Kernthema’s van de Bestuurskunde
(herkansing)
Hoorcollege 1 – introductie – 05/09
Beoordelingskader – goed bestuur (zie figuur in boek)
- Democratie
Beleid moet passen bij de voorkeuren van burgers (verkiezingen, inspraak etc.)
Transparantie en verantwoording
- Doeltreffendheid en doelmatigheid
Overheid moet presteren
Overheid moet geld efficiënt besteden (geen belastinggeld verspillen)
- Integriteit
Morele principes eerbiedigen, o.a. geen machtsmisbruik, belangenverstrengeling,
discriminatie
- Rechtmatigheid
Overheid handelt op wettelijke grondslag
Controle op overheidsmacht: checks and balances, bezwaar/beroep etc.
Al deze 4 kunnen goed samenwerken maar ze kunnen ook heel erg met elkaar botsen. Als je meer doet
van het een doe je minder van het ander waardoor je spanningsvelden creëert. Als je deze
spanningsvelden goed onder controle weet te krijgen is er sprake van een goed bestuur.
ARTIKEL VAN DIT COLLEGE
Welke ingrediënten heb je nodig om een maatschappelijk probleem goed op te lossen?
- Programmatisch succes = juiste beleidstheorie met rechtvaardige verdeling van winst en
verlies. Richt de pijlers op hoe je het in beweging kan krijgen van daar waar het fout
ging. Waardoor de baten en de lasten goed verdeeld zijn. zorg dat je ook verder kijkt binnen
organisaties etc.
- Proces-succes = inspraak, tegenspraak, expertise, capaciteit, passende beleidsinstrumenten.
Zorg dat je zorgt voor deze aspecten in de organisatie. Gaat ook om haalbaarheid.
Deze dingen zijn allemaal nodig om succes te krijgen, moeten ook goed op elkaar kunnen
aansluiten / aanvullen.
- Politiek succes = steun van alle relevante actoren.
- Langdurig succes = reputatie, reflectie op proces en programma. Continuïteit. Kijk niet alleen
naar de korte termijn, aan korte termijn oplossingen heb je niet zoveel omdat je steeds
bij het probleem terug komt.
Bestuurskundigen hebben de neiging om te kijken naar het falen van het openbaar bestuur en dit uit te
vergroten en te onthouden. in dit artikel sporen ze aan om juist ook naar de successen en naar de
goede dingen te kijken en deze dingen ook te onthouden.
Overheid = multi-level governance
enorme variëteit aan organisaties
- Verschillende niveaus = gemeente, provincies, landelijk, Europees
- Verschillende taken = regelgevend, uitvoerend, handhavend, toezichthoudend,
dienstverlenend etc.
- Overlap en afstemming tussen alle niveaus en taken etc.
Verplaatsing van bestuur van openbaar bestuur naar middenveld naar het bedrijfsleven. Zie
PowerPoint p.18. Reorganisatie van de overheid is nog steeds bezig.
Er is ook steeds meer een (gedeeltelijke) verplaatsing naar andere bestuurslagen zoals de EU,
gemeenten en provincies.
,besluitvorming in complexe netwerken waarin de rijksoverheid niet automatisch de dominante partij
is. De government gaat over op governance. Overheid is meer de regisseur geworden dan degene die
zelf alle diensten ook verleend.
Van staat naar markt
Vanaf midden jaren ’80:
= doctrine van krimpende overheid, blijft wel aansturen maar doet wat minder zelf
- Privatisering: overheid stoot taken af aan de markt
- Bedrijfsmatiger aanpak binnen overheid (NPM)
- Toename specialistische organisaties (ZBO)
o Gespecialiseerd, dus efficiënter
o Minder gevoelig voor politieke veranderingen
o Vooral gebruikt voor uitvoering, handhaving en toezicht
o Ministeries kunnen zich meer op regelgeving richten
o Minder afbreukrisico voor ministers als er fouten worden gemaakt
Marktdenken werkt niet door:
- Niet alle prestaties zijn meetbaar
- Fixatie op specifieke indicatoren kan afleiden van kerntaak
- Burgers zijn geen klanten, dus marktprikkels zijn niet altijd passend
- Verzelfstandiging/privatisering betekent minder directe controle over het eindproduct; politiek
gedraagt zich daar alleen niet naar
- Niet altijd efficiënter
Terug van markt naar staat
sinds eeuwwisseling:
- Meer verantwoordelijkheid bij de burger
o Participatiesamenleving: mantelzorg, geen basisbeurs etc.
