Producttoets 3.1 GVO
Voorbereiding
Naam: Denise Scholten
Studentnummer: 324231
E-mailadres:
Klas: DVP5VA
LWGB’er: Ingrid Stellingwerf
SLB’er: Tatia Diekman
Leerjaar: 5e leerjaar
Niveau: Competent
Variant: Presentatie
Advies: Erica Weener
Beoordelaar: Ingrid Stellngwerf
Hogeschool: Saxion Hogescholen te
Deventer
Datum: 26-10-2016
Aantal woorden: 4495
Door het inleveren van dit werkstuk verklaar ik dat
het werkstuk eigen werk is en vrij is van plagiaat.
,Inhoud
Inleiding ................................................................................................................................................... 3
1. Gezondheidskundige analyse .......................................................................................................... 4
1.1 Definitie ......................................................................................................................................... 4
1.2 Normale ontwikkeling zindelijkheid urine en feces ...................................................................... 4
1.3 Gevolgen........................................................................................................................................ 5
1.4 Prevalentie..................................................................................................................................... 5
1.4.1 Sociaal Economische Status (SES)........................................................................................... 6
1.4.2 Etniciteit ................................................................................................................................. 6
1.5 Cijfers Yunio Berkelland................................................................................................................. 6
2. Analyse van gedrag.......................................................................................................................... 8
2.1 Risicofactoren vanuit de literatuur................................................................................................ 8
2.1.1 Model van Lalonde ................................................................................................................. 8
2.1.2 ASE-model .............................................................................................................................. 9
2.1.3 Causaal Veldmodel ............................................................................................................... 10
3. GVO-plan ....................................................................................................................................... 12
3.1 Jonge oudergroep........................................................................................................................ 12
3.1.1 Bijeenkomsten ...................................................................................................................... 12
3.1 Doelgroep .................................................................................................................................... 12
3.1 Doel ............................................................................................................................................. 12
3.2 Voorlichting ................................................................................................................................. 13
3.2.1 Voorlichtingsvorm ................................................................................................................ 13
3.2.2 Voorlichtingsmiddel.............................................................................................................. 13
3.2.3 Duur voorlichting .................................................................................................................. 13
3.2.2 Voorlichtingsinformatie ........................................................................................................ 13
Literatuurlijst ......................................................................................................................................... 17
Bijlagen .................................................................................................................................................. 19
Bijlage I Reflectieverslag middels STARRT ......................................................................................... 19
2
,Inleiding
Vanuit enkele jonge ouders is een projectgroep gestart waarin het idee naar voren kwam om een jonge
oudergroep te starten, een plek waar jonge ouders samen met de kinderen naar toe kunnen komen en
kennis met elkaar kunnen maken. Om de maand wordt er een thema, die door de jonge ouders
gekozen is, besproken/georganiseerd. Op woensdagochtend 2 november zal dit thema zindelijkheid
zijn.
Dit thema heb ik voor mijn rekening genomen. Dit onderwerp werk ik uit met behulp van intervention
mapping (Burg, van Assema & Lechner, 2012) om zo tot een concreet voorlichtingsplan te komen.
In dit verslag is de voorbereiding te vinden die ik heb getroffen voor ik de voorlichting geef en dit
beoordeeld zal worden in presentatievorm. Het geven van deze voorlichting is stap 5 binnen het proces
van intervention mapping.
Achtereenvolgend is het volgende te lezen:
- Gezondheidskundige analyse;
- Analyse van gedrag;
- Het GVO-plan.
De evaluatie (de laatste stap van intervention mapping) zal ter plekke plaatsvinden, na de voorlichting,
met de aanwezige ouders.
Voor het geven van de voorlichting over zindelijkheid ga ik mij bezighouden met de rol van
zorgverlener. De kerncompetentie en beoordelingsaspect die hierbij hoort is:
Kerncompetentie 3: Om een gezonde leefstijl bij patiënten en hun familieleden te bevorderen geeft de
HBO-verpleegkundige op basis van een programmatische aanpak informatie, voorlichting en advies
aan individuen en groepen.
