1. Sterfelijkheidsgeloof
“Als we dood zijn, is het gedaan”
Dood = het definitieve einde
Redenen 3. Grote verschil tussen eerste vier vormen en verrijzenisgeloof
• Geen bewijs voor leven na de dood Vier vormen: verder leven hier op Aarde
<->
• Afschuw van onsterfelijkheid →Risico verveling, gewenning
(Christelijke) verrijzenisgeloof: verder leven ergens anders
• Sterfelijkheid geeft zin aan leven →je hebt maar 1 leven =>opdracht
Gedicht: “Als de dood komt”
2. Onsterfelijkheidsgeloof
2.1 Socio-biologische vorm 2.4 Transcendente(=overstijgen) vorm
Biologisch: doorgeven genen (kinderen) Gevoel van onsterfelijkheid in dit leven zelf.
Sociaal: “verderleven” in anderen (herinneringen) Men overschrijdt dagelijks leven (en dood) = gevoel dat je onsterfelijk bent
Gedicht: “Mamma” (biologisch), “Bossen sterven” (Sociaal) Diepte-ervaring: parachutesprong (kick), zonsondergang (natuur), muziek
(kunst), grenzen verleggen, … (=vaak niet altijd)
Gedicht: “Belletjes”
2.2 Creatieve vorm 2.5 Religieuze vorm
Mens leeft verder in zijn/haar realisaties Onze ziel leeft verder na de dood.
Eenvoudige zaken <-> eeuwige roem (bv. lied “Fame”) Gedicht: “De dood betekent helemaal niets”
= leef verder in wat je in deze wereld hebt gedaan.
Gedicht: “De steen”
2.3 Ecologische vorm
, Men is niet weg, men is nog aanwezig in de natuur.
Gedicht: “Zieketroost”
4. Onsterfelijkheidsgeloof in verschillende religies
A. Hindoeïsme: de onvergankelijke ziel
Verhaal in het handboek:
• Aan het woord: Krishna (nederdaling van de god Vishnu)
• Strijd tussen zonen van twee stamvaders
• Arjuna moet strijden tegen neven, vraagt Krishna om raad
• Krishna geeft lange uitleg (fragment in HB)
• Advies: onsterfelijke ziel, dus strijden!
Onsterfelijkheidsgeloof in hindoeïstische traditie
Brahman: goddelijk principe in universum dat alles en iedereen doordringt = beginsel goddelijke is in alles en iedereen aanwezig
Atman: menselijke ziel = goddelijke “vonk” in de mens
• Onvergankelijk en onvernietigbaar (<> lichaam) →In tegenstelling
• Brahman en Atman zijn één