Hoofdstuk 1
1.1
Interview is hetzelfde als vraaggesprek en heeft een centrale interviewvraag (dat je
weet wat voor antwoord je kan krijgen)
Het interview moet een doel hebben
De geïnterviewde heeft recht om het doel van het interview te weten belang
van de geïnterviewde
1.2
Gestructureerd interview = je weet van tevoren precies welke vragen je gaat stellen
en in welke volgorde meeste antwoordcategorieën liggen al vast.
Ongestructureerd interview = als je van tevoren niet precies weet wat voor
antwoorden je kan verwachten sprake van een open centrale interviewvraag
Gesloten centrale interviewvraag = als het niet om de aard van het probleem gaat
(bijv. bij een enquête)
Open interview = een verzamelnaam voor alle interviews die niet volledig zijn
gestructureerd.
Snel veel informatie over veel onderwerpen
Je kan meteen doorvragen als er aanleiding toe is
Beginvraag en topics/richtlijnen
Gesprek is informatie uitwisselen, interview is eenrichtingsverkeer
Medewerking van de geïnterviewde is essentieel hij moet zich op zijn gemak
voelen.
Dit doe je door een plezierige interviewstijl:
Goed luisteren
Een gesprek kunne (onder)houden
In staat zijn de ‘goede’ vragen te stellen
1.3
3 soorten open interviews:
Het vrije-attitude-interview: onderwerpen vrij, volgorde vrij
o Één beginvraag
o Door goed doorvragen zorg je dat de informatie van de geïnterviewde:
relevant, geldig, duidelijk en volledig is.
o Diepte-interview = een aantal onderwerpen uitdiepen
Het halfgestructureerde interview: checklist met onderwerpen, volgorde vrij
o Onderwerpen in logische volgorde (chronologisch)
o Meerdere beginvragen voor elk onderwerp
o Topics/richtlijnen