Eigenrichting
In een geschil je gelijk halen door geweld te gebruiken.
Zittende magistratuur
De lage en hoge rechters, dit wordt zo genoemd omdat de rechters blijven zitten als zij aan het woord zijn in
de rechtszaal.
Rechterlijke organisatie (RO)
o Rechtbank
Het eerste gerecht, elf rechtbanken in Nederland.
o Gerechtshof
De rechters worden raadsheren genoemd. Spreekt vaak recht met drie raadsheren. De uitspraak
wordt arrest genoemd.
o Hoge Raad
Controleert of de lagere rechter het recht juist heeft toegepast. Spreekt recht met vijf raadsheren. De
uitspraak wordt arrest genoemd.
Sanctie
Is een middel om naleving af te dwingen.
Last onder dwangsom
De overtreder moet voor bijvoorbeeld elke dag dat hij de overtreding niet ongedaan maakt, een geldbedrag
betalen.
Privaatrecht hst 2
Het gedeelte van het objectieve recht dat zich bezighoudt met de rechtsverhouding tussen burgers onderling.
Rechtspersoon
Een organisatievorm die voor veel handelingen net als natuurlijke personen aan het rechtsverkeer mag
deelnemen.
Materieel recht
Regels die rechten en plichten geven. Het zijn regels waarmee iedereen in beginsel dagelijks te maken heeft.
Formeel recht
Bevat regels voor de manier waarop de regels van het materiële privaatrecht gehandhaafd kunnen worden.
,Privaatrecht hst 3
Objectief recht
Bestaat uit geschreven en ongeschreven regels. Het geldende recht. Het objectieve recht verleent subjectieve
rechten.
Subjectief recht
Een bevoegdheid die een persoon heeft tegenover één of andere personen. (het recht hebben op)
Rechtssubject
Dragers van subjectieve rechten.
Rechtsobject
Het voorwerp van recht. Het voorwerp van een subjectief recht.
Dwingend recht
Recht waarvan niet afgeweken mag worden. Gebeurt dit wel, dan blijft dit zonder rechtsgevolg, dus wordt
het nietig gesteld.
Nietigheid
De rechtgevolg wordt geacht nooit te bestaan.
Aanvullend recht
Afwijken van de wet is toegestaan.
Semidwingend recht
Alleen afwijken binnen de wet gestelde grenzen is toegestaan.
Privaatrecht hst 4
Rechtsbronnen
o Wet
o Gewoonterecht
o Jurisprudentie
o Verdragen
Wet in formele zin
Een gezamenlijk besluit van de regering en de Staten-Generaal.
Wet in materiële zin
Bevat algemene regels (normen) van een tot regelgeving bevoegd orgaan, die de burgers binden. Algemeen
verbindend.
, Hiërarchie van wetten in materiële zin
1. Grondwet
2. Wetten in formele zin
3. Algemene maatregelen van bestuur
4. Ministeriële regelingen
5. Provinciale verordeningen
6. Gemeentelijke verordeningen
Lex superior derogat legi inferiori
De hogere wet gaat voor een lagere wet.
Lex posterior derogat legi priori
De jongste wet gaat voor de oudste wet.
Gewoonte
Geregeld handelen in een zekere kring.
Jurisprudentie
Rechterlijke uitspraken. Zelfstandige rechtsbron.
Interpretatie
De betekenis vaststellen van een toepasselijke regel.
Verdrag
In een internationale overeenkomst tussen staten.
Syllogisme
Gebruik van een regel uit de logica.
Minor (feit), major (algemene regel) en een conclusie.
Privaatrecht hst 5
Vermogensrecht
Bestaat uit het verbintenissenrecht en het goederenrecht.
Verbintenissenrecht
Vermogensrechtelijke relaties tussen twee of meer rechtspersonen. De één moet een bepaalde prestatie
verrichten waarop de ander recht heeft.
Bestaat vooral uit aanvullend recht.
Open stelsel.
Contactvrijheid
Partijen zijn vrij te bepalen of, en met wie zij een overeenkomst willen sluiten.
Open stelsel
Partijen zijn nagenoeg vrij om te bepalen welke verbintenissen zij in het leven willen roepen. (niet tegen
dwingend recht).