.
(zie tips P27)
Afspraken: dynamische en dienen om met elkaar samen te leven. Kinderen worden
hierbij betrokken (participatie).
Onderscheid tussen soorten afspraken en regels:
- Wederkerigheid
- Gelijkheid
- Individuele rechten
- Verbondenheid
- Leiding geven en aanvaarden
Gouden weken: eerste vierweken van het schooljaar zijn cruciaal om aan groepspinding
te doen. Tips:
- Maak samen groepsregels
- Bespreek regelmatig het doel van school- en klassenregels
Zilveren weken: twee weken na de kerstvakantie. Aandacht voor groepsverbindende
momenten, afspraken en regels worden herhaald en kunnen eventueel aangepast worden
aan de noden en behoeften van de leerkracht en/of kinderen.
Toch komt ongehoorzaamheid voor = natuurlijk gedrag, gezonde drang naar
zelfstandigheid en onafhankelijkheid. -> consequente reactie bij regelovertredend gedrag
is van groot belang!
- Trek de aandacht van het kind (oogcontact, praat op ooghoogte)
- Zeg concreet wat je goed vind wat het doet
- Geef het kind daar een compliment over
Belonen: positief bekrachtigen van gedrag.
Sociale bekrachtigers:
2. POSITIEF LEEFKLIMAAT
Positief leefklimaat creeëren:
- Ontwikkeling van een stevig zelfbeeld voor elk kind vanuit een veilige, zkere,
voorspelbare context te werken.
- Sociaal- emotionele vaardigheden van elk kind te werken door confrontatie met
het ander-zijn en verandering.
Doelstellingen: hangen nauw samen met babsibehoeften uit prosesgerischt werken.
(driehoek)
- Identiteitsdoelstelling: een stevig zelfbeeld, identititeit opbouwen.
- Empathiedoelstelling: beeld van anderen, een ampatische omgang stimuleren.
Lezen spiegeltje spiegeltje: P21-29 (een stevig zelfbeeld opbouwen)
P30-40 (empathische omgang)
Op wat inspelen voor positief leefklimaat?
- Affectie en tederheid
- Veiligheid en structuur
- Erkenning en bevestiging
- Behoefte aan zingeving en morele waarde
(Aan deze doelstellingen word gewerkt bij het creeëren van een positief leefklimaat.)
Lezen ervaringsgericht werken: H5 een positief groepsklimaat P115-131
, Inclusief leefklimaat academiejaar 2023-2024
2.1 BOUWSTENEN OMTRENT HET OPBOUWEN VAN EEN STEVIG EN
POSITIEF ZELFBEELD VAN ELK KIND
Bouwstenen identiteitsdoelstellingen:
2.1.1 STRUCTUUR, VEILIGHEID EN GEZELLIGHEID
Afspraken en regels (zorgen voor vervulling van behoefte: structuur en veiligheid) binnen
het positief leiding geven.
Regels: basispricipes die voor kinderen heel duidelijk zijn. Hierover word niet
gediscusieerd, geen inspraak van de kleuters.
Richtlijnen bij het formuleren van regels:
- Beperk het aantal ‘klasregels’
- Gebruik eenvoudige taal, aangepast aan het ontwikkelingsniveau van kinderen
- Formuleer regels positief (doen-regels zijn beter dan niet-doenregels)
- Waarom? Leg uit waarom deze regel er is.
Regels en grenzen moeten zo snel mogelijk, duidelijk, concreet, zichtbaar en transparant
zijn. eens de regels met z’n allen gekend zijn, kunnen er uitzonderingen gemaakt worden.
(zie tips P27)
Afspraken: dynamische en dienen om met elkaar samen te leven. Kinderen worden
hierbij betrokken (participatie).
Onderscheid tussen soorten afspraken en regels:
- Wederkerigheid
- Gelijkheid
- Individuele rechten
- Verbondenheid
- Leiding geven en aanvaarden
Gouden weken: eerste vierweken van het schooljaar zijn cruciaal om aan groepspinding
te doen. Tips:
- Maak samen groepsregels
- Bespreek regelmatig het doel van school- en klassenregels
Zilveren weken: twee weken na de kerstvakantie. Aandacht voor groepsverbindende
momenten, afspraken en regels worden herhaald en kunnen eventueel aangepast worden
aan de noden en behoeften van de leerkracht en/of kinderen.
Toch komt ongehoorzaamheid voor = natuurlijk gedrag, gezonde drang naar
zelfstandigheid en onafhankelijkheid. -> consequente reactie bij regelovertredend gedrag
is van groot belang!
- Trek de aandacht van het kind (oogcontact, praat op ooghoogte)
- Zeg concreet wat je goed vind wat het doet
- Geef het kind daar een compliment over
Belonen: positief bekrachtigen van gedrag.
Sociale bekrachtigers: