Biologie samenvatting DNA
H17 Nectar
17.1 DNA in je cellen
DNA-nucleotiden bestaan uit een fosfaatgroep, een suikermolecuul (deoxyribose) en een
stikstofbase. In het DNA-nucleotide vormt het eerste C-atoom (1’) van de deoxyribose een binding
met de stikstofbase en het vijfde (5’) met de fosfaatgroep. Adenine (A) vormt altijd een binding met
thymine (T) via twee H-bruggen en cytosine (C) met guanine (G) via drie H-bruggen. Het 5’-einde van
de ene streng ligt naast het 3’-einde van de andere.
Histonen (eiwitten) verstevigen en beschermen de DNA-moleculen. Acht histonen met het eromheen
gerolde DNA heet een nucleosoom. De histonen van de verschillende nucleosomen koppelen met
elkaar waardoor een dikke chromatinedraad ontstaat. Deze draad spiraliseert tot chromatine
waardoor het DNA-molecuul heel compact in de celkern is opgeborgen.
mtDNA → mitochondriaal DNA
rRNA → bouwstenen voor ribosomen
tRNA → transporteert aminozuren
Het genoom (totale DNA van een persoon) bevat zo’n 19000 genen. Een gen is een stuk DNA met
informatie voor de productie van een of meerdere eiwitten. Alle cellen hebben hetzelfde DNA, maar
afhankelijk van hun functie zijn verschillende genen actief. leder gen heeft zijn eigen sequentie van A,
C, G, T.
Niet coderend DNA → grootste deel van het DNA, codeert niet voor eiwitten. Het heeft een andere
functie, bijvoorbeeld het produceren van rRNA of tRNA, of het regelt het aan- en uitschakelen van de
genen in het coderende DNA.
Repetitief DNA → deel van het DNA dat bestaat uit een aantal herhalingen (repeats) van een serie
nucleotiden.
, 17.2 DNA kopiëren
DNA-replicatie → verdubbeling van het DNA. DNA-replicatie verloopt in een aantal stappen:
1. Een enzymencomplex (met twee helicasen) breekt de H-bruggen af in het DNA. De twee
strengen raken los van elkaar en er ontstaan twee replicatievorken.
2. Er wordt een RNA primer aangebouwd door het enzym primase. De RNA primer bestaat uit
een stukje RNA, complementair aan de DNA streng.
3. Het enzym DNA-polymerase bindt aan de primer en begint het DNA af te lezen. Dit kan
alleen van de 3’ kant naar de 5' kant.
4. Het enzym DNA polymerase bouwt een nieuwe, complementaire streng met behulp van
lossen DNA bouwstenen. De nieuwe streng wordt gebouwd van 5' naar 3’. Bij de ene streng
kan DNA polymerase het in één keer aflezen (leidende streng). Bij de andere streng wordt
gebruik gemaakt van Okazaki fragmenten (volgende streng).
5. Een DNA polymerase verwijdert de RNA primers. De okazaki fragmenten worden aan elkaar
'gelijmd' door DNA ligase. Dit proces van DNA- verdubbeling is semi-conservatief: elk nieuw
molecuul bestaat uit een oorspronkelijke en een nieuwe streng.
PCR methode → methode om in een apparaat in stappen minimale hoeveelheden DNA kunstmatig
snel te vermenigvuldigen. Een PCR vindt stapsgewijs plaats:
1. In de PCR- machine brengt de analist het DNA-fragment, DNA-primers, nucleotiden, het
hittebestendige Taq-polymerase en een buffer.
2. Bij 95°C verbreken de H-bruggen, de DNA-strengen komen los van elkaar. Bij 52°C binden de
DNA-primers aan de 3’-einden van beide strengen. Bij 72°C verlengt Taq-polymerase de
nieuwe ketens van het DNA-fragment in de 5' → 3' richting.
Gelelektroforese → techniek waarmee onderzoekers met behulp van een ladingsverschil DNA-
fragmenten scheiden op basis van hun grootte.
H17 Nectar
17.1 DNA in je cellen
DNA-nucleotiden bestaan uit een fosfaatgroep, een suikermolecuul (deoxyribose) en een
stikstofbase. In het DNA-nucleotide vormt het eerste C-atoom (1’) van de deoxyribose een binding
met de stikstofbase en het vijfde (5’) met de fosfaatgroep. Adenine (A) vormt altijd een binding met
thymine (T) via twee H-bruggen en cytosine (C) met guanine (G) via drie H-bruggen. Het 5’-einde van
de ene streng ligt naast het 3’-einde van de andere.
Histonen (eiwitten) verstevigen en beschermen de DNA-moleculen. Acht histonen met het eromheen
gerolde DNA heet een nucleosoom. De histonen van de verschillende nucleosomen koppelen met
elkaar waardoor een dikke chromatinedraad ontstaat. Deze draad spiraliseert tot chromatine
waardoor het DNA-molecuul heel compact in de celkern is opgeborgen.
mtDNA → mitochondriaal DNA
rRNA → bouwstenen voor ribosomen
tRNA → transporteert aminozuren
Het genoom (totale DNA van een persoon) bevat zo’n 19000 genen. Een gen is een stuk DNA met
informatie voor de productie van een of meerdere eiwitten. Alle cellen hebben hetzelfde DNA, maar
afhankelijk van hun functie zijn verschillende genen actief. leder gen heeft zijn eigen sequentie van A,
C, G, T.
Niet coderend DNA → grootste deel van het DNA, codeert niet voor eiwitten. Het heeft een andere
functie, bijvoorbeeld het produceren van rRNA of tRNA, of het regelt het aan- en uitschakelen van de
genen in het coderende DNA.
Repetitief DNA → deel van het DNA dat bestaat uit een aantal herhalingen (repeats) van een serie
nucleotiden.
, 17.2 DNA kopiëren
DNA-replicatie → verdubbeling van het DNA. DNA-replicatie verloopt in een aantal stappen:
1. Een enzymencomplex (met twee helicasen) breekt de H-bruggen af in het DNA. De twee
strengen raken los van elkaar en er ontstaan twee replicatievorken.
2. Er wordt een RNA primer aangebouwd door het enzym primase. De RNA primer bestaat uit
een stukje RNA, complementair aan de DNA streng.
3. Het enzym DNA-polymerase bindt aan de primer en begint het DNA af te lezen. Dit kan
alleen van de 3’ kant naar de 5' kant.
4. Het enzym DNA polymerase bouwt een nieuwe, complementaire streng met behulp van
lossen DNA bouwstenen. De nieuwe streng wordt gebouwd van 5' naar 3’. Bij de ene streng
kan DNA polymerase het in één keer aflezen (leidende streng). Bij de andere streng wordt
gebruik gemaakt van Okazaki fragmenten (volgende streng).
5. Een DNA polymerase verwijdert de RNA primers. De okazaki fragmenten worden aan elkaar
'gelijmd' door DNA ligase. Dit proces van DNA- verdubbeling is semi-conservatief: elk nieuw
molecuul bestaat uit een oorspronkelijke en een nieuwe streng.
PCR methode → methode om in een apparaat in stappen minimale hoeveelheden DNA kunstmatig
snel te vermenigvuldigen. Een PCR vindt stapsgewijs plaats:
1. In de PCR- machine brengt de analist het DNA-fragment, DNA-primers, nucleotiden, het
hittebestendige Taq-polymerase en een buffer.
2. Bij 95°C verbreken de H-bruggen, de DNA-strengen komen los van elkaar. Bij 52°C binden de
DNA-primers aan de 3’-einden van beide strengen. Bij 72°C verlengt Taq-polymerase de
nieuwe ketens van het DNA-fragment in de 5' → 3' richting.
Gelelektroforese → techniek waarmee onderzoekers met behulp van een ladingsverschil DNA-
fragmenten scheiden op basis van hun grootte.