Vraag 1: Welke volgorde van de organisatieniveaus in levende organismen van klein
naar groot is juist?
A: Celniveau, chemisch niveau, weefselniveau, orgaanniveau, orgaanstelselniveau,
organismeniveau
B: Chemisch niveau, celniveau, weefselniveau, orgaanniveau, organismeniveau,
orgaanstelselniveau
C: Chemisch niveau, celniveau, weefselniveau, orgaanniveau, orgaanstelselniveau,
organismeniveau
Vraag 2: Welke richting moet er in het zwarte blokje
worden ingevuld?
A: Superior
B: Craniaal
C: Lateraal
Vraag 3: Wat is geen onderdeel van homeostatische
regulatie?
A: Een receptor die gevoelig is voor een bepaalde
verandering in de omgeving.
B: Een effector die reageert op de signalen van het
besturingscentrum en waarvan de werking de prikkel tegengaat of versterkt.
C: Geleidt elektrische impulsen voor voorgeleiding van informatie.
Vraag 4: Wat is waar over negatieve terugkoppeling?
A: Een variatie buiten de normale grenzen wekt altijd een automatische reactie op
waardoor de situatie wordt gecorrigeerd.
B: Een variatie buiten de normale grenzen wekt soms een automatische reactie op
waardoor de situatie wordt gecorrigeerd.
C: Een variatie buiten de normale grenzen wekt nooit een automatische reactie op
waardoor de situatie wordt gecorrigeerd.
Vraag 5: Wat is geen functie van het Golgi-apparaat?
A: Synthese.
B: Transport.
C: Modificatie van klierproducten.
, Vraag 6: Welke stelling(en) is (zijn) waar?
I: Endocytose is een vorm van actief transport.
II: Diffusie is de verplaatsing van stoffen van een lage concentratie naar een hoge
concentratie.
A: Alleen stelling I is juist.
B: Alleen stelling II is juist.
C: Stellingen I en II zijn beide juist.
D: Stellingen I en II zijn beide onjuist.
Vraag 7: Wat is de functie van bindweefsel?
A: Opvullen van inwendige ruimten.
B: Samentrekken voor actieve beweging.
C: Bekleden van inwendige transportbuizen die met de buitenwereld in verbinding
staan.
Vraag 8: Hieronder is een afbeelding te zien van een ECG. Wat is de functie van de
kleine P-golf?
A: De depolarisatie van de ventrikels.
B: De depolarisatie van de atria.
C: De repolarisatie van de ventrikels.
Vraag 9: Wat is de functie van de Purkinjevezels?
A: Het geleiden van de impulsen naar de contractiele cellen van het myocardium van
de ventrikels.
B: Het geleiden van de impulsen naar de contractiele cellen van het myocardium van
de atria.
C: De activering van de atria beginnen.
Vraag 10: Wat is de definitie van systolische druk?
A: Minimale bloeddruk, oftewel de bovendruk.
B: Maximale bloeddruk, oftewel de bovendruk.
C: Maximale bloeddruk, oftewel de onderdruk.
Vraag 11: Wat is geen onderdeel van het ademhalingsstelsel?
A: Het harde gehemelte.
B: De farynx.
C: De chymus.