100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Testtheorie en testgebruik samenvatting en uitwerking colleges 1 t/m 6

Rating
4.3
(3)
Sold
9
Pages
24
Uploaded on
19-10-2017
Written in
2017/2018

Uitgebreide uitwerking van alle colleges van testtheorie en testgebruik. Aangevuld met informatie en afbeeldingen uit de college(slides) en het boek.

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
October 19, 2017
File latest updated on
November 7, 2017
Number of pages
24
Written in
2017/2018
Type
Summary

Subjects

Content preview

Testtheorie en testgebruik
College 1, di 12-09 Appendix, H2, H3 Introductie, begrippen, kenmerken van tests
McKeen was de eerste die in 1890 onderzoek deed naar het kwantificeren van individuele
verschillen. Dat is eigenlijk waar een psychologische test voor bedoeld is, je wil individuele
verschillen ontdekken.

Je gebruikt een meetinstrument om iemand te classificeren, te beschrijven of om een uitspraak te
doen. Psychologische tests meten psychologische eigenschappen, deze zijn niet direct
observeerbaar of meetbaar. Daarom construeren we indicatoren(items).

Psychologische testen worden alleen afgenomen wanneer je geen goed beeld hebt van een
persoon. Let er daarbij op dat een test een hulpmiddel is, dus pas op met het verabsoluteren van
testscores. Een persoon hoeft niet altijd te snappen wat een vraag betekent en dan toch antwoord
geven. Daarom dient een psycholoog met behulp van een test tot een oordeel te komen, maar wel
op basis van een combinatie van verschillende waarnemingen. Je kunt een betekenis geven aan
de scores door middel van normen. Je vergelijkt dan de scores met een andere groep scores met
gemiddeldes, spreiding, etc.

Begrippen
- k = totaal aantal items in een test. Items kennen indices g en h.
- Xg en Xh = itemscores (toevalsvariabelen). Dichotome itemscores worden altijd aangeduid met
0(fout, nee) en 1(goed, ja). Polytome itemscores, dus op vragen met meerdere antwoorden,
lopen van 0 tot m. Waarin m het aantal antwoordmogelijkheden is. Het aantal geordende
antwoordcategoriëen is m + 1
- X = ruwe (test)score. Dit is de ongewogen som van k aantal itemscores. Als er 10 items zijn, tel
je de antwoorden van de 10 items op en dan heb je de testscore
berekend. Formule testscore op dia 30.Personen worden aangeduid
met i en n is het totaal aantal personen waarbij je de test hebt
afgenomen.
- Xig = score van persoon i op item g. X2,4 betekent dat het de score betreft van persoon 2 op item
4 in de test.
- Xi = ruwe testscore van persoon i.




Spreiding
Bij het afnemen van een test veronderstel je dat er verschillen tussen de individuen zijn. Het is
daarom belangrijk dat er genoeg spreiding in de totaalscores op de test is, hoe ver ligt een score
van het gemiddelde van de verdeling. De wortel uit de variantie geeft de standaarddeviatie.




Let op het gebruik van n-weging. In testtheorie wordt er gebruik gemaakt van n-weging: is voor
spreiding van de scores in een specifieke groep. De (n-1)-weging wordt gebruikt voor spreiding
van de scores in een representatieve steekproef van de populatie.
1

,Dichotome items
Dichotome variabelen (met 1 en 0) hebben een gemiddelde dat heel eenvoudig is. Je rekent eerst
de som uit van de nullen en enen, dit levert het aantal enen in de streekproef dat aangeduid wordt
met n1. Voor de p-waarde(item-gemiddelde) deel je de n1 met het aantal scores(nullen en enen)
waarna je de proportie enen krijgt. Stel:

n1 = 1 + 0 + 0 + 1 + 1 + 1 + 0 + 1 + 0 = 5
pg = = 0.56

De proportie nullen wordt aangegeven met q, en de relatie met de p-waarde is dan:

qg = 1 - pg

Voor het berekenen van de spreiding in dichotome items gebruik je de volgende twee formules:



Covariantie
De covariantie is een maat voor de lineaire samenhang tussen variabelen. De covariantie geeft de
richting van het verband aan, maar niet de sterkte. Er wordt dus gekeken naar de invloed van de
varianties tussen variabelen. Als je wat wil weten over de sterkte van de samenhang moet je
werken met gestandaardiseerde gegevens zoals de correlatie.
- S(X,Y) > 0 Positieve lineaire samenhang
- S(X,Y) < 0 Negatieve lineaire samenhang
- S(X,Y) = 0 Geen lineaire samenhang




Zoals je in de formule hierboven ziet is de covariantie gelijk aan het gemiddelde product van de
afwijkingsscores in de groep.

Variantie-covariantie matrix
Op de diagonaal staan de varianties. Je kunt namelijk geen covariantie hebben binnen hetzelfde
item.




Stel je hebt S(X,Y) = 4,3 en S(B,C) = 0.9. Het is dan niet per se zo dat de covariantie tussen
variabelen X en Y sterker is dan tussen B en C. Er wordt geen rekening gehouden met de invloed
van de variantie van X en Y op de covariantie. Een grote variantie van een of beide varaibelen leidt
tot veel grote afwijkingsscores en dus tot grote producten van de scores in de formule voor de
covariantie.




2

,Lineaire combinaties
Een lineaire combinatie is een som van variabelen. De som wordt aangeduid met X.
- Som van variabelen. De ruwe testscore waarin je alle itemscores optelt
- Gemiddelde van een somvariabele. De som van de gemiddelden van de individuele
gesommeerde variabelen.




- Variantie in een variantie-covariantie matrix: je gebruikt een dubbel som-teken om aan te geven
dat je optelt over alle paren van verschillende variabelen Xg en Xh. De variantie van een
somvariabele is de som van de varianties van de afzonderlijke variabelen in de som plus de som
van alle covarianties tussen deze variabelen(zie vorige blz voor matrix).




- Covariantie. De covariantie van twee somvariabelen is gelijk aan de som van covarianties van
de variabelen waaruit de twee sommen zijn opgebouwd.




Een goede test heeft:
1. Efficientie: Je test meet alleen maar het construct dat je wil meten en er zitten geen storingen
in.
2. Standaardisatie: De procedure is voor alle respondenten gelijk, zelfde instructie, tijdslimiet,
condities, etc.
3. Normering: Beschikbaarheid van normen, vergelijkbaarheid van testscores.
4. Objectiviteit: Het mag niet uitmaken wie de beoordelaar is, er moet openheid en
reproduceerbaarheid zijn van een testprocedure. Dit onderzoek je door:
- Correlatie tussen scores
- Kendalls Tau
- Spearman’s Rho
- Cohen’s Kappa
5. Betrouwbaarheid: Indicatie van de mate waarin bij herhaalde meting dezelfde score wordt
behaald.
6. Validiteit: De test meet wat ie zou moeten weten.

Typen tests
- Indeling naar testgedrag
1. Tests of maximum performance
Je wil het maximale eruit halen wat erin zit en test op prestatieniveau. Denk aan een iq-test,
tentamen, vaardigheden test. Vaak hangt er van zulke tests veel af. Er is sprake van goed en fout,
“high stakes”.
2. Tests of typical performance
Test naar hoe je je normaal gesproken gedraagt. Denk aan persoonlijkheid, motivatie, kllinische
schalen. Er is geen goed of fout, gaat om voorkeuren en meningen, “low stakes”.

3

, Problemen bij typical performance meetinstrumenten:
- Meet vaak minder stabiele constructen
- Careless respons
- Wordt gebruikt als high stakes instrument. Wordt dan ingezet als maximum performance.
Mensen gaan zich dan anders voordoen. Een voorbeeld is dat er een persoonlijkheidstest wordt
gebruikt als een selectietest voor een studie.

- Indeling naar testinstructie of afname:
1. Snelheidstest
Zoveel mogelijk vragen goed beantwoorden in een korte tijd. Zijn makkelijke items, veel items.
2. Niveautests
Minder items, je hebt meer de tijd.

College 2, di 19-09 H4, H5 Itemconstructie, item-analyse, scoring, normen
Kwantificeren van reacties door twee soorten items:
1. Dichotome items; er zijn twee scores: Goed = 1, fout = 0. Komen vaak voor in
IQ-tests. Het kan zo zijn dat er 4 antwoordmogelijkheden zijn, dan zijn er nog
steeds 2 mogelijke scores, namelijk goed en fout.
2. Polytome items; meerdere (bv 4) mogelijke antwoorden, maar evenveel
mogelijke scores. Er is geen sprake van goed of fout. Vaak een ordinale schaal.

Item-analyse
- P- en a-waardes. Je begint vaak met het vaststellen van de p-waarde: proportie personen die
het goede antwoord heeft gegeven. Bij item 1 is dat 0.55 bij C. Er zijn meerdere a-waarden die
bij een item kunnen horen. Het is de bedoeling dat de p-waarde niet veel te hoog is, en dan de
a-waarden een beetje gelijkmatig zijn verdeeld over de rest van de antwoordmogelijkheden. De
antwoordmogelijkheid met de hoogste a-waarde is de sterkste afleider, deze wordt na het goede
antwoord het meest gekozen.




- Frequentie indelingen. Bij polytome items kijk je ook naar relatieve frequentie delingen. Let op:
je hebt geen p- en a-waarde want er is geen sprake van goede of foute antwoorden.
- Gemiddelde en standaarddeviatie. Er kan wel gekeken worden naar het gemiddelde en de
standaarddeviatie. De SD vertelt ook iets over de spreiding. Wanneer er een schreve verdeling
van respondenten is kan je geen/moeilijker onderscheid maken tussen personen.
- Correlaties. Je moet niet kijken naar hoe de items afzonderlijk functioneren, maar naar de
samenhang tussen de scores op items die een test vormen samen. Je kijkt vaak naar de
samenhang van 1 item met alle andere items van de test. Is dus de correlatie tussen itemscores
en de scores op de rest van de items.

Correlaties
1. Item-test correlatie(RIT): je meet de correlatie tussen de itemscore van item g met de
somscore van alle items.
2. Item-rest correlatie(RIR): je meet de correlatie tussen de itemscore van item g met de
somscore van alle resterende items. Er is een restscore voor ieder afzonderlijk item, om deze
uit te rekenen moet je de itemscore van dat item aftrekken van de totaalscore van de test:
Xg = X - Xg. Er ontstaat snel een probleem bij korte test, stel je hebt een test van 3 vragen. Dan
maakt een item 1/3e deel uit van de totaalscore, dan krijg je automatisch hogere correlaties.


4
$5.37
Get access to the full document:
Purchased by 9 students

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Reviews from verified buyers

Showing all 3 reviews
6 year ago

8 year ago

Clear and educational

8 year ago

4.3

3 reviews

5
1
4
2
3
0
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
tarazaida Rijksuniversiteit Groningen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
340
Member since
10 year
Number of followers
278
Documents
24
Last sold
1 month ago
Alles wat je nodig hebt voor bewegingswetenschappen of psychologie!

Hoi! Welkom op mijn stuvia account. Ik ben afgestudeerd in Bewegingswetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen, waarbij ik mijn minor heb ingevuld met vakken van de bachelor Psychologie in Groningen. Daarna heb ik een pre-master voor klinische neuropsychologie afgerond. In september 2020 start ik met de pre-master geneeskunde in Groningen.

4.1

63 reviews

5
22
4
30
3
7
2
1
1
3

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions