Een microscoop = instrument waarmee kleine voorwerpen (micro-organismen)
toch zichtbaar worden gemaakt door vergroting.
Verschillende soorten:
Lichtmicroscoop
Donkerveldmicroscoop
Fasecontrastmicroscoop
Fluorescentiemicroscoop
Elektronenmicroscoop
Hoog-voltage elektronenmicroscoop
1.1. De lichtmicroscoop
Na gebruik 1e enkelvoudige microscoop samen gestelde microscoop
2 lenzenstelsels : de objectlens (objectief) en de oculairlens (oculair)
Onderdelen normale lichtmicroscoop:
Het mechanisch gedeelte
De belichtingsapparatuur
Het optisch gedeelte
Het mechanisch gedeelte
statief met voet : draagt de andere
onderdelen van de microscoop
Objecttafel: meestal beweegbaar,
het preparaat rust hierop, lamplicht
holle spiegel, zonlicht vlakke
spiegel
Tubus: draagt de oculairs en de
objectieven
Revolver: draai-inrichting, onderaan
tubus vastgehecht, verschillende
objectieven op bevestigd
Grof-en fijn regelaar: voor
scherpstelling van beeld, grove
bereik van centimeters, fijne 1 a 2
mm verplaatsing mogelijk met
aantal omwentelingen van knop.
De belichtingsapparatuur
Microscooplamp: als microscooplamp ingebouwd spiegel niet nodig
Spiegel: richt licht naar condensor
Diafragma: regelt lichthoeveelheid
Condensor: concentreert lichtbundel dat preparaat van onder belicht
Optisch gedeelte
1
, Objectief:
Vangt lichtbundel op geeft reeel omgekeerd en vergroot beeld van voorwerp
meestal 4 objectieven: 4x 10x 40x en olie-immersielens van 100x
Olie-immersielens 100x:
Tussen preparaat en objectief laagje immersieolie.
Ongeveer zelfde brekingsindex als objectglaasje en objectief.
Licht minder afgebogen of verstrooid meer lichtstralen lens bereiken.
Beeld is helder en meer lichtsterkte de droge lens.
Oculair:
Beeld wordt omgezet in virtueel, vergroot beeld
Lenzensysteem dat als loep werkt
Meestal 2 oculairs 10x vergroten kunnen uit verschillende lenzensystemen
bestaan.
Oculair van Huyghens (lezen p3)
Totale vergroting = vergroting objectief x vergroting oculair
Oplossen of scheidend vermogen R:
Vermogen om 2 punten afzonderlijk te kunnen waarnemen.
Uitgedrukt in getal minimumafstand tussen 2 van elkaar te onderscheiden
punten.
Bepaald door :
o kwaliteit van de lenzen (nummerieke apertuur = N.A.= maat voor de
diameter van de doorgelaten lichtbundel)
o vergroting
o het preparaat
o golflengte van het gebruikte licht. Hoe korter de golflengte, des te
groter het oplossend vermogen d.w.z. hoe kleiner de minimale afstand
tussen 2 van elkaar te onderscheiden punten.
Scheidbare afstand is omgekeerd evenredig met oplossend vermogen R
Vb: Oog: 0,1 mm klein oplossend vermogen
Lichtmicroscoop: 0,2 µm groten oplossend vermogen
De golflengte van ‘gewoon licht’ ligt vast, dus is R enkel afhankelijk van de
nummerieke apertuur.
Lucht tussen voorwerp en object: N.A. ≤ 1,0
Olie tussen voorwerp en object : N.A. > 1,0
1) Met immersieolie bekomt men een kleinere scheidbare afstand betere R
omdat olie een grotere brekingindex heeft dan lucht: olie-immersielens = N.A.
= 1,2 tot 1,4
2) Met immersieolie komt er meer licht in de lenzen helderder beeld
1.2. Speciale microscopische technieken
1.2.1. Donkerveldmicroscoop ( p4 foto)
2