psychopatholo
gie
Peter
Lotte De Wilde
2022 - 2023
, Lotte De Wilde
H1: INTRODUCTIE
PSYCHOPATHOLOGIE
MENS STAAT ALTIJD CENTRAAL & ELKE MENS IS KWETSBAAR VOOR PSYCHISCHE
AANDOENINGEN
1. PSYCHIATRIE & MAATSCHAPPIJ
Opvattingen over ‘gek’ of ‘gestoord’ gedrag --> tijd- en cultuur gebonden
Vb. tijd = in de middeleeuwen is iemand met een epilepsie aanval een zot
Om te spreken van een psychiatrische stoornis moet men voldoen aan 3
voorwaarden:
1. Het betreft een abnormaal verschijnsel of gedrag dat afwijkt van een
sociale norm of van wat in de betreffende cultuur als normaal geldt.
2. Dit abnormale verschijnsel wordt een teken van een stoornis als het
bovendien ongemak of lijden teweegbrengt bij de betrokkene en/of
omgeving.
3. Het gaat om een psychiatrische stoornis als het verschijnsel/gedrag ook bij
andere personen is vastgesteld en binnen het gangbare begrippenkader
van de psychiatrie kan worden beschreven.
Psychische stoornis = niet zichtbaar, lastiger om mee om te gaan, taboe
Het psychisch lijden is wel moeilijker objectief, wetenschappelijk te benaderen.
Het persoonlijke en onvermijdelijk subjectieve aanvoelen door de hulpverlener
speelt een grote rol. Deskundig onderzoek en behandeling van psychiatrische
patiënten vereisen echter ook wetenschappelijk onderbouwde kennis van
psychiatrische stoornissen
Hedendaagse psychiatrie volgt het MEDISCH MODEL:
1. Diagnose (kenmerken/symptomen)
2. Etiologie (oorzaken)
3. Therapie (behandeling/therapie)
4. Prognose (verloop)
5. Preventie (voorkomen)
Na een beschrijving en ordening van de kenmerken of symptomen van de
stoornis (diagnose) zoekt men naar de mogelijke verklaringen (etiologie). Op
1
, Lotte De Wilde
grond hiervan tracht men een geschikte behandeling of therapie toe te passen.
Daarbij veronderstelt men dat het verdere verloop van de stoornis gunstig wordt
beïnvloed (prognose). In het beste geval kan men maatregelen treffen om de
stoornis te voorkomen (preventie).
NETWERK AAN VOORZIENINGEN VOOR GGZ om het medisch model
mogelijk te maken:
1. psychiatrische instelling (klinisch / intramurale zog)
--> minderheid van P
Bv. PAAZ (psychiatrische afdeling van algemeen ziekenhuis)
2. Ambulante (extramurale) hulpverlening
--> grote meerderheid van P
Bv. TeJo (therapie voor jongeren, laagdrempelig & gratis)
Outreaching: ‘zorgcircuits & zorgnetwerken’
3.
= zorg buiten de muren
Kernfuncties:
1. activiteiten inzake preventie en promotie van ggz, vroegdetectie,
screening en diagnosestelling
2. ambulante intensieve behandelteams voor zowel de acute als
chronische problemen inzake geestelijke gezondheid
3. rehabilitatieteams die werken rond herstel en sociale inclusie
4. intensieve residentiële behandelunits voor zowel de acute als
chronische problemen inzake geestelijke gezondheid en indien een
opname noodzakelijk is
5. specifieke woonvormen waarin zorg kan aangeboden worden indien
het thuismilieu of het thuisvervangend milieu niet in staat is om de
nodige zorg te organiseren
tussenvoorzieningen (semimurale zorg) tussen de klinische en ambulante
hulpverlening
SPECIALISATIES VOOR SPECIFIEKE DOELGROEPEN /
PROBLEMATIEKEN:
doelgroep
- infantpsychiatrie (tot 3 jaar)
- kinder – en jeugdpsychiatrie
- psychogeriatrie = gericht op dementie & andere neurocognitieve
stoornissen (ZVA, …)
- gerontopsychiatrie = gericht op ouderen (60+) met acute
psychiatrische problemen
2
, Lotte De Wilde
problematiek
- verslaafdenzorg
- psychosen zorg
- dubbeldiagnose (psychose & toxicomanie)
- persoonlijkheidsstoornissen
- SOLK (somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten)
werkzame beroepsgroepen binnen de ggz:
psychiater, psycholoog, pedagoog, ergo, sociaal verpleegkundige,
arbeidstherapeut, …
2. DIAGNOSE
Descriptieve diagnose = beschrijvende diagnose
2.1 DSM-4 (N I E T K EN NE N , E NK EL D SM - 5 )
indeling in hoofdcategorieën (5 assen systeem) met een soort hiërarchische
functie.
in het zoekproces wordt voorrang gegeven aan de stoornissen met een
duidelijk organische (neurobiologische) grondslag, gevolgd door de
stoornissen gekoppeld aan het gebruik van psychoactieve stoffen (alcohol en
drugs).
Na uitsluiting van deze categorieën kan men dan de overige groepen
systematisch verkennen (psychotische stoornissen, stemmingsstoornissen,
angststoornissen enz.).
2.2 DSM-5
indeling in 20 groepen op basis van een ontwikkelingsperspectief:
naarmate een stoornis vroeger in de levensloop kan optreden, staat deze
meer vooraan
zowel bij de indeling van de hoofdgroepen als bij de ordening binnen elke
hoofdgroep
!!!
3