Beoordelingsaspect 3.1: Geven van informatie, voorlichting en advies, aan individuen of groepen in de
gezondheidszorg, zodat de gezondheidssituatie verbetert en de kansen op gezondheid
geoptimaliseerd worden.
Naast bovenstaande kerncompetentie, houd ik mij ook bezig in de ontwikkeling van de volgende
HBO-competenties: analyserend vermogen, probleemoplossend vermogen en communicatief
vermogen.
3
, 1. Gezondheidskundige analyse
Om een goed beeld te krijgen over zindelijkheid, wordt achtereenvolgend de definitie en ontwikkeling
van zindelijkheid beschreven. Gevolgd door wat de gevolgen zijn die onzindelijkheid met zich
meebrengt en hoe vaak dit landelijk en in de gemeente Berkelland (prevalentie) voor komt. Samen met
hoofdstuk 2 Analyse van gedrag behoort dit tot de eerste stap van intervention mapping.
1.1 Definitie
De volgende definitie wordt gehanteerd voor zindelijkheid: het vermogen om urine te bewaren zonder
verlies en de mictiedrang te controleren en de mictie vrijwillig uit te stellen tot een sociaal aanvaarde
plaats en tijd (van Hoeck, 2013). Hierbij mist het onderdeel ontlasting die Oosterhof- van der poel
(2006) weergeeft in de volgende definitie: het kind is zindelijk als het zelfstandig reageert op aandrang
door naar een speciale plek te gaan waar hij poept of plast.
1.2 Normale ontwikkeling zindelijkheid urine en feces
Om te kunnen begrijpen hoe zindelijkheid ontstaat, is het van belang om de normale ontwikkeling te
kennen. Zo kan er bij eventuele afwijkingen preventief ingegrepen worden.
Urine
Het zindelijk zijn en het krijgen van een schone luier/onderbroek zijn twee aparte dingen (Rugolotto,
Sun, Boucke, Calo & Tato, 2008). Het droog houden van de luier/onderbroek kan al onder de leeftijd
van 1 jaar, maar met veel inspanningen van de ouders. Het zindelijk zijn is vaak op de leeftijd tussen
1,5 en 5 jaar.
Het vullen en ledigen van de blaas bij de zuigeling verloopt reflexmatig. Deze fase duurt tot ongeveer
18 maanden (Kijk op Ontwikkeling, 2014). Om een volledige controle over de blaas te krijgen is er een
rijpingsproces nodig.
Het begint bij het vullen van de blaas, waarbij de blaasspier zich ontspant als de blaas vol zit
(Rugolotto et al., 2008). Wanneer de functionele capaciteit van de blaas is bereikt, is ontspanning van
de blaas niet langer voldoende om de druk laag te houden en zal de blaaswand reageren met het
regelmatig samentrekken. De hersenen vangen deze signalen op en vertalen dit in het aandranggevoel
om de urine uit de blaas te lozen.
De zuigeling wordt bewust van de blaasvulling tussen het eerste en tweede levensjaar. De volgende
stap hierbij is het willekeurig uitstellen van de mictie tot een geschikte plaats en/of tijd door het
willekeurig aanspannen van de sluitspier van de blaas (van Leerdam, 2005).
Een normale mictie begint met het ontspannen van de bekkenbodem en de uitwendige kringspier
gevolgd door het samentrekken van de blaaswand.
Het willekeurig beginnen of onderdrukken van de mictie ontwikkelt zich meestal gedurende het tweede
tot derde levensjaar.
In de leeftijd van vier jaar kunnen de kinderen de mictie, als ze eenmaal begonnen zijn, ook weer
onderbreken.
Feces
De mechanismen die betrokken zijn bij het proces van zindelijkheid voor ontlasting zijn complex en
ingewikkeld. Hierbij spelen er meerdere factoren een rol, zoals de capaciteit van het rectum, de functie
van het rectum, de functie van de sluitspieren en de bekkenbodemspieren (Benninga, Berger, Boluyt &
Tabbers, 2010).
4