Samenvatting mensenwerk inleiding en hoofdstuk 8
Inleiding
Sociaal werk is mensenwerk, je kijkt niet naar een diagnose of ziektebeeld
maar naar de individuen. Iedereen is anders en zo benader je mensen ook. Je
hebt te maken met het individu en vaak ook de directe omgeving van diegene.
Tegenwoordig kiest de regering vaak voor kortdurend en keihard aanpakken,
dat komt neer op isoleren en buitensluiten.
Als sociaal werker heb je te maken met empowerment, zit tussen
disciplinering en individuele ontwikkeling in. (Zelf verantwoordelijk zijn.)
Bemoeizorg -> vorm van zorg voor zorgwekkende zorg mijders. Er is geen vraag
vanuit de cliënt. Het is dwang en drang, maar ook zorg en behandeling.
Basis van sociaal werk: mensen niet uitsluiten van de samenleving maar er juist
voor zorgen dat ze erbij kunnen blijven en mee kunnen blijven doen.
Historie van sociaal werk:
- Armenzorg: in de middeleeuwen werd er door de kerk voor armen gezorgd.
Dit noem je bedeling.
- Orde en rust, disciplinering: de samenleving moest ordelijk en rustig zijn. De
rijken hielpen de armen alleen als dit noodzakelijk was.
- Verheffing en opvoeding: er werd ingezien dat armoede niet vanzelfsprekend
was. Kennis en inzicht zou er een einde aanmaken. Armen kregen allerlei
lessen om zo een betere samenleving te creëren.
- Maatschappelijke hulp- en dienstverlening: inmiddels is sociaal werk
doorgedrongen in alle takken van de zorg en hulpverlening.
Tegenwoordig hebben we een verzorgingsstaat er wordt door de staat voor
ons gezorgd. Er is een vangnet voor diegenen die dat nodig hebben.
Sociaal werker is een optimistische professional. Optimistisch in de zin van
geloven in de eigen kracht van mensen. En professioneel in de zin van kunnen
omgaan met diversiteit, bescheidenheid en respectvol en terughoudend om
kunnen gaan met cliënten.
Normatieve professionaliteit een vorm van professionaliteit waarbij kennis
verbonden wordt aan ervaringen.
Ook is het belangrijk om oog te hebben voor het verschil tussen mensen. Een
Inleiding
Sociaal werk is mensenwerk, je kijkt niet naar een diagnose of ziektebeeld
maar naar de individuen. Iedereen is anders en zo benader je mensen ook. Je
hebt te maken met het individu en vaak ook de directe omgeving van diegene.
Tegenwoordig kiest de regering vaak voor kortdurend en keihard aanpakken,
dat komt neer op isoleren en buitensluiten.
Als sociaal werker heb je te maken met empowerment, zit tussen
disciplinering en individuele ontwikkeling in. (Zelf verantwoordelijk zijn.)
Bemoeizorg -> vorm van zorg voor zorgwekkende zorg mijders. Er is geen vraag
vanuit de cliënt. Het is dwang en drang, maar ook zorg en behandeling.
Basis van sociaal werk: mensen niet uitsluiten van de samenleving maar er juist
voor zorgen dat ze erbij kunnen blijven en mee kunnen blijven doen.
Historie van sociaal werk:
- Armenzorg: in de middeleeuwen werd er door de kerk voor armen gezorgd.
Dit noem je bedeling.
- Orde en rust, disciplinering: de samenleving moest ordelijk en rustig zijn. De
rijken hielpen de armen alleen als dit noodzakelijk was.
- Verheffing en opvoeding: er werd ingezien dat armoede niet vanzelfsprekend
was. Kennis en inzicht zou er een einde aanmaken. Armen kregen allerlei
lessen om zo een betere samenleving te creëren.
- Maatschappelijke hulp- en dienstverlening: inmiddels is sociaal werk
doorgedrongen in alle takken van de zorg en hulpverlening.
Tegenwoordig hebben we een verzorgingsstaat er wordt door de staat voor
ons gezorgd. Er is een vangnet voor diegenen die dat nodig hebben.
Sociaal werker is een optimistische professional. Optimistisch in de zin van
geloven in de eigen kracht van mensen. En professioneel in de zin van kunnen
omgaan met diversiteit, bescheidenheid en respectvol en terughoudend om
kunnen gaan met cliënten.
Normatieve professionaliteit een vorm van professionaliteit waarbij kennis
verbonden wordt aan ervaringen.
Ook is het belangrijk om oog te hebben voor het verschil tussen mensen. Een