- Minder vermarkting, minder verzelfstandiging, deels teruggang
, Gastcollege 1 – vluchtelingencrisis – 07/09
Vier klassieke oplossingen voor vluchtelingen
1. Hervestiging
2. Asiel
3. Opvang in de regio
4. Terugkeer
(herkansing)
Hoorcollege 1 – introductie – 05/09
Beoordelingskader – goed bestuur (zie figuur in boek)
- Democratie
Beleid moet passen bij de voorkeuren van burgers (verkiezingen, inspraak etc.)
Transparantie en verantwoording
- Doeltreffendheid en doelmatigheid
Overheid moet presteren
Overheid moet geld efficiënt besteden (geen belastinggeld verspillen)
- Integriteit
Morele principes eerbiedigen, o.a. geen machtsmisbruik, belangenverstrengeling,
discriminatie
- Rechtmatigheid
Overheid handelt op wettelijke grondslag
Controle op overheidsmacht: checks and balances, bezwaar/beroep etc.
Al deze 4 kunnen goed samenwerken maar ze kunnen ook heel erg met elkaar botsen. Als je meer doet
van het een doe je minder van het ander waardoor je spanningsvelden creëert. Als je deze
spanningsvelden goed onder controle weet te krijgen is er sprake van een goed bestuur.
ARTIKEL VAN DIT COLLEGE
Welke ingrediënten heb je nodig om een maatschappelijk probleem goed op te lossen?
- Programmatisch succes = juiste beleidstheorie met rechtvaardige verdeling van winst en
verlies. Richt de pijlers op hoe je het in beweging kan krijgen van daar waar het fout
ging. Waardoor de baten en de lasten goed verdeeld zijn. zorg dat je ook verder kijkt binnen
organisaties etc.
- Proces-succes = inspraak, tegenspraak, expertise, capaciteit, passende beleidsinstrumenten.
Zorg dat je zorgt voor deze aspecten in de organisatie. Gaat ook om haalbaarheid.
Deze dingen zijn allemaal nodig om succes te krijgen, moeten ook goed op elkaar kunnen
aansluiten / aanvullen.
- Politiek succes = steun van alle relevante actoren.
- Langdurig succes = reputatie, reflectie op proces en programma. Continuïteit. Kijk niet alleen
naar de korte termijn, aan korte termijn oplossingen heb je niet zoveel omdat je steeds
bij het probleem terug komt.
Bestuurskundigen hebben de neiging om te kijken naar het falen van het openbaar bestuur en dit uit te
vergroten en te onthouden. in dit artikel sporen ze aan om juist ook naar de successen en naar de
goede dingen te kijken en deze dingen ook te onthouden.
Overheid = multi-level governance
enorme variëteit aan organisaties
- Verschillende niveaus = gemeente, provincies, landelijk, Europees
- Verschillende taken = regelgevend, uitvoerend, handhavend, toezichthoudend,
dienstverlenend etc.
- Overlap en afstemming tussen alle niveaus en taken etc.
Verplaatsing van bestuur van openbaar bestuur naar middenveld naar het bedrijfsleven. Zie
PowerPoint p.18. Reorganisatie van de overheid is nog steeds bezig.
Er is ook steeds meer een (gedeeltelijke) verplaatsing naar andere bestuurslagen zoals de EU,
gemeenten en provincies.
,besluitvorming in complexe netwerken waarin de rijksoverheid niet automatisch de dominante partij
is. De government gaat over op governance. Overheid is meer de regisseur geworden dan degene die
zelf alle diensten ook verleend.
Van staat naar markt
Vanaf midden jaren ’80:
= doctrine van krimpende overheid, blijft wel aansturen maar doet wat minder zelf
- Privatisering: overheid stoot taken af aan de markt
- Bedrijfsmatiger aanpak binnen overheid (NPM)
- Toename specialistische organisaties (ZBO)
o Gespecialiseerd, dus efficiënter
o Minder gevoelig voor politieke veranderingen
o Vooral gebruikt voor uitvoering, handhaving en toezicht
o Ministeries kunnen zich meer op regelgeving richten
o Minder afbreukrisico voor ministers als er fouten worden gemaakt
Marktdenken werkt niet door:
- Niet alle prestaties zijn meetbaar
- Fixatie op specifieke indicatoren kan afleiden van kerntaak
- Burgers zijn geen klanten, dus marktprikkels zijn niet altijd passend
- Verzelfstandiging/privatisering betekent minder directe controle over het eindproduct; politiek
gedraagt zich daar alleen niet naar
- Niet altijd efficiënter
Terug van markt naar staat
sinds eeuwwisseling:
- Meer verantwoordelijkheid bij de burger
o Participatiesamenleving: mantelzorg, geen basisbeurs etc.
- Minder vermarkting, minder verzelfstandiging, deels teruggang
, Gastcollege 1 – vluchtelingencrisis – 07/09
Vier klassieke oplossingen voor vluchtelingen
1. Hervestiging
2. Asiel
3. Opvang in de regio
4. Terugkeer