Plant samenvatting Campbell hoofdstuk 22
Hoofdstuk 22
22.1
Phylogenies show evolutionary relationships (fylogenie laat de evolutionaire relaties zien)
Fylogenie = de evolutie van soorten of een groep soorten organismes (een studie hiernaar) een
beschrijving van hoe een groep organismen is ontstaan uit een andere groep.
Om een reconstructie van de evolutie van
soorten te weergeven wordt dit in een
phylogeny systematics gezet. Om
organismes systematisch te classificeren
worden fossielen gebruikt, er wordt naar
moleculen en genetische data gekeken om
de evolutionaire relatie te bepalen.
Binominal nomenclature (2 namen)
Het eerste gedeelte van de bionamische
naam is de naam van het geslacht (dus waar de soort bij hoort, ook wel genus in het Engels). De
naam van het geslacht is altijd met hoofdletter! Het tweede gedeelte is specifieker, dit is het soort.
Als een nieuw soort wordt ontdekt, moet deze een Latijns einde hebben. (Carl Linnaeus) de L staat
voor Linnaeus.
Hierarchical Classification
Linnaeus heeft alle soorten ingedeeld in een
hierachy of increasingly inclusive catagories.
Domein:
-Bacteriën
-Eukaryoten (alle meercellige organismen,
zoals planten, dieren en schimmels)
-Archaea (enkelvoud archaeon) vormen een
domein van eencellige micro-organismen
(prokaryoot)
Rijk
Afdeling
Klasse
Orde
Familie
Geslacht
Soort
, Linking classification and phylogeny
De evolutionaire geschiedenis van een groep
organismen kan gepresenteerd worden in een
fylogenetische boom.
What we can and cannot learn from
phylogenetic trees
Een branch point betekent vertakkingspunt. In
een fylogenetische boom is de hypothese van
evolutionaire verbanden weergeven. De relaties
tussen soorten worden vaak afgebeeld als een
scheiding van 2 afzonderlijke takken of
tweerichtingsvertakkingspunten. Elk
vertakkingspunt vertegenwoordigt de
gemeenschappelijke voorouder van de twee
evolutionaire lijnen die ervan afwijken. (taxon is
afstamming). Een evolutionaire lijn (evolutionary lineage) is een opeenvolging van voorouderlijke
organismen die leidt tot een bepaalde afstamming. (ancestor = voorouder) (lineage = afstamming)
Een sister taxa (zuster afstamming/groep) zijn groepen organismen die een directe
gemeenschappelijke voorouder delen die niet wordt gedeeld door een andere groep. ‘’leden’’ van
zuster groepen zijn elkaars dichtste familie leden.
De volgorde van een fylogenetische boom
vertegenwoordigd geen opeenvolging van
evolutie. De meeste fylogenetische bomen
in de campbell zijn rooted, dit betekend
dat het branch point dat meestal helemaal
links weergeven is, de meest
voorkomende voorouder van alle taxa
(groep(en)) is. Een lijn die vroeg in de
geschiedenis van de groep afwijkt van alle
andere leden van de groep wordt een
basal taxon genoemd (zoals de vissen).
Belangrijkste punten (key points)
fylogenetische bomen
Ze vertonen afstammingspatronen (geen fenotypische gelijkenissen)
De leeftijden van de taxa of vertakkingspunten kunnen niet worden afgeleid uit de boom
We moeten niet aannemen dat een taxon op een boom is geëvolueerd uit het taxon ernaast
Taxonomisch indelen is het indelen van organismen op basis van de verschillende taxa (domein, rijk,
afdeling, klasse, orde, familie, geslacht en soort).
En fylolgenetisch indelen is het indelen van organismen op basis van de evolutie.
Hoofdstuk 22
22.1
Phylogenies show evolutionary relationships (fylogenie laat de evolutionaire relaties zien)
Fylogenie = de evolutie van soorten of een groep soorten organismes (een studie hiernaar) een
beschrijving van hoe een groep organismen is ontstaan uit een andere groep.
Om een reconstructie van de evolutie van
soorten te weergeven wordt dit in een
phylogeny systematics gezet. Om
organismes systematisch te classificeren
worden fossielen gebruikt, er wordt naar
moleculen en genetische data gekeken om
de evolutionaire relatie te bepalen.
Binominal nomenclature (2 namen)
Het eerste gedeelte van de bionamische
naam is de naam van het geslacht (dus waar de soort bij hoort, ook wel genus in het Engels). De
naam van het geslacht is altijd met hoofdletter! Het tweede gedeelte is specifieker, dit is het soort.
Als een nieuw soort wordt ontdekt, moet deze een Latijns einde hebben. (Carl Linnaeus) de L staat
voor Linnaeus.
Hierarchical Classification
Linnaeus heeft alle soorten ingedeeld in een
hierachy of increasingly inclusive catagories.
Domein:
-Bacteriën
-Eukaryoten (alle meercellige organismen,
zoals planten, dieren en schimmels)
-Archaea (enkelvoud archaeon) vormen een
domein van eencellige micro-organismen
(prokaryoot)
Rijk
Afdeling
Klasse
Orde
Familie
Geslacht
Soort
, Linking classification and phylogeny
De evolutionaire geschiedenis van een groep
organismen kan gepresenteerd worden in een
fylogenetische boom.
What we can and cannot learn from
phylogenetic trees
Een branch point betekent vertakkingspunt. In
een fylogenetische boom is de hypothese van
evolutionaire verbanden weergeven. De relaties
tussen soorten worden vaak afgebeeld als een
scheiding van 2 afzonderlijke takken of
tweerichtingsvertakkingspunten. Elk
vertakkingspunt vertegenwoordigt de
gemeenschappelijke voorouder van de twee
evolutionaire lijnen die ervan afwijken. (taxon is
afstamming). Een evolutionaire lijn (evolutionary lineage) is een opeenvolging van voorouderlijke
organismen die leidt tot een bepaalde afstamming. (ancestor = voorouder) (lineage = afstamming)
Een sister taxa (zuster afstamming/groep) zijn groepen organismen die een directe
gemeenschappelijke voorouder delen die niet wordt gedeeld door een andere groep. ‘’leden’’ van
zuster groepen zijn elkaars dichtste familie leden.
De volgorde van een fylogenetische boom
vertegenwoordigd geen opeenvolging van
evolutie. De meeste fylogenetische bomen
in de campbell zijn rooted, dit betekend
dat het branch point dat meestal helemaal
links weergeven is, de meest
voorkomende voorouder van alle taxa
(groep(en)) is. Een lijn die vroeg in de
geschiedenis van de groep afwijkt van alle
andere leden van de groep wordt een
basal taxon genoemd (zoals de vissen).
Belangrijkste punten (key points)
fylogenetische bomen
Ze vertonen afstammingspatronen (geen fenotypische gelijkenissen)
De leeftijden van de taxa of vertakkingspunten kunnen niet worden afgeleid uit de boom
We moeten niet aannemen dat een taxon op een boom is geëvolueerd uit het taxon ernaast
Taxonomisch indelen is het indelen van organismen op basis van de verschillende taxa (domein, rijk,
afdeling, klasse, orde, familie, geslacht en soort).
En fylolgenetisch indelen is het indelen van organismen op basis van de evolutie.