§1.4: Het einde van de opstand
Leerdoelen
● Je kunt uitleggen welke gevolgen de onafhankelijkheidsverklaring
van de Noordelijke Nederlanden had voor bestuur en religie.
● Je kunt vier ontwikkelingen noemen die kunnen verklaren dat de
opstandelingen steeds sterker werden.
● Je kunt uitleggen hoe de strijd tussen de Republiek en Spanje tot
een einde kwam.
● Je kunt uitleggen dat de Opstand niet op zichzelf stond, maar past
bij oorlogen in heel Europa.
Onafhankelijk
De republiek
Omdat de gewesten al sinds 1581 op zoek waren naar een nieuwe koning,
maar er geen konden vinden, besloten ze in 1588 dat ze vanaf nu de
Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden zouden heten. Ze hadden
dus geen koning, maar waren zelf de baas.
Bestuur
In de republiek had elk gewest eigen wetten en rechtspraak en werd
bestuurd door de eigen Gewestelijke staten. De beslissingen over zaken
die het hele land aangingen, zoals buitenlandse zaken, werden gedaan in
de Staten-Generaal, bestaande uit afgevaardigden uit elk gewest. De
aanvoerder van het leger en de vloot was Maurits, de zoon van Willem van
Oranje, hij was de nieuwe stadhouder.
Gewetensvrijheid
In de republiek mocht iedereen geloven wat ze zelf wilden, maar niet
iedereen mocht zijn/haar geloof in het openbaar uitoefenen, dan zou er
godsdienstvrijheid zijn geweest. Maar in tegenstelling tot hoe het eerst
was, hadden nu de protestanten voordelen in de Nederlanden, zij mochten
een bestuursfunctie uitoefenen en hun geloof in het openbaar uitvoeren,
dit wordt gewetensvrijheid genoemd.