INFUUSTHERAPIE - VOLWASSENEN
Inleiding
D.m.v. een I.V. infuus ontvangt de zorgvrager via een vene een hoeveelheid
bloed, vocht, voeding, medicatie.
Toegang naar bloedbaan via IV katheter.
Risico’s: er ontstaat een extra ingangspoort voor een besmetting.
Verpleegkundige bijdrage: 2 domeinen
o Bedside concrete gebruik van IV-katheters.
o Verpleegkundig katheterteam: verpleegkundigen die zich
specialiseren in katheterzorg.
Klinisch redeneren
o Is I.V. therapie nodig?
o Welke I.V. therapie?
o Duurtijd I.V. therapie?
o Ideale I.V. kathetertype?
Toegangswegen voor infuustherapie
Infuustherapie
= het toedienen van infuusvloeistoffen of geneesmiddelen in oplossing via een
parenterale toegangsweg
Verschillende toegangswegen
o Intraveneuze toegangsweg: wordt het meest gebruikt.
o Intra-osseuse toegangsweg: wordt toegepast als de intraveneuze
toegangsweg niet toegankelijk is.
o Subcutane toegangsweg: wordt toegepast in de thuisverpleging en
palliatieve setting. Het vloeistof komt niet rechtstreeks in de
veneuze bloedbaan terecht.
o Intra-arteriële toegangsweg: dient om bloeddruk continu te
registreren en arteriële bloedstalen af te nemen.
Wat zegt de wet
o Voorbereiden en toedienen van I.V. therapie: B2-handeling.
o Plaatsen van een IV katheter in een perifere vene + hierlangs
toedienen van isotone zoutoplossing: B1-handeling.
o Therapieduur via perifere I.V. Katheter: +/- 1-6 dagen (max. 14
dagen).
Intraveneuze toegangsweg
2 soorten intraveneuze katheters
Perifeer veneuze katheter: meest gebruikte invasieve hulpmiddel in
ziekenhuizen.
o = katheter die na het prikken van een perifere vene in de vene
wordt geschoven om IV therapie toe te passen.
o Plaats: in een vene van de arm, hand, voet of onderbeen.
o Risico’s: er wordt een extra toegangsweg voor besmetting
gecreëerd.
, o Indicatie: infuustherapie van gemiddeld 1 tot 6 dagen, maximum 14
dagen.
o Medicatie toediening: kan zowel intermittent als continu
Centraal veneuze katheter: wordt geplaatst in een centrale vene. De
kathetertip mondt uit in de vena cava superior, net voor rechter atrium.
o Plaatsing: is een medische handeling.
De VPK moet op de hoogte zijn van de complicaties.
De VPK assisteert de arts, observeert en ondersteunt de
patiënt voor, tijdens en na plaatsing van katheter.
o Verschillende soorten centraal veneuze katheters: 4 verschillende
types. De keuze is afhankelijk van noden v.d. patiënt, voorkeur van
zorgverlener en de verblijfsduur van de katheter.
Niet getunnelde centraal veneuze katheter (CVC)
Getunnelde centraal veneuze katheter
Subcutaan veneuze poortkatheter
Perifeer ingebrachte centraal veneuze katheter (PICC)
Arteriële toegangsweg
Doel: continu bloeddrukmeting en afname van arteriële bloedstalen.
o !Geen toediening van vocht en/ of medicatie!
Osseuse toegangsweg
= Speciaal ontwikkelde naald wordt doorheen huid, weefsel en bot geduwd en
verbonden met een infuusleiding.
Zo komt infuusvloeistof en medicatie in het beenmerg waar het
opgenomen wordt in de bloedbaan.
Subcutane toegangsweg
= infuusvloeistof of medicatie komt in subcutane weefsel terecht en wordt dan
geleidelijk en traag op genomen in het bloed.
Plaatsen: bovenste deel van de dij, bovenarmen, buikflank of onder
schouderblad bij kinderen.
Hypodermoclyse = infuustherapie met subcutane toegangsweg.
Intraveneuze therapie
Definitie: intraveneuze therapie
= toedienen van vocht, bloed of geneesmiddelen via een vene aan de zorgvrager
d.m.v. een intraveneuze katheter.
Verschillende doeleinden
o Behouden of verbeteren van de opslag van water, elektrolyten,
witaminen, eiwitten, vetten en calorieën bij zorgvragers waar geen
adequate inname hiervan verzekerd is langs de mond.
o Zuur-base evenwicht herstellen.
o Toedienen van bloed of bloedcomponenten.
o Toedienen van medicatie d.m.v. de juiste vasculaire toegang.
o Bewaken van algemene bloedcirculatie, o.a. door meten van
centraal veneuze druk (CVD).
Inleiding
D.m.v. een I.V. infuus ontvangt de zorgvrager via een vene een hoeveelheid
bloed, vocht, voeding, medicatie.
Toegang naar bloedbaan via IV katheter.
Risico’s: er ontstaat een extra ingangspoort voor een besmetting.
Verpleegkundige bijdrage: 2 domeinen
o Bedside concrete gebruik van IV-katheters.
o Verpleegkundig katheterteam: verpleegkundigen die zich
specialiseren in katheterzorg.
Klinisch redeneren
o Is I.V. therapie nodig?
o Welke I.V. therapie?
o Duurtijd I.V. therapie?
o Ideale I.V. kathetertype?
Toegangswegen voor infuustherapie
Infuustherapie
= het toedienen van infuusvloeistoffen of geneesmiddelen in oplossing via een
parenterale toegangsweg
Verschillende toegangswegen
o Intraveneuze toegangsweg: wordt het meest gebruikt.
o Intra-osseuse toegangsweg: wordt toegepast als de intraveneuze
toegangsweg niet toegankelijk is.
o Subcutane toegangsweg: wordt toegepast in de thuisverpleging en
palliatieve setting. Het vloeistof komt niet rechtstreeks in de
veneuze bloedbaan terecht.
o Intra-arteriële toegangsweg: dient om bloeddruk continu te
registreren en arteriële bloedstalen af te nemen.
Wat zegt de wet
o Voorbereiden en toedienen van I.V. therapie: B2-handeling.
o Plaatsen van een IV katheter in een perifere vene + hierlangs
toedienen van isotone zoutoplossing: B1-handeling.
o Therapieduur via perifere I.V. Katheter: +/- 1-6 dagen (max. 14
dagen).
Intraveneuze toegangsweg
2 soorten intraveneuze katheters
Perifeer veneuze katheter: meest gebruikte invasieve hulpmiddel in
ziekenhuizen.
o = katheter die na het prikken van een perifere vene in de vene
wordt geschoven om IV therapie toe te passen.
o Plaats: in een vene van de arm, hand, voet of onderbeen.
o Risico’s: er wordt een extra toegangsweg voor besmetting
gecreëerd.
, o Indicatie: infuustherapie van gemiddeld 1 tot 6 dagen, maximum 14
dagen.
o Medicatie toediening: kan zowel intermittent als continu
Centraal veneuze katheter: wordt geplaatst in een centrale vene. De
kathetertip mondt uit in de vena cava superior, net voor rechter atrium.
o Plaatsing: is een medische handeling.
De VPK moet op de hoogte zijn van de complicaties.
De VPK assisteert de arts, observeert en ondersteunt de
patiënt voor, tijdens en na plaatsing van katheter.
o Verschillende soorten centraal veneuze katheters: 4 verschillende
types. De keuze is afhankelijk van noden v.d. patiënt, voorkeur van
zorgverlener en de verblijfsduur van de katheter.
Niet getunnelde centraal veneuze katheter (CVC)
Getunnelde centraal veneuze katheter
Subcutaan veneuze poortkatheter
Perifeer ingebrachte centraal veneuze katheter (PICC)
Arteriële toegangsweg
Doel: continu bloeddrukmeting en afname van arteriële bloedstalen.
o !Geen toediening van vocht en/ of medicatie!
Osseuse toegangsweg
= Speciaal ontwikkelde naald wordt doorheen huid, weefsel en bot geduwd en
verbonden met een infuusleiding.
Zo komt infuusvloeistof en medicatie in het beenmerg waar het
opgenomen wordt in de bloedbaan.
Subcutane toegangsweg
= infuusvloeistof of medicatie komt in subcutane weefsel terecht en wordt dan
geleidelijk en traag op genomen in het bloed.
Plaatsen: bovenste deel van de dij, bovenarmen, buikflank of onder
schouderblad bij kinderen.
Hypodermoclyse = infuustherapie met subcutane toegangsweg.
Intraveneuze therapie
Definitie: intraveneuze therapie
= toedienen van vocht, bloed of geneesmiddelen via een vene aan de zorgvrager
d.m.v. een intraveneuze katheter.
Verschillende doeleinden
o Behouden of verbeteren van de opslag van water, elektrolyten,
witaminen, eiwitten, vetten en calorieën bij zorgvragers waar geen
adequate inname hiervan verzekerd is langs de mond.
o Zuur-base evenwicht herstellen.
o Toedienen van bloed of bloedcomponenten.
o Toedienen van medicatie d.m.v. de juiste vasculaire toegang.
o Bewaken van algemene bloedcirculatie, o.a. door meten van
centraal veneuze druk (CVD).