100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting - Ontwikkelingspsychologie

Rating
-
Sold
-
Pages
18
Uploaded on
27-10-2023
Written in
2022/2023

Samenvatting geschreven vanuit het boek. Deze toets in 1x gehaald met deze samenvatting.

Institution
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course
Unknown

Document information

Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
October 27, 2023
Number of pages
18
Written in
2022/2023
Type
Summary

Subjects

Content preview

Samenvattingen en begrippenlijst ontwikkelingspsychologie:

Begrippenlijst:

Aandacht: mentale activiteit waarbij op een specifiek deel van binnenkomende informatie
wordt ‘ingezoomd’ en de rest van de informatie vervaagt.

Aandachtsboog: tijdsduur waarin men de aandacht op specifieke informatie kan richten.

Accommodatie: Piagets term voor je hele netwerk (schema) veranderen door informatie die
je hebt gekregen.

Adaptie: het zich aanpassen aan de eisen die de omgeving stelt

Adolescent: jongere of jeugdige in de leeftijd van 12-18

Agressie: alle gedrag waarmee men bewust een ander of diens eigendom schade berokkent

Aids: verworven immuunziekte die een gevaar vormt voor het ongeboren kind

Ambivalent gehecht: angstig gehechte kinderen die in de stressvolle episoden van de
vreemde-situatieprocedure meer hechtings- dan exploratiegedrag vertonen. Zij klampen zich
na stressvolle episode aan de opvoeder vast en wijzen deze tegelijkertijd af.

Anale fase: Freuds tweede psychoseksuele stadium van 1-3 jaar, waarin de anus het
centrum van genot is en het ophouden of zich ontdoen van de ontlasting de belangrijkste
bron van lustgevoelens vormt.

Apgarscore: beoordeling van vijf kenmerken die een indicatie geven voor de fysieke conditie
van de zuigeling, respectievelijk een en vijf minuten na de geboorte.

Arousal: geeft de graad van mentale alertheid weer. Een sterke arousal betekend een
fysieke en mentale staat van opwinding.

Assimilatie: een tak toevoegen aan je cognitieve netwerk die je al hebt.

Associatief spel: kinderen wisselen ervaringen uit en geven commentaar op elkaars spel.
Maar van een taakverdeling of gemeenschappelijk doel is nog geen sprake.

Autisme: een ontwikkelingsstoornis met als kenmerk beperkingen in de sociale interactie en
communicatie.

Automatisering: houdt in dat een mentaal verwerkingsproces steeds vlotter verloopt en
steeds minder aandacht opeist, naarmate men meer ervaring met dit werkproces opdoet.

,Autonomie: de onafhankelijkheid en zelfstandigheid waar de peuter in de fase van een zich
ontwikkeld zelfbewustzijn – ook wel koppigheidsfase genoemd – naar streeft.

Autoritair leiderschapsstijl: de dominantie berustende stijl van leidinggeven, waarin men
aan de betrokkenen leden expliciete eisen stelt en hieraan sancties verbindt.

Autoritaire opvoedingsstijl: opvoedingsstijl gekenmerkt foor sterke controle en geringe
genegenheid. Vaker straffen dan beloning. Koud en afstandelijk.

Axon: het outputkanaal van de zenuwcel dat prikkels naar andere zenuwcellen doorgeeft

Baby: kind in de leeftijd van 0 tot 12 maanden

Babybiografie: een gedetailleerd observatieverslag van het gedrag van een baby over zekere
tijdsperiode

Babytaal: aangepaste, vereenvoudigde taal die door verzorgers tegen het jonge kind wordt
gesproken en waarmee zij diens taalverwerving stimuleren.

Basisgeslachtsidentiteit: term voor het prille besef een jongen of een meisje te zijn.

Behaviorisme: stroming binnen de psychologie dat waarneembaar gedrag als enige object
van studie ziet en emoties en gedachten expliciet buiten beschouwing laat.

Bekrachtiger: elke consequentie van bepaald gedrag die maakt dat dit gedrag in frequentie
zal toenemen.

Betrouwbaar: een meting is betrouwbaar als deze na herhaling door dezelfde of een andere
persoon hetzelfde meetresultaat laat zien, mits de variabele zelf in de tussentijd niet
verandert, vergelijk met valide.

Big five: persoonlijkheidsmodel dat uitgaat van 5 robuuste persoonlijkheidsdimensies.

Biseksualiteit: seksueel georiënteerd zijn op zowel het mannelijke als het vrouwelijke
geslacht.

BMI-index: body mass index is een maat voor lichaamsgewicht.

Brabbelen: het produceren van reeksen betekenisloze klinker-medeklinker-combinaties

Castratieangst: angst van de jongen die zich in de fallische fase (3-6 jaar) bevindt om de
penis, bron van lustgevoelens, te verliezen.

Cefalocaudale groei: groeiproces dat het dichtst bij het hoofd begint en zich geleidelijk naar
beneden verplaatst. Vergelijk het proximodistale groei.

Centratie: het onvermogen zich op meer dan een aspect van een probleem te richten

, Chromosoom: draadachtige structuur binnen de celkern waarop zich de genen bevinden.
Elke celkern bevat 46 (23 paar) chromosomen.

Cohort: groep mensen die in eenzelfde periode geboren zijn en als leeftijdsgroep dezelfde
maatschappelijke en culturele ontwikkelingen meemaken.

Cohorteffect: invloed van een maatschappelijke gebeurtenis die specifiek is voor een
bepaald cohort.

Commitment: keuzes en verplichtingen van de adolescent, waarmee de identiteitsvorming
zijn beslag krijgt.

Compensatie: redeneerwijze waarbij het kind beseft dat een specifieke eigenschap het
effect van een andere eigenschap teniet kan doen.

Competentie: betekent het geheel van kennis en vaardigheden. Bij jonge kinderen houdt het
streven naar competentie in dat zij grip willen krijgen op hun omgeving. Vergelijk intrinsieke
motivatie.

Conceptie: samensmelting van ei- en zaadcel; begin van menselijk leven

Concreet operationele stadium: derde stadium van cognitieve ontwikkeling waarin
operationeel denken mogelijk is voor zover dit denken verwijst naar concreet voorstelbare
situaties.

Conversatie: het besef dat een gegeven hoeveelheid materie niet kan veranderen door
slechts de verschijningsvorm van die hoeveelheid materie te wijzigen.

Conventionele moraliteit: kohlbergs stadium van moreel oordelen waarin men zich bij het
naleven van regels voornamelijk laat leiden door het besef dat regels en wetten noodzakelijk
zijn en de naleving daarvan sociale waardering oplevert.

Coöperatief spel: kinderen temmen hun activiteiten op elkaar af om een gemeenschappelijk
doel te bereiken

Co-ouderschap: gescheiden wonende ouders bij wie kinderen beurtelings verblijven.

Cortisol: (stresshormoon). Hormoon dat vrijkomt bij fysieke of psychische stress

Cross-seksegedrag: sekserolgedrag dat kenmerkend is voor de sekse waartoe men niet
behoort

Cyber persten: pesten via internet

Democratisch leiderschap: stijl van leidinggeven waarin men bij het nemen van beslissingen
naar een gelijkwaardige inbreng van alle betrokkenen streeft. Uitleg, uitwisseling van ideeën
en positieve feedback spelen een belangrijke rol.
$5.42
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
lynn2011
4.0
(2)

Get to know the seller

Seller avatar
lynn2011 Hogeschool Arnhem en Nijmegen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
8
Member since
2 year
Number of followers
7
Documents
3
Last sold
1 year ago

4.0

2 reviews

5
1
4
0
3
1
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions