Les 14 – RC – Zuur-base evenwicht
- Dia 2: De instroom van H+ ionen wijzigt continu, dus het lichaam moet
continu aanpassen. Vetzuren en aminozuren zijn zuren, die via de voeding
continu binnenkomen. In de loop van de tijd kan deze opname van zuren
wijzigen. De tweede bron van zuren zijn de zuren afkomstig van ons metabolisme.
Oa melkzuur is zo’n zuur, dat gevormd wordt wanneer we overschakelen op een
anaeroob metabolisme. Melkzuur gaat ook gevormd worden bij septische shock.
Diabetes type I begint op 24-48 uur omdat er plots geen insuline meer wordt
geproduceerd. Hierdoor zal er opstapeling van suikers zijn van de ene op de
andere dag. Wanneer er zo’n hoge concentraties van suikers in het bloed
aanwezig zijn, krijg je opstapeling van ketozuren, ketoacidose genaamd. Dit
kan in extreme gevallen leiden tot een keto-acidotisch coma.
Basen komen in veel minder belangrijke mate binnen.
De belangrijkste bron van zuren is CO2. Als CO2 opstapelt krijg je een
respiratoire acidose. De werking van de verschillende orgaanstelsels is verstoord
wanneer de pH uit balans is.
De belangrijkste buffer is HCO3- en deze is aanwezig in het extracellulaire
vocht. HCO3- kan onmiddellijk bufferen omdat het negatief geladen is, en zo direct
kan binden met een H+; daarna kan het ontbinden tot CO 2 en H2O. Eiwitten,
hemoglobine en fosfaten zijn werkzame buffers binnen de cel. Fosfaten en
ammoniak zijn buffers in de urine.
Het aanbod van zuur kan zodanig groot zijn dat de buffers de pH niet alleen
kunnen normaliseren. De belangrijkste ondersteuning om zuur-base
afwijkingen op te lossen, zijn de longen. De longen kunnen 75% van de zuur-
base afwijkingen oplossen en kunnen dit ook het snelste doen.
Acidose is een veel frequentere afwijking dan alkalose. Bij acidose is er een
stijging van de plasma H+, en dit zal een signaal geven aan bepaalde sensoren in
de carotiden en de aorta. Dit signaal zal verder gestuurd worden naar het
respiratoire controle centrum in het verlengde merg. Door de gestegen H+
concentratie, zal ook de PCO2 stijgen, en dit zal eveneens bepaalde centrale
chemoreceptoren gaan prikkelen, welke ook een signaal zullen doorgeven naar
het respiratoire controle centrum. Deze twee signalen zullen zorgen dat de
spieren geactiveerd worden, waardoor men sneller en dieper gaat ademen.
Hierdoor zal er meer CO2 worden uitgestoten, waardoor het evenwicht
verschuift en de plasmaconcentratie van H+ daalt.
- Dia 4: Bij metabole acidose is er opstapeling van H+, waardoor de pH gaat dalen.
We gaan naar een metabole acidose (punt C) dus we blijven op de blauwe curve;
de HCO3- gaat ook dalen. De PCO2 zal niet gewijzigd zijn. Om 1 of andere manier
willen we terug naar een pH van 7.4 geraken; we zitten met het metabole
probleem en dit kan niet direct opgelost worden. Wat wel kan gebeuren, is een
respiratoire compensatie. Er zal een stimulus arriveren in de chemoreceptoren en
deze zal via het respiratoire controle centrum de ademhalingsspieren activeren.
Hierdoor zal de PCO2 geleidelijk naar beneden gaan. Op punt C1 hebben we een
partiële compensatie. Voor een perfecte compensatie (C2), wat het lichaam
nastreeft, moet men hyperventileren om de PCO2 van 23 te halen en de pH terug op
7.4 te brengen. In de praktijk worden metabole acidoses inderdaad meestal
- Dia 2: De instroom van H+ ionen wijzigt continu, dus het lichaam moet
continu aanpassen. Vetzuren en aminozuren zijn zuren, die via de voeding
continu binnenkomen. In de loop van de tijd kan deze opname van zuren
wijzigen. De tweede bron van zuren zijn de zuren afkomstig van ons metabolisme.
Oa melkzuur is zo’n zuur, dat gevormd wordt wanneer we overschakelen op een
anaeroob metabolisme. Melkzuur gaat ook gevormd worden bij septische shock.
Diabetes type I begint op 24-48 uur omdat er plots geen insuline meer wordt
geproduceerd. Hierdoor zal er opstapeling van suikers zijn van de ene op de
andere dag. Wanneer er zo’n hoge concentraties van suikers in het bloed
aanwezig zijn, krijg je opstapeling van ketozuren, ketoacidose genaamd. Dit
kan in extreme gevallen leiden tot een keto-acidotisch coma.
Basen komen in veel minder belangrijke mate binnen.
De belangrijkste bron van zuren is CO2. Als CO2 opstapelt krijg je een
respiratoire acidose. De werking van de verschillende orgaanstelsels is verstoord
wanneer de pH uit balans is.
De belangrijkste buffer is HCO3- en deze is aanwezig in het extracellulaire
vocht. HCO3- kan onmiddellijk bufferen omdat het negatief geladen is, en zo direct
kan binden met een H+; daarna kan het ontbinden tot CO 2 en H2O. Eiwitten,
hemoglobine en fosfaten zijn werkzame buffers binnen de cel. Fosfaten en
ammoniak zijn buffers in de urine.
Het aanbod van zuur kan zodanig groot zijn dat de buffers de pH niet alleen
kunnen normaliseren. De belangrijkste ondersteuning om zuur-base
afwijkingen op te lossen, zijn de longen. De longen kunnen 75% van de zuur-
base afwijkingen oplossen en kunnen dit ook het snelste doen.
Acidose is een veel frequentere afwijking dan alkalose. Bij acidose is er een
stijging van de plasma H+, en dit zal een signaal geven aan bepaalde sensoren in
de carotiden en de aorta. Dit signaal zal verder gestuurd worden naar het
respiratoire controle centrum in het verlengde merg. Door de gestegen H+
concentratie, zal ook de PCO2 stijgen, en dit zal eveneens bepaalde centrale
chemoreceptoren gaan prikkelen, welke ook een signaal zullen doorgeven naar
het respiratoire controle centrum. Deze twee signalen zullen zorgen dat de
spieren geactiveerd worden, waardoor men sneller en dieper gaat ademen.
Hierdoor zal er meer CO2 worden uitgestoten, waardoor het evenwicht
verschuift en de plasmaconcentratie van H+ daalt.
- Dia 4: Bij metabole acidose is er opstapeling van H+, waardoor de pH gaat dalen.
We gaan naar een metabole acidose (punt C) dus we blijven op de blauwe curve;
de HCO3- gaat ook dalen. De PCO2 zal niet gewijzigd zijn. Om 1 of andere manier
willen we terug naar een pH van 7.4 geraken; we zitten met het metabole
probleem en dit kan niet direct opgelost worden. Wat wel kan gebeuren, is een
respiratoire compensatie. Er zal een stimulus arriveren in de chemoreceptoren en
deze zal via het respiratoire controle centrum de ademhalingsspieren activeren.
Hierdoor zal de PCO2 geleidelijk naar beneden gaan. Op punt C1 hebben we een
partiële compensatie. Voor een perfecte compensatie (C2), wat het lichaam
nastreeft, moet men hyperventileren om de PCO2 van 23 te halen en de pH terug op
7.4 te brengen. In de praktijk worden metabole acidoses inderdaad meestal