1. Ontwikkeling van subjectieve en objectieve zelf
● Een zelfconcept/zelfbeeld is niet aangeboren
zelfbeeld = het geheel van waarnemingen, gevoelens en gedachten dat een persoon heeft
over zichzelf
1.1. Subjectieve zelf
● baby= hulpeloos →fysiologische reacties + reflexen
○ reflexen = loopreflex
● Sensomotoriek = bewegen + zintuigen
● Piaget = de sensomotorische stadia
○ primaire circulaire reacties
■ toevallig →ervaart het als plezant →herhalen →betrekking op
eigen lichaam
○ secundaire circulaire reacties= baby ervaart de effecten van de
toevallige handelingen op de omgeving → plezant
■ toevallig →herhalen →betrekking op objecten
○ (4-8 m) intentioneel handelen
■ doelgericht gedrag, gevolg, je doet het om iets te krijgen
○ (4-8 m) tertiaire circulaire reacties
■ je weet wat de gevolgen zijn
● de eerste vormen van denken zijn de intentioneel handel en de
tertiaire circulaire reacties
● Proprioceptie = feedback over het eigen lichaam bv. Duimzuigen
○ Proprioceptive feedback
○ een gevoel van zelf
● Sociale glimlach (8 à 12 m) = je lacht naar iedereen (die je lief vindt), Als je een
sociaal glimlach hebt krijg je volgens piaget een eerste idee van zelf
○ besef van zelf als subject
○ piaget : subjectief zelf
● Sensomotorische egocentrisme =
○ Alles vanuit eigen perspectief zien
● Objectieve permanentie (8 à 12 m) =
○ Je weet dat het object er nog is ook al zie je het niet meer.
1.2. Objectief zelf
● differentiatie tussen objectief en subjectief
● stadia :
○ zelfherkenning
■ spiegeltest/gallup test
■ Eerste stap naar besef van bewustzijn
■ vanaf 21-24m zichzelf herkennen
■ Metacognitie = Je weet dat jij het bent die luistert en kijkt en weet ook
waarom je dat doet
○ Empathie
■ imiteren
■ inleven in de gedachten,gevoelens, waarnemingen van anderen
■ Theorie of mind = Cohen = TOM