100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Exam (elaborations)

Leerdoelen staatsrecht

Rating
4.0
(1)
Sold
2
Pages
10
Uploaded on
08-11-2017
Written in
2017/2018

De leerdoelen worden praktisch en doelgericht behandeld. Deze leerdoelen van Staatsrecht (DP1) horen bij de leerdoelen inleiding recht. Dit betreft een gecombineerd tentamen. De informatie komt uit het boek Inleiding in het Nederlandse recht van Verheugt (nieuwste druk) deze leerdoelen geven als resultaat een cijfer tussen de 7 en de 8.

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

Leerdoelen Staatrecht uitgewerkt
Week 1 geen leerdoelen
Week 2
 Uitleggen welke functies het recht heeft in de samenleving;
o De functies van het recht als volgt:
 Het normeren van menselijk gedrag en het handhaven van die regels;
 Overheid ontstaat door/met goedkeuring van de samenleving;
 Denk aan legaliteitsbeginsel: Overheid mag alleen wat doen op basis van wat
in de wet omschreven staat.
 Beschrijven wat het begrip ‘staat’ inhoudt, aan de hand van de kenmerken van een staat;
o Een staat heeft een aantal kenmerken (3 G’s en erkenning)
 Een staat heeft een Grondgebied
 Op dat grondgebied leeft een Gemeenschap
 Over die gemeenschap is er Gezag
 De staat wordt erkent door andere staten.
 De verschillen tussen gecentraliseerde eenheidsstaat, gedecentraliseerde eenheidsstaat,
federatie en confederatie beschrijven;
o Gecentraliseerde eenheidsstaat:
 Er is sprake van één sterk centralistisch overheidsorganisatie, die alle
bevoegdheden heeft. Frankrijk is een gecentraliseerde eenheidsstaat.
o Gedecentraliseerde eenheidsstaat:
 Kenmerk: De Grondwet stel de overheidsverbanden in en maakt hen
bevoegd tot regelgeving en bestuur, maar aan deze overheidsverbanden
geen exclusieve bevoegdheden toekent. De centrale overheid heeft de
vrijheid bevoegdheden van decentrale ambten te beperken of toe te eigenen.
Nederland is zo een eenheidsstaat waarin naast een centrale overheid een
aantal decentrale overheidsverbanden, waaronder provincies en gemeenten,
overheidsgezag uitoefenen. (Reader, tekst week 2 pagina 25!)
 De centrale overheid heeft uitgebreide bevoegdheden om toezicht te houden
op de decentrale overheden.
o Federatie (bondstaat):
 Federalisme legt sterk de nadruk op de verdeling van de staat in zelfstandige
deelgebieden, die samenwerken in een groter overheidsverband;
 Er is wel een centrale overheid maar de bevoegdheden liggen heel anders.
 De federale staat is meestal een uit deelstaten samengestelde staat.
Bondsrepubliek Duitsland en VS zijn belangrijke voorbeelden van een
federatie.
 Deelstaten hebben aantal kenmerken van een staat, eigen grondwet, eigen
parlement en regering, eigen rechtelijke organisatie
o Confederatie (statenbond):
 De statenbond is een samenwerkingsverband van staten, echter geen
staatsrechtelijke verbinding op basis van een grondwet.
 In en statenbond werken soevereine staten op basis van een verdrag samen
en dragen een of meer te behartigen taken op aan een gezamenlijk orgaan.

,  Het is dus geen staatsvorm maar een verdragsconstructie, een
samenwerkingsverband van soevereine staten.
 Beschrijven hoe het Koninkrijk der Nederlanden is georganiseerd.
o Nederland is gedecentraliseerde eenheidsstaat. Maar maakt samen met een aantal
Caribische eilanden zelf weer deel uit van het Koninkrijk der Nederlanden, dat als een
eigensoortig federaal samenwerkingsverband ‘op voet van gelijkwaardigheid’
beschouwd kan worden.
o Het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, tot stand gekomen is 1954, heeft
deze nieuwe rechtsorde gevestigd. Dit kan je zien als de federale constitutie.
o Nederland en de Caribische eilanden vormen dus een staatsrechtelijke verbinding op
basis van het Statuut.
o De bevoegdheid op Koninkrijksniveau zijn beperkt. Vooral buitenlandse betrekkingen,
verdediging en nationaliteit. De zelfstandigheid van de landen is dus in beginsel
groot.
o De rechtsorde van het Koninkrijk der Nederlanden is juist atypisch van federaal
samenwerkingsverband.
Week 3
 Uitleggen wat de begrippen ‘directe’ en ‘indirecte democratie’ inhouden;
o Indirect: De burger kiest vertegenwoordigers en die nemen de beslissingen voor de
burgers;
o Direct: Burgers nemen rechtstreeks beslissingen bijvoorbeeld door referenda.
 Uitleggen wat het verschil is tussen het meerderheidsstelsel met kiesdistricten en het
stelsel van evenredige vertegenwoordiging:
o Meerderheidstelstel met kiesdistricten: Per district wordt gekeken wie de meeste
stemmen heeft en die krijgt uit dat district alle zetels.
o Evenredige vertegenwoordiging: Alle stemmen worden op een hoop gelegd en het
aantal stemmen wordt verdeeld over het aantal partijen. Hoe meer stemmen hoe
meer zetels je krijgt, districten spelen hier geen rol.
 Uitleggen wat een rechtsstaat is aan de hand van de beginselen van een rechtsstaat:
o Een staat waar burgers en overheid zich aan de wet houden, waar gelijke rechten,
machtenscheiding en legaliteitsbeginsel bestaan en waar de grondrechten zijn
gewaarborgd.
 In een casus de beginselen van de ‘rechtsstaat’ herkennen;
o Oefening!! Denk aan de beginselen als je een casus voor ogen krijgt.
 De Trias Politica: scheiding de machten. Drie staatsmachten die elkaar in
evenwicht houden;
 De grondrechten: Koningen zijn tegenwoordig in een constitutionele
monarchie gebonden aan de grondwet. Grondrechten zijn rechten die zo
fundamenteel zijn voor de vrijheid, de ontplooiing, het welzijn en de
bescherming van het individu en van groepen, dat ze in de grondwet zijn
vastgesteld;
 Legaliteitsbeginsel: Volgens het legaliteitsbeginsel mag de overheid alleen
beperkingen opleggen aan de vrijheid van burgers als die beperkingen in
wetten zijn vastgelegd en voor iedereen gelden.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
November 8, 2017
Number of pages
10
Written in
2017/2018
Type
Exam (elaborations)
Contains
Unknown

Subjects

$4.13
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached


Also available in package deal

Reviews from verified buyers

Showing all reviews
6 year ago

4.0

1 reviews

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
Dirkdenhaan Juridische Hogeschool
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
26
Member since
8 year
Number of followers
20
Documents
19
Last sold
2 year ago

4.1

7 reviews

5
1
4
6
3
0
2
0
1
0

Trending documents

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions